In ulster is alles weer normaal in naam van oranje

Alle hoofdrolspelers in het Noordierse drama hebben verkondigd dat het vredesproces dood is of bijna dood. De vraag is of het ooit heeft geleefd. En ja, het gaat terug tot Willem van Oranje
‘DE SITUATIE in Noord-Ierland heeft zich genormaliseerd.’ Met deze woorden vatte een Engelse krant de gebeurtenissen van de afgelopen veertien dagen in dit deel van het Verenigd Koninkrijk samen. ‘Genormaliseerd.’ Het oude straatgeweld was weer camerageniek terug. De brandende auto’s, de kapotte winkelruiten, de plastic kogels van de Royal Ulster Constabulary (de RUC, de politie), de echte kogels van paramilitairen en ook de politie, de legereenheden die ijlings werden overgevlogen ter versterking van de reeds aanwezige zestienduizend manschappen, de gewonden, de eerste dode.

En natuurlijk - het mocht niet in het scenario ontbreken - de eerste bom na een ‘bestand’ dat eenentwintig maanden duurde, als je tenminste de aanslagen buiten de provincie Ulster, in Londen, Manchester en Osnabruck, niet meetelt.
Het heeft niet zo veel zin te achterhalen in hoeverre het inderdaad warrige optreden van het hoofd van de RUC verantwoordelijk was voor de explosies. Hugh Annesley voerde immers uit hetgeen binnenskamers was overeengekomen: de traditionele mars van de Orange Order door een katholieke straat in Portadown, vlak bij Belfast, mocht niet doorgaan. Te veel provocatie, mensenlevens konden in gevaar komen. Maar de Orange Order had al dagen eerder laten weten het verbod te zullen negeren. De Oranjemannen, heette het, dulden geen gesol met hun tradities, als ordelievende burgers hebben ze recht op vrije doorgang over the Queen’s highways.
De Orange Order groef zich in. Tot op het kerkhof. De spanning groeide. De Orangisten, met hun bolhoeden en sjerpen en medailles en trommels, geassisteerd door 'ordetroepen’, dreigden door het politiekordon te breken. De katholieke republikeinen bereidden zich voor op een antwoord op 'de pogingen tot vernedering en intimidatie’.
Commissaris Annesley meende het minst erge kwaad te moeten kiezen. Een protestantse menselijke bulldozer proberen tegen te houden ofwel een bloedige confrontatie riskeren tussen protestanten en katholie ken. Hij gaf de Oranjemannen hun zin. Ze mochten erdoor, met een ingekrompen stoet en in relatieve stilte, slechts begeleid door de beat van een enkele drum. Dat die beat - ook te horen op militaire kerkhoven als doden worden herdacht - net zo provocerend was als het lawaai van drie drumbands, was kennelijk niet in het hoofd van de commissaris opgekomen.
Of de commissaris zijn besluit al dan niet in overleg met of in opdracht van de regering in Londen nam, doet nauwelijks ter zake. Michael Ancram, onderminister voor Noord-Ierland in de regering van John Major, gaf zondagmorgen in Breakfast with Frost onomwonden toe dat Downing Street het besluit van Hugh Annesley dekte.
NATUURLIJK konden we vervolgens de rituele woordendans aanschouwen. David Trimble, leider van de grootste protestantse partij in Noord-Ierland, de Unionisten, betoogde dat de IRA, het verboden leger van de katholieken, de rellen had georkestreerd en had zitten wachten op het goede moment om een bom te kunnen laten ontploffen. En Trimble sloot de mogelijkheid uit dat in een gebied met minstens zes paramilitaire groepen de IRA niet verantwoordelijk zou kunnen zijn voor die bruiloftsbom. En de rellen door protestantse jongelui? Die waren het werk van hooligans die niets met de Orange Order te maken hadden.
Dick Spring, minister van Buitenlandse Zaken van de Ierse Republiek (hoofdstad Dublin) achtte uiteraard de regering-Major voor alles verantwoordelijk. Hij gaf toe dat de relatie tussen Londen en Dublin 'slechter dan ooit’ was, maar hij bood aan nog deze week met Londen in overleg te treden. Waarop de vervaarlijke dominee Paisley, extreem leider aan protestantse kant, bulderde dat kennelijk het beheer over Hare Majesteits grondgebied in Noord-Ierland al was verkwanseld.
En Mitchell McLaughlin, de voorzitter van Sinn Fein, de 'politieke vleugel’ van de IRA, kon een veroordeling van de bom in het hotel te Enniskillen kennelijk niet over zijn lippen krijgen. De bom was onvermijdelijk na het falen van het vredesproces - door Londens schuld. McLauglin komt de eer toe hieraan te hebben toegevoegd dat hij zijn twijfels had over de oorsprong van die bom.
