Nederland en de Joint Strike Fighter

In volle vaart de fuik in

Vergelijkingsonderzoeken roepen vragen op over de superioriteit van de Joint Strike Fighter boven andere gevechtsvliegtuigen. Toch volhardt het kabinet in zijn keuze voor de JSF. De belangen zijn groot, de lobby’s sterk.

Medium f 35c top

IN AUGUSTUS vorig jaar werd op een Amerikaanse luchtmachtbasis in Hawaï een geheim oorlogsspel gespeeld. Het betrof een zo realistisch mogelijke computersimulatie van luchtgevechten op korte afstand. Twee teams namen het tegen elkaar op. De Blue Force had onder meer de F-35 Lightning II in de gelederen, in Nederland beter bekend als de Joint Strike Fighter, de ultramoderne Amerikaanse straaljager die de ruggengraat moet gaan vormen van de US Airforce. Ook de Koninklijke Luchtmacht zal er vanaf 2014 waarschijnlijk 85 aanschaffen. De Red Force bestond uit SU-35’s, het nieuwste Russische gevechtsvliegtuig van de firma Sukhoi dat vanaf 2011 wereldwijd zal worden geleverd. Het blauwe team werd volledig in de pan gehakt. In de eerste twintig minuten van het spel verloor het honderden vliegtuigen, vooral JSF’s. Volgens een ingewijde waren de JSF-toestellen ‘vrijwel nutteloos’. Leden van het rode team hadden het over ‘het doodknuppelen van baby-zeehondjes’.

Volgens JSF-producent Lockheed Martin en het Pentagon was het allemaal geen probleem. De JSF is een stealth-toestel dat nagenoeg onzichtbaar is voor de vijandelijke radar. Tot nabije luchtgevechten zou het nooit komen, want de vijand zou al uit de lucht geschoten zijn voordat hij ook maar een JSF had gezien.
Diezelfde maand schreven twee onderzoekers van de gerenommeerde Amerikaanse Rand Corporation dat de JSF in het directe luchtgevecht ‘dubbel inferieur’ was aan moderne Russische en Chinese ontwerpen. ‘Can’t turn, can’t climb, can’t run’ was hun conclusie. In de Rand-analyse werd gesteld dat de stealth kans liep te worden achterhaald door het nieuwe VHF-radar. Als de stealth wegvalt is de relatief lichtbewapende JSF niet meer dan ‘een vliegende piano’, zoals een andere onderzoeker de next generation fighter jet typeerde. Kan de Hawaïaanse computersimulatie werkelijkheid worden? China heeft de in potentie superieure SU-35 al gekopieerd van de Russen, en de luchtmacht van Hugo Chávez, de heetgebakerde anti-Amerikaanse president van Venezuela, is het eerste land buiten Rusland dat over een gemoderniseerde versie van de SU-35 kan beschikken.
WAT DEED NEDERLAND toen eind vorig jaar de kritiek op de JSF aanzwol? Nederland deed niets. De regering en de Koninklijke Luchtmacht bleven op koers. Wat hen betreft wordt de grootste wapenorder uit de vaderlandse geschiedenis doorgezet. Het is moeilijk de financiële betekenis van de vervanging van de F-16 door de JSF te bevatten. 6,2 miljard euro kost de aanschaf van 85 toestellen. Dat is ongeveer een miljard meer dan de Deltawerken en ruim twee miljard meer dan de vier miljard die de verhoging van de AOW-leeftijd oplevert.
De Nederlandse luchtvaart- en defensie-industrie profiteert mee van de productie van de JSF. In 2002 besloot een nipte Kamermeerderheid om deel te nemen aan de ontwikkelingsfase van het toestel. Dat stond los van de beslissing of Nederland de JSF zou kiezen als vervanger van de F-16. Er waren alternatieven, en die zijn er nog steeds: de Eurofighter, de Franse Rafale, een gemoderniseerde versie van de F-16, en de Zweedse Saab-Gripen. Nog altijd is niet besloten tot aankoop van de JSF. Dat gebeurt pas in 2011 of 2012, onder een nieuw kabinet.
Defensie blijft benadrukken dat participatie in de ontwikkeling van de JSF en de aankoop van toestellen los van elkaar staan, maar dat is misleidend. Nederland heeft in 2002 achthonderd miljoen dollar betaald (toentertijd waren die nog 920 miljoen euro waard) om deel te mogen nemen aan de ontwikkelingsfase. In ruil voor die investering krijgt het forse kortingen bij aanschaf van de JSF. Hans Dibbetz, destijds voorzitter van de stichting Nederlandse Inschakeling Industriële Defensieopdrachten, zei het in 2002 in De Groene Amsterdammer als volgt: ‘Als je 920 miljoen euro hebt geïnvesteerd in de JSF, dan ga je niet nog eens om je heen kijken naar andere vliegtuigen. Dan kóóp je die JSF.’
De Kamer heeft Defensie bijkans moeten dwingen ook andere gevechtsvliegtuigen in aanmerking te laten komen. Uit onderzoek van NRC Handelsblad bleek dat bij de eerste officiële vergelijking in 2000 de informatie van concurrenten slechts beperkt werd meegewogen, waardoor de vergelijking uitviel ten gunste van de JSF. Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries, belast met het JSF-dossier, liet in 2008 een nieuwe vergelijking uitvoeren. Daaruit trok hij opnieuw de conclusie die Defensie al jarenlang trekt: de JSF is het beste toestel voor de beste prijs. Dat de Algemene Rekenkamer vrijdag oordeelde dat die conclusie niet voortvloeide uit de vergelijkingsrapportages deerde hem niet. Hij bleef erbij.

