In srebrenica bleef brinkman juist zo cool

Jan Willem Brinkman had al het nodige meegemaakt toen Bram Peper hem binnenhaalde in Rotterdam. Bij de Landmacht stond generaal Brinkman bekend als een polder-Rambo. Bij het korps commando’s doorliep hij op eigen verzoek de zwaarste trainingsprogramma’s. Daar moet men zich dingen bij voorstellen als het doodbijten van pluimvee, een wekenlang verblijf in zompige moerassen met een rietje ter beademing, het leegschieten van bazooka’s vanaf heuphoogte, et cetera. Brinkman doorstond de test met vlag en wimpel. Hij was met andere woorden een ijzervreter, getraind om het hoofd in elke situatie koel te houden.

Zo streelde Brinkman telkens het militaire eergevoel van zijn superieuren en hij maakte de ene na de andere promotie. Het enige probleem bleef dat de generaal zich nergens kon bewijzen. Die kans kwam toen in voormalige Joegoslavië de etnische pleuris uitbrak. Vandaar zijn enthousiasme toen de Nederlandse blauwhelmen werden belast met de bewaking van de moslimenclave Srebrenica. U weet nog wel, dat vluchtelingenkamp dat omsingeld was door straalbezopen Serviërs onder leiding van psychokiller generaal Mladic. Brinkman vond het de uitdaging van zijn leven. Terwijl collega-generaal Couzy met de dag benauwder werd, verkondigde Brinkman overal dat hij - citaat - ‘nauwelijks knelpunten inzag’. Zo graag wilde generaal zich bewijzen, dat hij gaarne een gokje waagde. Het liep zoals bekend uit op een bloedbad, waarbij onze jongens de genocidisten nog een handje hielpen ook. Maar weer hield Brinkman het hoofd koel. In de media vertelde hij dat die Bosnische moslims toch ook geen frisse jongens waren geweest, en daarmee was voor hem de kous af.
Bram Peper moet die koelheid, die stiff upperlip, uitermate hebben bewonderd. Iemand die na zo'n trauma nog zo fris als een baby is, moet het ook kunnen opnemen tegen de ondernemingsraad van de Rotterdamse politie, moet Peper hebben gedacht. Dat liep dus anders. Wat Ratko Mladic en Radovan Karadzic niet had kunnen verrichten, deed de Rotterdamse politie binnen enkele maanden: Jan Willem Brinkman werd gesloopt. Zijn conflict met de Rotterdamse burgervader heeft inmiddels de grens der hilariteit ruimschoots overschreden. Het toch al laconiek gestemde Rotterdamse electoraat ziet nu verbaasd toe hoe Peper en Brinkman elkaar beurtelings voor psychopaat uitmaken.
De grote vlek van de verstandsverbijstering breidt zich nog immer uit. Sinds afgelopen zondag zit ook de goedlachse minister Dijkstal tot over zijn oren in de Rotterdamse smurrie. Alles is nu mogelijk, van een kabinetscrisis tot een ware politieoorlog naar Braziliaans model. De enige die er goed garen bij spint, is de immer vrolijke gemeenteraadsdissident Manuel Kneepkens, die al sinds jaar en dag verkondigt dat er iets schort aan de bovenkamer van het gemeentelijke apparaat. Eén ding staat nu al vast: hoe langer de crisis voortduurt, des te hoger de rekening die Brinkmans advocaat straks als schadeclaim indient. De gouden handdruk voor de al even incompetente procureur Van Randwijck zal erbij in het niet vallen. Rotterdam betaalt een hoge rekening voor het charismatische leiderschap van Peper.