Opheffer

In tien zinnen

Freud in tien zinnen.

Freud deed een vondst.

Iemand had een bloedende knie en hij dacht: als iemand een wond heeft, moet hij gevallen zijn.

Als iemand gevallen is, is hij ergens over gestruikeld, kortom: er moet in het verleden iets zijn gebeurd wat een wond heeft veroorzaakt.

Waar ben je geestelijk gestruikeld?

Als je het weet, is er niets aan de hand; weet je het niet, noemen we het onbewust. We gaan met elkaar praten tot we weten waar je geestelijk gestruikeld bent en «aha» zegt.

Als we niets kunnen vinden, ligt de oorzaak bij je vader of moeder. Omdat iedereen weleens geestelijk is gestruikeld en iedereen een vader en moeder heeft, kun je ook zeggen dat papa en mama oorzaak zijn van de meeste geestelijke problemen.

Freud kreeg al deze inzichten door het gebruik van cocaïne.

Darwin in tien zinnen.

Darwin dacht: God laat zich nooit ergens zien, dus als hij er niet is, hoe is dan alles ontstaan?

Op dat moment kreeg hij met zijn vrouw ruzie over dat probleem, want die geloofde wel in God.

Hij kreeg ook ruzie met de plaatselijke vicar; Darwin was Engelsman.

Hij ontdekte dat hij de strijd met zijn vrouw en de vicar kon winnen door zich aan hen aan te passen.

Hij was wel zo verstandig om met een schip naar elders te gaan, en zich aan de scheepslui aan te passen.

Hij bestudeerde de natuur en ontdekte dat alle planten en dieren ruzie hadden met hun vrouw en de plaatselijke vicar en dat degene die zich het best aanpaste de ruzie won.

Wie zich niet aanpaste, kreeg van de vrouw met de deegroller en werd door de vicar naar de hel gestuurd.

Darwin schreef in zijn dagboek dat elke ruzie ooit nut heeft. Darwin voorzag dat we tot vandaag ruzie met elkaar zouden maken.

God maakt met niemand ruzie, past zich ook niet aan, dus heeft niks met onze theorie te maken.

Einstein in tien zinnen.

Einstein zat in lijn 2 die van de Willemsparkweg naar het Centraal Station ging. Hij zat stil, maar alles bewoog verder, want de huizen gingen langs hem heen, de straten, het andere verkeer. Hij werd, terwijl hij stilzat en toch bewoog, soms ingehaald door een auto die sneller was.

Einstein — die de trein moest halen — keek op zijn horloge. En zag dat de tijd verstreek naarmate hij dichter bij het Centraal kwam. Omdat hij zich verveelde, haalde hij zijn horloge uit elkaar en maakte van het rondje een recht stukje papier, want hij was erg handig.

Einstein dacht toen na over een rechte trambaan en het rechte horloge en dacht: als ik nu op een wijzer van een klok zit, zit ik dan ook niet in een soort tram, want alles beweegt en ik zit stil?

Toen dacht Einstein: wat nu als ik voor op een lichtstraal ga zitten? Is een lichtstraal nu hetzelfde als een tram of een wijzer van een klok?

Eigenlijk wel, dus eigenlijk is alles relatief, dacht Einstein.

Het duurde niet lang voordat een atoombom werd uitgevonden. Een atoombom kan in één klap aan de relativiteitstheorie een eind maken.

Wittgenstein in tien zinnen.

Als tienjarige maakte Ludwig van wat draadjes en houtjes een werkende naaimachine. «Makkelijk», zei Ludwig, «als je maar logisch nadenkt.» Toen hij ouder was, moest hij, omdat hij zo logisch kon nadenken altijd vragen beantwoorden. Bijvoorbeeld: wat is god, wat is goed, wat is waar en wat is niet waar? «Wat is eigenlijk een vraag?» vroeg Ludwig toen. «Het zou logisch zijn als jullie daar eerst over hadden nagedacht.»

Steeds als hij een antwoord kreeg, kon hij aantonen dat het geen goed antwoord was. De vraag wat een vraag is, bleef onbeantwoord. «Dit duidt erop dat de filosofie niet deugt, want die zou zich met die vraag moeten bezighouden.»

Witt genstein ondernam toen twee po gingen de filosofie onderuit te ha len, wat lukte, en waardoor je de vraag: «Waarom twee pogingen?» niet meer kunt stellen. Zijn filosofie in één regel: de wereld is een naaimachine.