De opkomst van de nieuwe arme

In Tommy Hilfiger naar de kredietbank

Steeds meer hoger opgeleiden, zzp’ers en eigenwoningbezitters raken in financiële problemen. In ’s-Hertogenbosch is een pilotproject gestart om mensen met een koopwoning uit de wettelijke schuldsanering te houden. ‘Ik dacht dat ze bij de kredietbank zouden zeggen: een eigen huis? Houdoe!’

‘Het erge is: ik zie het steeds meer om me heen. Collega-zzp’ers hoor ik ook zeggen dat ze geen opdrachten meer kunnen vinden, dat de concurrentie moordend is. Dat ze zonder concessies te doen op hun tarieven überhaupt niet meer worden uitgenodigd op gesprek.’ Jacques (45) zit aan zijn keukentafel in een villawijk net buiten ’s-Hertogenbosch. De kamer is groot en wit, met een paar moderne meubels en enorme ramen die uitkijken op de tuin. ‘Als je als zzp’er geen opdracht meer hebt, gaat het opeens keihard. Geen opdracht betekent geen geld, zo simpel is het. Ik maak me echt ernstige zorgen over wat in Nederland nog komen gaat.’

Dat het bij hemzelf zo snel bergafwaarts zou gaan, had Jacques nooit gedacht toen hij zes jaar geleden zijn baan opzegde om als zelfstandig ondernemer bedrijven te gaan begeleiden bij reorganisaties. ‘De eerste jaren ging het hartstikke goed, als interimmanager trok ik het hele land door. Een project hier, een project daar, en altijd tegen een gezond tarief.’ Na de ene opdracht hoefde hij maar ergens anders aan te kloppen, of de volgende dag kon hij al weer beginnen. ‘Ik leidde een prachtig leven: fijn gezin, mooi huis, leuke vakanties. Ik genoot, was trots op mijn succes.’

Toen kwam maart 2011. ‘Drie dagen nadat mijn laatste opdracht afliep, kreeg mijn vrouw het bericht dat ze kanker had. Een enorme shock.’ Terwijl zij behandelingen in het ziekenhuis onderging, probeerde Jacques een nieuwe klus binnen te slepen. ‘Normaal maakte ik me nooit druk om een vervolgopdracht, maar nu voelde ik me extra verantwoordelijk voor ons gezin – we hebben drie jonge kinderen.’ In eerste instantie had Jacques nog wel het vertrouwen dat hij gauw iets zou vinden. ‘Beetje netwerken, dacht ik, dan komt het wel goed. Maar van collega’s hoorde ik ook dat zij nergens meer aan de bak kwamen.’ Soms had hij wel twee of drie acquisitiegesprekken per week, maar deed een concurrent een nog scherper aanbod, of werd het project op het laatste moment alsnog afgeblazen. ‘Je kon merken dat de bedrijven waar ik kwam ook last hadden van de crisis.’

Een paar maanden teerde het gezin op de buffer die Jacques had opgebouwd, maar dat geld ging er gauw doorheen. En toen kwam een onverwachte aanslag van de belastingdienst – de laatste klap. ‘Als zelfstandig ondernemer was ik te enthousiast van start gegaan, ik was onvoldoende voorbereid op de afdrachten die je als zzp’er moet doen’, bekent Jacques. ‘Ik had niet genoeg gereserveerd.’ Over meerdere jaren moest hij een enorme som geld betalen. ‘Nul inkomen, hoge vaste lasten en dan nog die aanslag: dat ging helemaal mis.’ Om de rekeningen te kunnen betalen, verkochten ze eerst één auto, later ook de andere. Daarna zetten ze spullen op Marktplaats. ‘Spullen uit ons huis, spullen van de kinderen. Op het laatst gewoon om boodschappen te kunnen doen, om op z’n minst avondeten te kunnen kopen.’

Maar de schulden stapelden zich verder op. ‘Ik wist: als ik zo doorga, zitten we echt goed in de problemen.’

