Michail Piotrovski, Ruslands cultuurpaus

‘In zekere zin ben ik ook een tsaartje’

‘Iedereen zal van Rusland houden in plaats van er bang voor te zijn.’ Een gesprek met Michail Piotrovski, directeur van de Hermitage in Sint-Petersburg, bij de opening van de dependance langs de Amstel.

‘LATEN WE MAAR gaan zitten in het kantoor van de president’, zegt Michail Piotrovski, tussen bloemen en verhuisdozen laverend. De Hermitage Amsterdam is gisteren door koningin Beatrix en president Medvedev geopend en er is sindsdien de hele nacht doorgefeest. ‘Voor de Russische president is een werkruimte ingericht voor het geval van oorlog of internationaal conflict’, verklaart Piotrovski. ‘Met uitzicht op de Stopera.’ En nee, in de twee dagen dat hij met Medvedev op sjouw was, heeft hij geen atoomkoffertje gezien.
Jeans en ruisende zijde. ‘Ik heb de halve nacht in het nieuwe museum rondgehangen en naar de honderden mensen gekeken. Het was Midzomernacht, alle lampen aan de Amstel brandden en iedereen was hier welkom. Sommige dames hadden zich in avondkleding gehesen, schitterende creaties, en het sloot perfect aan bij onze openingstentoonstelling Aan het Russische hof. Door tentoonstellingen als deze gaan mensen zich anders gedragen. Ze vinden het leuk om zich voor de gelegenheid eens volgens de etiquette te kleden. Ze ontwikkelen stijl en zwier. Beschaven: het is een van de kerntaken van musea.’
Arabist en historicus Michail Borisovich Piotrovski (64) is bijna twee decennia directeur van Ruslands meest prestigieuze museum, de Hermitage. Ook dat gooit hij met regelmaat 24 uur open, tijdens de fameuze Witte Nachten, wanneer in Sint-Petersburg de zon niet ondergaat. Aan de Amstel is in no time ‘een geheel nieuw product’ verschenen. Dat de belastingbetaler bovendien geen cent kost: dankzij een kiene fondsenwerving is de Amsterdamse Hermitage geheel self-supporting.
Piotrovski: ‘Het is méér dan een museum. We willen een niet meer weg te denken cultureel centrum zijn. Er zijn dagelijks concerten. We houden drie jaarlijkse muziekfestivals. We hebben lezingen, cursussen, masterclasses. Kunstklasjes voor kleuters, films in de binnentuin; musea tegenwoordig zijn places of events.’
Het trendy café-restaurant zal open zijn tot één uur ’s nachts. Een groots nachtrestaurant had Amsterdam nog niet. ‘Welnu, alsjeblieft; hier heb je ’t, ha ha.’

‘ON-NEDERLANDS? Een jaar of vijf, zes geleden zou ik dat ook gedacht hebben. Maar ik ben hier inmiddels veel geweest en er zijn verscheidene Nederlanden. De vele koninklijke recepties en ontvangsten zijn óók Nederland. Jullie hebben this Boss in Holland en dat geeft een heel eigen schwung aan dingen. Als gestaald marxist zou ik daar natuurlijk niet in mogen geloven, maar bepaalde personen zijn doorslaggevend. Speciaal wanneer je iets nieuws wilt opzetten. In 1991 kreeg ik een brief van Ernst Veen van de Nieuwe Kerk die een tentoonstelling wilde organiseren over het Goud der Scythen. Dat was nieuw en dat was een uitdaging. De tentoonstelling werd een publiekssucces, dus besloten we er nog een te maken en toen nóg een. Er werd een Vriendenclub opgericht die ons ging helpen met de restauratie van ons lekkende dak en van onze Rembrandts; de koninklijke familie raakte geïnteresseerd. Willem Alexander kwam langs in Petersburg en toen de koningin, en het idee werd geboren voor een dependance in Amsterdam. De koninklijke familie heeft de Hermitage aan de Amstel altijd ondersteund, ook persoonlijk. Beatrix opende veel van onze tentoonstellingen. Noem me maar nostalgisch; voor mij is ze het toonbeeld van de Goede Tsaar. Ze is een koning zoals een koning moet zijn. In de tuin met Medvedev haalden we herinneringen op aan de opening van de Catharina de Grote-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk, toen er een bommelding was en de koningin zei: “Kom mee, ik woon vlakbij”, en iedereen meenam naar haar paleis totdat de Nieuwe Kerk uren later weer werd vrijgegeven. Een gekozen staatshoofd zou anders reageren, meer vastzitten aan regels en do’s en don’ts. Koningen zijn deel van het culturele erfgoed. En er is een deel van deze erfenis dat alleen zij kunnen reproduceren. Dat is een belangrijk inzicht. Zelfs voor zo’n vrij en democratisch land als Nederland.
De vorstelijke bemoeienis is ook in Rusland van gewicht: de komst van Medvedev hier heeft alles te maken met het feit dat de koningin zoveel belangstelling toont voor het museum. Een goede tsarina kan alle verschil maken. Een tsaar kan goede dingen bewerkstelligen en soms ook kan alleen een tsaar dingen voor elkaar krijgen.’
Zelf zit hij in Sint-Petersburg aan het bureau van Alexander III. ‘Ja, in zekere zin ben ik ook een tsaartje. De finale besluiten neem ik uiteindelijk alleen. Als ik een buitenlandse tentoonstelling wil houden, kan ik dat zelfstandig beslissen, die armslag heb ik.’ Dus krijgt Amsterdam na de praal van de Romanovs in 2010 Matisse en Picasso en daarna Alexander de Grote.