Het 'vredesproces’. Dat bestond voornamelijk uit het opschorten van de geweldcampagne van de IRA. Zeventien maanden geen geweld van betekenis en eenentwintig maanden geen geweld in Noord-Ierland zelf. Tot afgelopen zondagmorgen dus.
Ondanks het bestand zonk het vredesproces weg in een stinkend politiek moeras. De regering van John Major raakte in het Lagerhuis zijn werkelijke en werkbare meerderheid kwijt. Hij werd de gevangene van de zes of zeven stemmen van de protestantse afgevaardigden uit Ulster. En zij, de protestanten, dicteerden het vredesproces. Sinn Fein zou alleen maar mogen meedoen aan het proces wanneer de IRA eerst al zijn wapens inleverde. Maar wie zich ook maar even heeft verdiept in de geschiedenis en de mores van de IRA, weet dat een (vernederend geacht) inleveren van wapens uitgesloten was. Los van het feit dat de IRA morgen de wapens kan terugkopen die het vandaag inlevert. Het was John Hume, de leider van de gematigde katholieke Social Democratic Labour Party (SDLP) die dit ooit opmerkte. John Hume, de man die een kwart eeuw besteedde aan pogingen te bemiddelen tussen de uitersten, leek overigens door hetgeen de afgelopen dagen gebeurde, geheel kapot.
HET VREDESPROCES bestond ook uit de farce van een verkiezing. Het volk van Ulster moest gaan uitmaken wie aan de onderhandelingen over vrede zouden mogen deelnemen. Sinn Fein kreeg bij die verkiezingen meer stemmen dan ooit. Maar Sinn Fein mocht niet meepraten. Immers, de IRA had nog steeds zelfs geen handpistool ingeleverd. En al snel werd duidelijk dat de protestanten in Noord-Ierland misschien wel vrede wilden, maar dan een vrede die hun positie zou bevestigen of zelfs versterken. Ook werd duidelijk dat binnen de IRA de harde vleugel, die nooit had geloofd in de mogelijkheid van een echt compromis, de overhand had. En eveneens werd duide lijk dat de invloed van het 'politieke’ Sinn Fein binnen de 'militaire’ IRA beperkt tot nihil was.
En ja - zo werd dus een situatie hersteld die voor een hele generatie het 'normale’ leven was geworden. Voortdurende angst voor een bom of een kogel. Een overheid die in de katholieke wijken van Belfast en Londonderry de werkelijke macht had moeten afstaan aan de IRA. En in het openbare leven, voor zover aanwezig, de voortdurende dominantie van de protestanten. En de niet aflatende haat tussen de twee bevolkingsgroepen.
WIE ECHT WIL begrijpen waardoor ongeveer een miljoen protestanten en zeshonderdduizend katholieken in een provincie binnen onze eigen Europese Gemeenschap elkaar zo intens haten, moet echt honderden jaren in de geschiedenis teruggaan. Naar de zestiende en zeventiende eeuw. Duizenden Schotten vestigden zich in het toenmalige noorden van Ierland, vlakbij, ook al bestonden er toen nog geen reguliere veerdiensten. De Schotten brachten uiteraard hun godsdienst mee. Ze waren stuk voor stuk vrome presbyterianen. Ofwel, vertaald naar Nederlandse begrippen: gereformeerden. En die presbyterianen konden het met de lokale bevolking, niet beroerd door de reformatie, niet vinden.
Een cruciale dag voor het verloop van de geschiedenis werd 11 juli 1690, de Slag aan de Boyne. In het normale nieuws van de laatste week is meermalen aan die slag gerefereerd, maar zoals elk jaar: men kwam niet veel verder dan te zeggen dat aan de Boyne stadhouder-koning Willem III, zelf presbyteriaan, een overwinning behaalde op de katholieke Jacobus (James) II. Binnen het toenmalig Europa had de veldslag brede betekenis. De Slag aan de Boyne was voor Willem van Oranje - een geducht veldheer en via zijn huwelijk met Mary Stuart ook nog enkele jaren, van 1688 tot 1692, koning van Engeland - een zet in het grote spel tegen de macht van Lodewijk XIV. Jacobus, afgezet als koning, was namelijk een vazal van Lodewijk.