Steeds meer Nederlanders zijn net als Jacques door de economische crisis in de financiële problemen geraakt, blijkt uit onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). In 2011 hadden ruim 3,7 miljoen huishoudens een lening, waarbij hypotheken niet zijn meegerekend. ‘Verontrustend’, schrijven de onderzoekers in het rapport Geldzaken in de praktijk 2011-2012. Niet alleen lagere inkomensgroepen kampen met betalingsproblemen, ook mensen met hogere inkomens en koopwoningen. ‘Mensen die over het algemeen prima met geld om kunnen gaan’, zegt Joke de Kock, voorzitter van de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (nvvk). ‘Mensen uit de banken- en verzekeringswereld, uit het onderwijs, mensen die geen vaste contracten meer krijgen, ontslagen worden, of na een scheiding hun vaste lasten niet meer kunnen betalen.’

Ook ziet De Kock veel zzp’ers die net als Jacques onvoldoende voorbereid waren op het zelfstandig ondernemerschap: ‘Ze zijn onder de indruk van de uurtarieven die ze mogen rekenen, denken in één week te kunnen opstrijken wat ze vroeger per maand verdienden. Maar verstand van boekhouden hebben ze lang niet altijd: dan weten ze bijvoorbeeld niet dat je naast btw ook nog inkomstenbelasting moet betalen aan het eind van het jaar.’ Niet alleen zzp’ers in de hogere inkomenscategorieën komen daardoor in de problemen, maar ook mensen uit de bouw, zoals metselaars en stukadoors die – veelal gestimuleerd door hun voormalige werkgever – in de afgelopen jaren voor zichzelf zijn begonnen. ‘Zodra opdrachten wegvallen, zijn ze snel door hun reserves heen.’ In 2011 meldden zich in totaal 76.000 mensen bij schuldhulpverleningsinstanties; voor het eerst was de groep mensen met een inkomen uit arbeid groter dan die met een uitkering. ‘De middenklasse wordt steeds meer geraakt’, zegt De Kock. ‘En die ontwikkeling gaat onverminderd door.’

Jacques hoopte dat het met hem zo ver niet hoefde te komen, al was in de zomer zijn totale schuld opgelopen tot 85.000 euro. Hij vroeg een gesprek aan met de belastingdienst, zijn grootste schuldeiser, om zijn situatie uit te leggen en te kijken of er misschien een betalingsregeling mogelijk was. ‘Ik kwam in een spreekkamertje terecht met twee heren. Nadat ik mijn verhaal had gedaan, zeiden ze dat ik de problemen aan mezelf te danken had. Dat ik als zzp’er mijn zaken beter had moeten organiseren.’ Hij tikt met zijn vingers op het houten tafelblad, erkent zelf ook dat hij steken heeft laten vallen. ‘Tuurlijk reken ik het mezelf aan, maar ik vind ook dat er wel iets meer mag worden gedaan aan voorlichting. Nu is het wel erg makkelijk om voor jezelf te beginnen: je gaat naar de Kamer van Koophandel, ontvangt een btw-nummer en je kunt aan de slag.’

Maar Jacques snapte ook wel dat het te laat was voor die discussie: ‘Ik vertelde die heren dat ik de aanslag echt wel wilde betalen, maar dat ik het op dat moment gewoon niet kon. Daar hadden ze geen boodschap aan, zeiden ze. Ze hebben een zero-tolerancebeleid, dat gaat echt snoei- en snoeihard.’

In augustus stond Jacques alsnog in het stadskantoor van ’s-Hertogenbosch, ‘in blinde paniek’. Bij het loket van de afdeling Wmo, de Wet maatschappelijke ondersteuning, deed hij zijn verhaal. ‘De drempel is hoog, want je weet dat de schuldhulpverlening een ernstig traject is. Maar ik heb een verplichting naar mijn gezin, ik kon niet anders.’ Bij het loket vroeg de medewerker of hij een eigen huis bezat. ‘Dat doe ik, met een hypotheek van vierenhalve ton. Gekocht in de hoogtijdagen, en inmiddels misschien wel twintig procent minder waard. Verkopen was dus geen optie, dan zouden mijn schulden in één klap zijn verdubbeld.’ Bij het loket werd hij doorverwezen naar het team schuldhulpverlening, dat net een nieuw project was begonnen voor eigenwoningbezitters. ‘Toen ik daar zat, brak ik helemaal.’