ZONDER BEATRIX STOND de Hermitage er misschien nog niet. Want de oppositie kwam uit onverwachte hoek. De twintig Russische Rembrandts, waaronder Saskia als Flora en weergaloze late portretten, mochten onder geen beding naar Amsterdam, zo was de afspraak. Het Rijksmuseum, zoveel is duidelijk, zag de nieuwe Hermitage regelrecht als een bedreiging. Piotrovski wil er niet veel woorden meer aan vuilmaken: ‘We wilden destijds kijken hoe we deel konden gaan uitmaken van de museumfamilie zonder iemand voor de voeten te lopen. We wilden niet de concurrentie aangaan met de Amsterdamse musea en ronken: “Kijk eens wat een prachtige Hollandse Meesters wij hebben.” Dus besloten we geen Nederlandse kunst te gaan tonen, zodat de toeristen voor Oude Meesters naar het Rijksmuseum zouden gaan. Maar ik denk sterk aan public relations; ik zag een kans om ons op de kaart te zetten. We riepen luid dat we enkel Nieuwe Dingen gingen brengen. En dat is wat we deden.’
Maar hoe kunnen in hemelsnaam musea elkaar als concurrenten zien?
Hij haalt z’n schouders op. ‘Het is een non-issue. We zijn inmiddels waar we willen wezen: we hebben de publieke opinie doen omslaan en als jullie het willen, brengen we de Rembrandts. En de Van Goghs. Al vind ik dat zelf nou niet zo bijster interessant.’
Wellicht willen we dat wel. Hoewel Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes meent dat een speciale Rembrandt-tentoonstelling aan de Amstel ‘verwarring bij het publiek’ zal zaaien. Maar het Rijksmuseum is wegens verbouwing tot 2013 goeddeels gesloten. Zou Piotrovski zijn eigen museum aan de Neva ook voor tien jaar op slot doen?
‘Nee. Ik wil me niet mengen in zaken van het Rijks, maar houd alsjeblieft als je verbouwt je museum open. Wij curatoren zijn niets vergeleken met onze instituties. Niets. We dienen. We geven ons leven voor de Hermitage, maar moeten begrijpen dat het museum niet ons eigendom is. Het Rijksmuseum is belangrijk en behoort toe aan de wereld. Kinderen horen door zo’n museum rond te kunnen banjeren, niet om bij ieder schilderij stil te staan, maar om de sfeer te proeven. Wij zijn in Petersburg in permanente renovatie, sluiten telkens vijf, zes zalen en verplaatsen dan de boel, opdat het museum altijd blijft functioneren. Mensen laten zien dat het museum in verbouwing is, is óók part of the performance.’