De Boyne ontspringt ongeveer midden op het Ierse eiland en loopt richting noordoost naar de Ierse zee. De Boyne ligt een stuk zuidelijker dan de huidige grens tussen de Ierse republiek en Ulster. De veldslag zelf is uitstekend gedocumenteerd en voor militaire historici minstens even interessant als de Slag bij Waterloo. James, voornamelijk afhankelijk van Franse huurlingen, bleek machteloos tegenover het goed georganiseerde Nederlands-Engelse leger van Willem. Aan diens kant ging echter na de overwinning, op de avond van de elfde juli, iets mis. Zijn troepen, stuk voor stuk protestant, haatten de katholieke tegenstanders dusdanig dat ze - toen de slag al gestreden was en de katholieke legereenheden op de vlucht waren - een verschrikkelijke slachting aanrichtten. Praktisch alle ge wonde soldaten werden alsnog afgeslacht, alleen de officieren werden gespaard. Willem hoorde er pas later van; hij had vroegtijdig het slagveld verlaten, hij had zeventien uur op zijn paard gezeten. Het afslachten was geschied tegen zijn wil. Hij liet een soldaat die het al te bont had gemaakt, ter plekke ophangen.
Zes jaar bleef de haat tussen katholieken en protestanten min of meer latent. Maar op 21 september 1696 barstte de bom. Paramilitaire groepen (toen al!) uit de twee kampen kwamen tegenover elkaar te staan in de Battle of the Diamond. Goed voor een stuk of dertig doden. Voor de protestanten de aanleiding om de Orange Order op te richten, 'ter handhaving van de orde en de vrede van het land en de protestantse grondwet en ter verdediging van de Koning en diens erfgenamen zo lang als zij het protestantse gezag zullen handhaven’.
Van generatie op generatie is de afgelopen driehonderd jaar de haat overgedragen. In het noorden van het eiland waren de protestanten de meesters en de katholieken weinig meer dan slaven. En toen na de Eerste Wereldoorlog Ierland zich ontworstelde aan de Britse overheersing, ging het noorden (Ulster) niet mee. De verdeling (partition) was een feit. Volgens moderne historici een onvermijdelijke, maar evengoed fatale beslissing.
In de bevrijdingsstrijd van de Ieren tegen Engeland speelde Sinn Fein, toen al een politieke beweging, een grote rol. Evenals het tegen de Engelsen vechtende Ierse Republikeinse Leger. Niets nieuws dus onder de Ierse zon. Alleen was de IRA passief tot 1969. Toen, geinspireerd ook door de beweging voor de burgerrechten in de Verenigde Staten, begon de opstand.
ACHTERAF BESCHOUWD was het verwonderlijk dat die opstand niet eerder kwam. De onderdrukking van het katholieke volksdeel in Noord-Ierland had bijna groteske vormen aangenomen. Sociaal gezien waren de katholieken minder dan horigen. Ze konden binnen de overheid geen enkele ambtelijke functie bekleden, in het bedrijfsleven was elke chef protestant. En wonderbaarlijk: tot op de dag van vandaag is 97 procent van de RUC protestant, geen enkele officier is katholiek.
Politiek was Noord-Ierland een aanfluiting. Stormont, het kasteel buiten Belfast waar de regering zetelde, had dezelfde klankwaarde voor de katholieken als Euterpestraat voor de Amsterdammers tijdens de Duitse bezetting. Nog steeds is Stormont voor de katholieken een vies woord. In een stad als Londonderry, met een katholieke meerderheid, heerste zoals in heel de provincie, een districtenstelsel. Elk district een afgevaardigde in de gemeenteraad. En dus werden, zoals elders, de katholieken bijeengedreven in een enkele wijk, de Bogside. Later, in de jaren zeventig, was dat lange tijd verboden gebied voor de Britse overheid, want de Bogside was geheel in handen van de IRA. Zoals trouwens hele wijken in Belfast, met Falls Road als slagader.
Dat de protestanten elk jaar de Slag aan de Boyne herdenken is van hun kant gezien begrijpelijk. Maar de nederlaag van het katholicisme wordt wel herdacht met circa 3500 marsen, van juni tot begin september. Als de republikeinen stellen dat die marsen provocerend en vernederend zijn, dan hebben ze natuurlijk gelijk. Traditioneel gaan de marsen van de protestanten altijd even door katholieke wijken. Met hun bolhoeden, hun oranje sjerpen, hun medailles en trommels en strakke gezichten is het ook voor een buitenstaander moeilijk de Orangisten aardig te vinden. In Londonderry gaat de mars over een wal, hoog boven de Bogside. Het is goed protestants gebruik pennies naar beneden te gooien, naar de katholieken.
Men mag de protestanten arrogant en verwaand noemen. Hun geloof in hun verzet tegen alles wat katholiek is, is een heilig geloof. Afstand doen van hun suprematie in Ulster is voor hen gelijk, zoals dominee Paisley het vaak stelt, aan uitlevering aan de duivel. Immers: de oplossing van het Noordierse probleem is, rationeel gezien, alleen maar de aansluiting bij de zeer katholieke Ierse republiek.