het stadskantoor van ’s-Hertogenbosch staat midden in de historische binnenstad, vlak bij het centrale marktplein en het Noordbrabants Museum. Niet alleen de complete buitenkant van het gebouw is van glas, maar ook de ruimtes waarin de gesprekken worden gevoerd met burgers die in de financiële problemen zijn geraakt. ‘Natuurlijk rust er nog steeds een taboe op de gang naar de gemeentelijke kredietbank’, zegt Henk Maas in de spreekkamer van het team schuldhulpverlening, recht tegenover de koffieautomaat van de wachtruimte. ‘Maar gelukkig wordt dat wel steeds minder, omdat mensen om zich heen zien dat ze niet de enigen zijn.’ Toch voelen veel cliënten zich nog altijd ongemakkelijk als ze voor het eerst bij hem in het kantoortje zitten. ‘Met zwetende handjes komen ze hier binnen, lijkbleek. Sommigen barsten in huilen uit, vragen me of ik alsjeblieft niks wil laten merken als ik hen later in de stad zou tegenkomen. “Ik schaam me diep”, zeggen ze dan. Voor hun familie, voor vrienden, voor de buren.’

De speciale pilot voor eigenwoningbezitters werd ruim een jaar geleden opgezet door Maas. ‘Vroeger was het zo: zodra je schulden had, moest je eerst je eigen woning verkopen en de overwaarde opeten voordat je bij de kredietbank terecht kon’, vertelt hij. ‘Maar de tijden zijn veranderd, huizenprijzen zijn gedaald. Na verkoop komt er nu meestal geen geld vrij, maar zitten de mensen juist met een extra verliespost. Nog meer schulden dus – als ze hun woning überhaupt al kunnen verkopen, want de woningmarkt zit totaal op slot.’ Doel van de pilot is om te kijken of de eigenwoningbezitters hun huis kunnen behouden, en tegelijkertijd toch hun schulden af kunnen betalen. Het liefst zonder in het wettelijke traject terecht te komen, waarbij de rechter een bewindvoerder toewijst die drie jaar lang de regie over de betalingen overneemt en alsnog kan besluiten de woning in de executieverkoop te zetten. ‘Vaak zijn er maar een paar schuldeisers, die er zelf ook belang bij hebben dat iemand niet nog verder in de ellende terechtkomt’, zegt Maas. ‘Met budgetbegeleiding en heldere betalingsregelingen kom je in veel gevallen al een heel eind.’ Van de 147 dossiers die hij inmiddels heeft behandeld, zijn er vier uiteindelijk alsnog in het wettelijke traject terechtgekomen. Een mooie score, vindt Maas. ‘Maar er volgen er meer, als je ziet hoeveel woningen er in Nederland onder water staan. Helaas wel.’

Overal in het land worden dergelijke initiatieven genomen om te voorkomen dat mensen onnodig uit huis worden geplaatst, bevestigt Joke de Kock van de nvvk. Op 1 juli dit jaar is de nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening van kracht gegaan, die het gemeenten verplicht om iedereen te helpen die bij hen aanklopt – ook de gevallen die ze misschien vroeger zouden hebben afgewezen. ‘De druk op gemeenten wordt hierdoor nog groter, en het is nog maar de vraag of ze voldoende tijd en geld beschikbaar hebben om op alle situaties toegerust te zijn’, zegt De Kock. Want niet alleen de omstandigheden waarin cliënten zitten veranderen, maar ook de wet- en regelgeving waar de medewerkers mee te maken krijgen. ‘De ontwikkelingen gaan op dit moment zo snel, bijna iedere week verandert er wel iets. Eigenlijk zouden medewerkers continu moeten worden bijgeschoold, maar dat is met die drukte onmogelijk.’ Omdat gemeenten prioriteiten moeten stellen, raken bepaalde zaken volgens haar ondergesneeuwd: ‘Zoals preventie, terwijl dat nou juist zo belangrijk is: hoe eerder men ziet dat het misgaat, hoe beter voorkomen kan worden dat het uit de hand loopt. Daar maken wij ons wel zorgen over.’