MET DE BESLISSING in 2002 om honderden miljoenen te investeren in de ontwikkelingsfase is Nederland in een fuik gezwommen. Deze week beslist de Kamer of ze nog dieper de fuik in gaat. Volgens schema moeten er twee testvliegtuigen worden aangeschaft voor een bedrag van in totaal zo’n 275 miljoen euro. Daarmee gaan Nederlandse piloten vanaf 2011 deelnemen aan een testprogramma. Er worden 32 piloten voor die taak opgeleid. Zonder nog maar één toestel gekocht te hebben zit Nederland al voor honderden miljoenen euro’s in het JSF-project.
Volgens berekeningen van Defensie zelf zou het 873 miljoen euro kosten als Nederland er nu uitstapt, zoals Italië reeds deed. Met de bijna onvermijdelijke aanschaf van de testtoestellen zal dat tot meer dan een miljard zijn opgelopen. De hele opzet rond de business case was dat de investeringen, voorgeschoten door de staat, zichzelf zouden terugverdienen. Maar de miljarden dollars aan orders die werden beloofd komen maar niet binnen. Het ontwikkelingsprogramma van de JSF is vertraagd en de kosten van het toestel kunnen nog altijd niet geraamd worden. Mede daardoor blijft de verkoop van de JSF ver achter bij de verwachtingen.

HET IS EEN wonder dat het JSF-dossier nog geen koppen heeft doen rollen. Tot twee keer toe heeft de regering het parlement verkeerd voorgelicht. Vorig jaar september onthulde KRO’s Reporter dat het kabinet wist dat in de ontwikkelingsfase de tegenorders van Lockheed Martin niet achthonderd miljoen dollar zouden bedragen, maar slechts 350 miljoen. De premier zelf moest aanrukken, maar Balkenende suste de zaak. Later die maand constateerde NRC Handelsblad dat de vergelijkingen die de luchtmacht van de concurrenten liet maken niet deugden. Bij de laatste vergelijking, uit mei 2008, werden opeens zwaardere eisen gesteld. Zo moesten de toestellen hun geschiktheid tonen om luchtafweer uit te schakelen. Dat kon wonder boven wonder alleen de JSF, het enige stealth-toestel. Ook nu bleef een politieke afstraffing uit. De Kamer was niet eens zo heel erg verontwaardigd. Zou ze zich al hebben neergelegd bij de feiten?
Het JSF-dossier is zo onverkwikkelijk omdat het gaat om meer dan slechts de aanschaf van gevechtsvliegtuigen en de bijbehorende compensatieorders. Het gaat ook om de toekomst van de luchtmacht en om het steunen van de Nederlandse luchtvaartindustrie.
Na het faillissement van Fokker besloot de regering zich hard te maken voor het behoud van de overgebleven bedrijven en kennisinstituten uit het ‘luchtvaartcluster’. Daartoe werd onder meer tien miljoen dollar vrijgemaakt om zich in te kopen in de concept-demonstratiefase van de JSF, het requirement validation-project. ‘Daarmee wordt op geen enkele wijze vooruitgelopen op de keuze voor een vervangend vliegtuig’, meldde toenmalig staatssecretaris van Defensie Jan Gmelich Meijling aan de Tweede Kamer. De fuik was geopend.
Ook de luchtmacht was beducht voor de toekomst. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog vloog Nederland ‘Amerikaans’ en dat zorgde ervoor dat meegedraaid kon worden op het allerhoogste niveau. Als de luchtmacht zou overstappen op een Europese jager zou dat veranderen. Bovendien rees de vraag of er na de Koude Oorlog nog wel behoefte was aan grote aantallen geavanceerde jachttoestellen.

