In vrijheid verantwoordelijk

Het begrip ‘bekering’ heeft behalve een religieuze ook een nogal negatieve connotatie: mensen die ineens ‘het licht’ hebben gezien en vervolgens, met ‘de enige waarheid’ op zak, voor een compleet andere levensrichting kiezen, moeten in hoge mate compromisloze, zo niet starre, ja, zelfs misschien wel bekrompen zielen zijn. De associatie met eenrichtingsverkeer dringt zich op: geen vrijheid te keren, te dwalen, zijweggetjes in te slaan, te kiezen en opnieuw te kiezen, anders te denken en zijn. Het is dwingend en daardoor tiranniek.

Het beslissende boek, het boek dat mij ‘het licht’ heeft doen zien, ‘tot inkeer’ heeft gebracht, is er daarom niet en zal er hopelijk ook nooit komen. Wel is er een roman die meer dan andere romans aan mijn gevoel en intellect appelleert: The Dispossessed (1974) van de Amerikaanse Ursula K. Le Guin.

Het is een toekomstroman, een rijke ideeënroman, een ‘ambiguous utopia’, zoals de veelzeggende ondertitel luidt, die niet altijd even makkelijk leest. De plot is weinig actievol. Het verhaal is compact. De tekst is soms moralistisch. En Le Guins protagonist Shevek, een briljante natuurkundige die door een andere werkelijkheidsbenadering een complexe tijdstheorie en ‘sneller-dan-het-licht-communicatie-systeem’ probeert te ontwikkelen, is een weerbarstige weifelaar: introspectief, bedachtzaam, filosofisch.

The Dispossessed is knap geconstrueerd. Le Guin schrijft vloeiend en helder, gebruikt het ritme van de taal. Ze zoekt de nuance, daagt je uit en verleidt je beurtelings mee te reizen naar haar weldoordachte, utopische libertair-anarchistische planeet Anarras (Sheveks thuisbasis) en kapitalistische zusterplaneet Urras.

Anarras lijkt ideaal: een gedecentraliseerde samenleving die bestaat uit samenwerkingsverbanden, netwerken waarin ‘veelzijdigheid, vitaliteit, vrijheid om initiatieven te nemen en nieuwe dingen te zoeken’ centraal staan. Maar Le Guin is meedogenloos en ontmaskert haar utopie. Ook Anarras blijkt verworden tot een dogma. Het sociale geweten domineert het individuele. En als blijkt dat Sheveks eigenzinnige wetenschappelijke werk niet gewaardeerd wordt, omdat hij buiten de geldende ‘goedkeuringssfeer’ treedt, reist hij vrijwillig af naar Urras.

Geen samenleving, geen richting, geen idee is duurzaam, noch solide. Een idee is net als gras, ‘het groeit des te beter als erop wordt getrapt’. ‘De plicht van ieder individu’, ontdekt Shevek, ‘is geen enkele dwang te aanvaarden, om zelf zijn daden te initiëren, om zelf in vrijheid verantwoordelijk te zijn’: omkeren, verkeren, maar niet bekeren. Pas dan zal een samenleving echt leven en veranderen en zich aanpassen en overleven.