Ook in ’s-Hertogenbosch leidde de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening tot een nieuwe toestroom van cliënten. ‘Ik dacht: de kredietbank stuurt ons direct weg als ze horen dat we een eigen huis hebben’, vertelt Mick (48), die met zijn vrouw Jeanine en twee kinderen in een rijtjeshuis woont, ergens in Den Bosch. ‘Dat ze zouden zeggen: een eigen huis? Houdoe!’ Toen hij hoorde over de nieuwe wet is hij direct op de fiets gestapt naar het stadskantoor. ‘Tijdenlang had ik m’n kop in het zand gestoken, omdat ik niet wist wat ik met onze problemen aan moest.’ Mick is bakker en liet de geldzaken altijd over aan Jeanine, al dertig jaar zijn vrouw. ‘Langzaam kreeg ik het vermoeden dat er iets niet klopte: we konden nooit meer uit eten, niet op vakantie, en ik zag ook nooit geen post. Maar Jeanine wilde nergens over praten.’

Hoewel zijn vrouw vond dat hij zich niet met de financiën moest bemoeien, meldde Mick zich in juli van dit jaar bij het Wmo-loket van de gemeente. Niet veel later zat hij bij Henk Maas, die met een bsn-nummer en een paar drukken op de knop een overzicht van de schulden op het computerscherm toverde. ‘Overstuur fietste ik terug naar huis’, vertelt Mick. ‘“Er is wat aan de hand”, zei ik tegen Jeanine, en ik vertelde wat ik had gezien. Toen zei zij: “Er is nog veel meer aan de hand”, waarna ze overal brieven vandaan haalde. Ze had ze door het hele huis verstopt.’

Jeanine loopt de keuken in, waar een pan zuurkool staat te pruttelen. ‘Ik heb altijd alles voor mezelf gehouden, dat is mijn fout’, geeft ze toe nadat ze het vuur wat zachter heeft gezet. ‘Maar ik dacht: ik los het zelf wel op.’ Inmiddels waren de schulden opgelopen tot 24.000 euro. ‘Langzaam sluipt het erin’, vertelt ze. ‘Dan koop je bijvoorbeeld iets bij Zalando of Wehkamp, laten we zeggen voor drie- of vierhonderd euro, en dat mag je dan later wel betalen. Vervolgens krijg je aanmaningen, hop, elke keer weer twintig euro erbij. Of je wordt gebeld door een energieleverancier met een geweldige aanbieding, en aan het eind van het jaar moet je opeens heel veel bijbetalen.’ Het ene gat vulde ze met het andere op. ‘Op een gegeven moment kreeg ik via de mail een aanbieding voor een Visacard, met 2500 euro limiet. Daar ging ik dan weer rekeningen van betalen. Toen het op was, vroeg ik of ik ook tot vijfduizend euro mocht. Twee dagen later had ik het.’ Deurwaarders reden inmiddels af en aan. ‘Op het laatst was ik het overzicht zelf ook helemaal kwijt. Ik wist niet meer wat ik wel of niet had betaald.’

Na flink wat echtelijke ruzies en een paar gesprekken bij Henk Maas proberen ze de zaken nu weer op de rit te krijgen. Ze hopen afbetalingsregelingen met hun schuldeisers te kunnen treffen, zodat ze hun huis niet hoeven te verkopen. ‘Maar de bank is nog niet akkoord gegaan met ons voorstel’, zegt Mick. ‘Laatst is al een taxateur langs geweest om de woning te bekijken.’ Jeanine zet nog een kopje Senseo-koffie en gaat dan weer aan tafel zitten. ‘We zijn dom geweest, helemaal de weg kwijtgeraakt’, zegt Mick. Jeanine knikt, maar vindt eigenlijk dat bedrijven haar niet zomaar spullen mag sturen. ‘Ze vragen helemaal niet of je het geld er wel voor hebt, je kunt alles van ze krijgen. Maar zodra je zegt dat je het niet kunt betalen, hebben ze opeens schijt aan je. Als je geen euro’s hebt, ben je niks meer in Nederland.’