Die aansluiting komt er ook, als tenminste toekomstige Britse regeringen een oude belofte nakomen. En wel de belofte dat het volk van Noord-Ierland zelf mag beslissen. Via een referendum. Zolang de protestanten een numerieke meerderheid hebben van iets minder dan twee op een, komt die aansluiting er niet. Maar de demografische klok tikt. Het aantal protestanten neemt af, het aantal katholieken neemt toe. Nog een jaar of tien, is de schatting. Voor wie fijn gereformeerd is (en dat zijn de Ulsterse protestanten in hoofdzaak) moet het metterdaad een duivels schrikbeeld zijn.
Natuurlijk bedrijft de IRA terreur. Tenminste als terreur wordt opgevat als gewelddadige strijd tegen het aanwezige wettige gezag. Zo was Nelson Mandela een terrorist. De ex-terrorist zat vorige week als president van de Zuidafrikaanse Republiek naast koningin Elizabeth. En natuurlijk: ook De Valera was een terrorist. En hoe! Hij werd na de Paasopstand in Dublin tegen het Britse gezag (1916) ter dood veroordeeld. Hij werd de eerste president van het nieuwe Ierland. Menachim Begin was ook een terrorist. Het moge duidelijk zijn: geen rechtschapen katholiek in Ulster ziet de IRA als een terroristische beweging. Er is zelfs een meerderheid onder de katholieken voor het schrikbewind dat de IRA nog steeds uitoefent. Het uitdelen van een pak slaag (heel kleine straf) tot het kapot schieten van de knieschijf of het insmeren met pek en veren wordt binnen de katholieke gemeenschap gelaten aanvaard.
Wat zo langzamerhand de IRA-watchers meer en meer verbaast, is de perfecte organisatie. Alleen al in Belfast zijn honderden voornamelijk jonge mannen actief lid van de IRA. Maar wat wil dat zeggen? Het wil zeggen dat ze maximaal twee andere leden kennen. En dat ze leven in de harde wetenschap dat verraad ook gevolgen heeft voor bloedverwanten. Een ander fenomeen: de IRA liegt niet. Als de IRA laat weten, via gecodeerde boodschappen, dat de beweging niet verantwoordelijk is voor die bom van zondag in Enniskillen, dan is dat zo. Wat eventueel katholieke splintergroepen doen, is natuurlijk vers twee.
HET PROTESTANTSE paramilitairisme is verdeeld. Twee grote en twee kleinere groepen zijn bewapend en opereren los van elkaar. Ze hebben geen duidelijke politieke vleugel, zoals de IRA. Ze worden, terecht of niet, iets minder serieus genomen. Nimmer is zo expliciet van de protestantse strijders inlevering van wapens verlangd als van de IRA.
Wat de afgelopen week gebeurde, is ook een klap in het gezicht van Bill Clinton, de Amerikaanse president. Hij heeft van alles gedaan om het vredesproces te stimuleren. Tot en met het ontvangen van Sinn-Feinvoorman Gerry Adams op het Witte Huis en uitbundig haddenschudden met Gerry op Falls Road in Belfast. Het heeft niet mogen baten. Er is weinig dat Clinton verder kan doen om zijn kiezers van Ierse afkomst (en dat zijn voornamelijk katholieken) te paaien.
Allerlei hoofdrolspelers in het Noordierse drama hebben verkondigd dat het vredesproces dood is of bijna dood. Maar de vraag is of het ooit heeft bestaan. De werkelijkheid achter alles wat er gebeurde in Noord-Ierland, de Ierse Republiek en Londen was altijd: manipuleren en manoeuvreren van de regering van John Major. Met maar een enkel doel: voorkomen dat de Unionisten zouden doen waarmee ze steeds weer dreigden - intrekken van de steun voor Major in het Lagerhuis. En dat zou het einde hebben betekend van het Conservatieve bewind (sinds 1979) in het Verenigd Koninkrijk. Alles wijst erop dat het voor Major uitstel van executie is. En alles wijst er ook op dat Tony Blair en zijn Labourparty in het toekomstige Lagerhuis zullen beschikken over een zeer ruime eigen meerderheid. Labour zal niet, zoals Major, hoeven te dansen naar het pijpen van de protestanten uit Ulster.
Het mooiste dat men kan hopen is dat de IRA - gekweld, mag men vermoeden, door innerlijke strijd - heeft besloten of zal besluiten om de enkele maanden die Major nog te gaan heeft (uiterlijk in mei moeten verkiezingen worden gehouden) rustig te blijven. De IRA heeft daar alles mee te winnen en niets te verliezen.
En de protestanten?
Het kan zijn dat ze in Portadown hun laatste troefkaart hebben uitgespeeld. Al met al: reden tot enig optimisme is er voor de korte termijn niet.