IN MAART 2002 onthulde De Groene Amsterdammer dat de luchtmacht al sinds 1996 twee verbindingsofficieren had gestationeerd in Washington die de vinger aan de pols hielden in het JSF Program Office en in het Pentagon. Al ruim voordat de Kamer in kennis werd gesteld van het voornemen de F-16’s te vervangen, waren zij bezig Nederland rijp te maken voor de JSF. Zij stelden onder meer voor om ‘Luchtmacht-voorlichting een gunstige atmosfeer te laten creëren rond het vervangingsprogramma F-16 in het algemeen en deelname aan het JSF-programma in het bijzonder’. De lijntjes tussen de defensie-industrie en de luchtmacht bleken kort. Hans Dibbetz, vertegenwoordiger van de defensie-industrie, en commodore Peter Vorderman, souschef Plannen en Projecten van de luchtmacht, stuurden elkaar kattebelletjes en weldra zwom de vis het requirement validation-project in. Ook de banden tussen de politiek en de industrie wierpen vruchten af. De mogelijkheid om niet op het dure en risicovolle Level 2 in het JSF-ontwikkelingsprogramma te stappen, maar op het veel kleinschaliger Level 3, zoals de Denen, de Noren, de Turken, de Australiërs en de Canadezen zouden doen, werd nauwelijks onder de aandacht van de Kamer gebracht.
Het merkwaardigste is nog wel dat het parlement voorbij lijkt te gaan aan moderne ontwikkelingen. Onbemande toestellen spelen een steeds grotere rol, maar niet bij de luchtmacht. ‘Vreemd dat de discussie van de jaren negentig “bemand versus onbemand” volkomen is opgedroogd, althans voor wat betreft jachtvliegtuigen’, vindt oud-luchtmachtvlieger Willem Hageman op jsfnieuws.nl, een uitstekend geïnformeerde website.
Bovendien begon vorig jaar maart een interdepartementale werkgroep met strategische verkenningen naar de toekomst van Defensie. Doel is de verplichtingen meer in overeenstemming te brengen met de mogelijkheden van de kleine maar geavanceerde krijgsmacht. Het zou logisch zijn te wachten op de uitkomsten, want het is zeer de vraag of de JSF daarin past. Het vliegtuig kan dingen die politiek gevoelig liggen. Geavanceerde vijandelijke luchtafweer kunnen uitschakelen, bijvoorbeeld, is vooral handig als Nederland zou willen meedoen in de allereerste fase van een aanval op Iran. Laten we hopen dat Teheran tegen die tijd geen SU-35’s heeft aangeschaft.


UPDATE 23 april 2009

Afgelopen donderdagavond ging na een lang en tumultueus debat het JSF-verhaal een nieuwe fase in: de Initial Operational & Test-fase, om precies te zijn. Regeringspartij PvdA lag aanvankelijk dwars en weigerde akkoord te gaan met de aankoop van twee testtoestellen, nodig voor een voortzetting van de deelname van het Nederlandse luchtvaartcluster aan de ontwikkeling en productie van de JSF. Het PvdA-verzet leidde bijna tot een kabinetscrisis.
Even na 19.00 uur liet PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer weten dat een compromis was bereikt: de PvdA gaat akkoord met het in gang zetten van de productie van het eerste testtoestel, zonder de garantie dat het toestel ook wordt aangeschaft. Het aanschafbesluit van de twee testtoestellen wordt uitgesteld tot 2010. Valt dat negatief uit, dan kost Nederland dat hoe dan ook 20 miljoen euro. De PvdA liet in een motie vastleggen dat het akkoord gaan met de IO&T-fase géén definitieve keuze inhoudt voor de aanschaf van 85 JSF-toestellen als vervanging van de huidige F-16’s. Het compromis behelsde voorts dat die keuze twee jaar wordt uitgesteld, tot in 2012. Dan zit er een nieuw kabinet.
Feitelijk betekent dit dat Nederland opnieuw dieper de fuik in is gezwommen. Mocht een nieuw kabinet willen afzien van de aankoop van de JSF, dan zal het moeten uitleggen waarom al bijna 900 miljoen euro in het JSF-programma is gestoken en waarom Nederland afziet van de kortingen op de aanschaf die deelname aan dat programma inhoudt. Als er wél testtoestellen worden aangeschaft is dat bedrag nog eens 200 miljoen hoger. Bovendien is nu al duidelijk dat veel minder JSF’s zullen worden geproduceerd dan begroot in 2002, waardoor de inkomsten van de Nederlandse industrie flink achterblijven. Dat zet extra druk op een nieuw kabinet om in 2012 toch maar in te stemmen met de JSF als vervanger van de F-16.