Tien jaar geleden stimuleerde hun bank hen zelfs om extra geld te lenen. ‘We wilden onze badkamer en keuken verbouwen en zeiden dat we tienduizend euro extra op onze hypotheek wilden. “Uw huis is veel meer waard geworden”, zeiden ze bij de bank. “Waarom leent u geen dertigduizend euro?”’ Jeanine begint honend te lachen. ‘Dat geloof je toch niet? Ik ben blij dat we dat niet hebben gedaan.’

Maas herkent de situatie, hij hoort dit soort verhalen veel vaker. ‘Ik kom veel resten tegen uit de periode van “het kan allemaal niet op”, waarin mensen optimistische inschattingen maakten en extra hypotheken namen om een duurder huis te kopen, of nog een auto, of een caravan’, zegt hij. ‘Nu het economisch minder gaat, komen die mensen in de problemen. Banken hebben daar zelf aan meegewerkt, door veel te hoog te financieren. Ze zeggen dat dat niet zo is, maar dat is gewoon niet waar.’

En Maas kan het weten, want hij komt zelf uit de financiële wereld. Twaalf jaar lang adviseerde hij als hypotheekintermediair mensen bij het kopen van een huis. Zelf was hij een van de eerste slachtoffers van de economische crisis: ‘Toen de huizenverkoop in elkaar zakte, was er voor hypotheekadviseurs al snel geen werk meer. Ik moest eruit, noodgedwongen.’ Hij liet zich omscholen en kwam anderhalf jaar geleden bij de gemeente ’s-Hertogenbosch terecht. ‘Nu zie ik dus de andere kant.’ Al twee keer heeft hij een cliënt gehad die hij eerder zelf had geadviseerd bij het nemen van een hypotheek. ‘Maar hun problemen kwamen pas veel later, hoor’, haast hij zich te zeggen.

Omdat hij bekend is in het wereldje is het voor Maas een stuk makkelijker dan voor zijn collega’s om te onderhandelen met schuldeisers als banken en de belastingdienst. ‘Je moet weten waar je het over hebt als het gaat over hypotheken, volmachten, verpanding, executieverkoop. Moeilijke termen moet je direct kunnen tackelen, anders word je niet serieus genomen en kun je geen inhoudelijk gesprek voeren.’ Ook de communicatie met eigenwoningbezitters verloopt anders dan met de sociale minima, de traditionele groep in de schuldhulpverlening: ‘Ze begrijpen meer, hebben niet bij iedere term uitleg nodig. Maar ze eisen ook meer. Ze denken dat ze het zelf allemaal wel weten, kunnen soms heel lastig zijn. Of ik de problemen even voor ze kan oplossen. Nou, zo werkt dat dus niet.’

Voordat Maas kan onderhandelen met de schuldeisers moet hij eerst de situatie van zijn cliënt in kaart brengen: wat is er precies aan de hand, hoe hoog zijn de schulden en bij welke instanties? ‘Bij mij moeten ze helemaal met de billen bloot’, zegt hij. ‘Ook de dure jongens. Vorige week zat er nog een directeur bij me aan tafel, volgende week komt er weer een.’ De meesten nemen een dikke stapel post mee naar een gesprek: brieven, formulieren, acceptgiro’s, aanmaningen. ‘Sommigen hebben hun administratie keurig op orde, hebben zelfs complete spreadsheets gemaakt. Maar er zijn er ook bij die met een Albert Heijn-tas binnenkomen vol ongeopende enveloppen. Die stuur ik naar huis. “Koop voor een euro maar een map bij de Action, doe je post daar netjes gesorteerd in en kom dan maar weer terug”, zeg ik dan. Ik ben hier niet om hun brieven open te gaan zitten maken.’

Jacques, de zzp’er uit de villawijk net buiten ’s-Hertogenbosch, weet zich het eerste gesprek met Maas nog goed te herinneren. ‘Ken je die Telfort-reclame van een man die z’n dure auto in moet wisselen voor de stadsbus?’ vraagt hij aan zijn keukentafel. ‘Van X5 naar lijn 5? Nou, zo voelde ik me.’ In een paar sessies zette hij met Maas de financiën van het gezin op een rijtje. ‘We hebben prioriteiten bepaald: gas, water, licht, verzekeringen en de hypotheek, die moest ik koste wat het kost betalen. En we zijn op zoek gegaan naar zaken die ik nog liquide kon maken. Mijn lijfrentepolis bijvoorbeeld, die heb ik verkocht. Met verlies uiteraard, maar ja, je hebt geen keuze.’ Boodschappen moest hij gaan doen bij de Lidl, en bij iedere uitgave zou worden gekeken of die wel essentieel was. ‘Vroeger vond ik het heel normaal om honderd euro uit te geven in de supermarkt. Ik lette nergens op. Nu wel. Frisdrank bijvoorbeeld, daar doen we niet meer aan. We kunnen ook best water drinken. Af en toe heb ik wel gedacht: als het niet anders kan, jongens, dan ga ik wel naar de voedselbank. Maar gelukkig is het zo ver nog niet gekomen.’ Het moeilijkst vond Jacques het om het zijn kinderen uit te leggen. ‘Dat ze niet zomaar een nieuwe fiets krijgen als ze die nodig hebben, of mooie kleren.’

Ook werd besloten dat zowel Jacques als zijn vrouw – zodra zij genezen was van de borstkanker – moest proberen om weer ergens in dienst te komen, om maandelijks zeker te zijn van een vast inkomen. Al snel vond Jacques een baan. ‘Inhoudelijk is het wel een stap terug, maar dat kan me niet schelen.’ Direct nadat hij bij zijn nieuwe werkgever in dienst was gekomen, begon hij met aflossen van zijn schulden. ‘Meer dan de helft van mijn salaris gaat drie jaar lang rechtstreeks naar de belastingdienst. Van de rest betaal ik andere schuldeisers en zorg ik dat er geen nieuwe betalingsachterstanden ontstaan.’ Veertigduizend euro heeft hij inmiddels al afbetaald.

In maatpakken die nog stammen uit betere tijden rijdt hij nu naar klanten, in een auto van de baas. ‘Mijn vrouw en ik hebben altijd geïnvesteerd in goede kleding, schoenen en kostuums’, zegt hij terwijl hij wijst op zijn blauwe Tommy Hilfiger-trui. ‘In mijn branche is het heel belangrijk hoe je voor de dag komt; dat het een paar jaar oud is, hoeft niemand te weten.’ Door zijn welgestelde voorkomen lijkt het er voor de buitenwereld soms op dat er niks aan de hand is. ‘Dat is prettig, maar soms ook onhandig als je bij een instantie om hulp vraagt. Ze geloven je gewoon niet.’ Hij staat op van zijn keukentafel om een espresso te maken. Aan de koelkast in de grote woonkeuken hangen vrolijke foto’s van zijn drie kinderen. ‘Op veel regelingen kunnen we bovendien geen aanspraak meer maken nu ik weer een bovenmodaal salaris heb. Meestal wordt er sec gekeken naar je salarisstrookje. “Sorry meneer, maar dat zijn de regels”, zeggen ze dan. Heel frustrerend, omdat we feitelijk zo ongeveer op het bestaansminimum zitten.’

Even leek het erop dat Jacques en zijn gezin in 2015 weer met een schone lei konden beginnen, dat ze dan van alle schulden zouden zijn verlost. Tot zes weken geleden – toen zijn vrouw het bericht kreeg dat de kanker terug is, in uitgezaaide vorm. ‘Opnieuw een grote shock, die we eerst hebben moeten verwerken voordat we over praktische zaken konden gaan nadenken’, zegt Jacques. Hij vreest dat hij over een tijdje opnieuw bij Henk Maas moet aankloppen, omdat hij zijn betalingsafspraken nu niet meer kan nakomen. ‘Volgens ons aflossingsplan zou mijn vrouw ook weer gaan werken, maar dat gaat nu niet. Ze zou wel willen: liever werken dan thuis zitten afwachten tot het einde nadert. Misschien heeft ze nog zes maanden, misschien nog drie jaar. Maar wie neemt je nog aan als je vertelt dat je doodziek bent?’

De namen van Jacques, Mick en Jeanine zijn gefingeerd