HET WINTERPALEIS, waar de tsaren woonden en de Revolutie begon, is méér dan zomaar een museum, zegt Piotrovski: ‘Het is een symbool van de Russische Staat.’
Sowieso was het uit de grond stampen van Sint-Petersburg door Peter de Grote een politieke daad van de eerste orde. De directeur van de Hermitage is ’s lands eerste cultuurpaus. Dat was zo in de sovjettijd, dat is ook nu zo. Er is zelfs een kleine planeet naar hem vernoemd. Nee, hij heeft geen ongemakkelijke verhouding met de Macht. Die kent hij van binnenuit: zijn vader, de oriëntalist Boris Piotrovski, was vóór hem 26 jaar lang baas van de Hermitage. Bovendien geldt het museum, dat zich een mythische status verwierf tijdens het driejarige Beleg van Leningrad, vanouds als een soort vrijplaats.
‘De Hermitage, zoals de naam ook letterlijk zegt, is een refugium, een toevluchtsoord. Het is belangrijk de straat buiten het museum te houden: de politieke hysterie, de economische malaise, de dagelijkse stress. De Hermitage is een wereld op zich. Mensen moeten weten dat ze bij ons in het museum kunnen bijkomen en opladen. Mentaal en intellectueel. De waan van de dag buiten kunnen laten.
Politieke veranderingen gaan voorbij, maar wij blijven. Mijn vader was lid van de communistische partij, maar hij was óók een erfelijk Russisch edelman. Tijdens de zeventig jaren van communistische heerschappij waren curieus genoeg de meeste directeuren van de Hermitage van adel. En soms zelfs geen partijlid.
In de tijd van mijn vader was er geen vrijheid maar wel geld. Niemand was rijk, maar alle musea werden evenredig bedeeld. Jouw instituut was zo goed als ieder ander. Het probleem was niet het geld maar de ideologie. Wegen te vinden om te doen wat jij wilde in plaats van wat de Partij wou. De Russische intelligentsia heeft een lange traditie van het bedotten van de regering. Als ze wilden dat je een Louis Quatorze-fauteuil een “stoel uit de tijd van de Franse bourgeoisie” noemde, dan deed je dat; het bleef per slot dezelfde stoel. Onder Jeltsin, toen ik directeur was, hadden we volop vrijheid maar geen rooie cent. Veel mensen, vooral buitenlanders, wilden dat we het museum verkochten. Met alle problemen die we hebben: de Russische musea hebben een geweldige prestatie geleverd. Zo ongeveer alles is in Rusland geprivatiseerd en inmiddels vier keer in andere handen overgegaan; alle inderhaast opgerichte museumholdings hebben het overleefd. Niet zonder moeite, niet iedereen is geporteerd voor ons. In de vroege sovjettijd riepen mensen: dit is een imperialistisch gedrocht, weg ermee, en ze probeerden delen van de collectie te stelen. In de postcommunistische tijd luidde het: dit is een sovjetmonster, laten we het opsplitsen en te gelde maken.
We hebben het overleefd en hebben opnieuw betekenis. In de allereerste plaats voor Rusland als een symbool van continuïteit van de eigen cultuur. Keizerlijk Paleis, Sovjet-Museum; als je als Rus de Hermitage binnenkomt en je ziet al die dubbelkoppige adelaars en emblemen van Russische staatsmacht, dan voel je dat al dat kleine politiek gewemel niet zó belangrijk is. Ja, opnieuw zijn we een politiek symbool, al komt kunst op de eerste plaats. Ik probeer de politiek te gebruiken ten gunste van de kunst. Om te voorkomen dat politici óns gebruiken.’
In Moskou zit Sint-Petersburg in het zadel. President Dmitri Medvedev, vice-premier Sergej Ivanov, Gazprom-CEO Aleksej Miller; het is de coterie van Poetins Leningradse vrienden en Piotrovski kent ze goed en van nabij. ‘Ja, Medvedev houdt van kunst en zijn vrouw houdt van kunst, tralala, maar voor een politicus is dat bijzaak. Ik probeer hem duidelijk te maken dat kunst goed is voor politici. Goed voor hem. Het strekt ’m tot voordeel om van deze opening het centrale punt te maken van zijn eerste bezoek aan Nederland. Het was ook lang geleden zo gepland. Poetin was gewoon zijn gasten naar de Hermitage te voeren en het museum te gebruiken als smeerolie voor onderhandelingen. Van meet af aan troonde hij staatshoofden mee om ze alles te tonen. Je maakt een rondgang, hebt een prettig gesprek en op een bepaald moment neemt-ie dan iemand als Georg Bush mee naar een hoekje en dan spreken ze over ’t een of ander, komen terug en we gaan door met de kunst. Nee, geen gemengde gevoelens: als kunst de sfeer beter maakt en ze komen in een special mood, dan hoop ik dat ze dingen beter gaan doen.’

MEDVEDEV KONDIGDE in Amsterdam pardoes aan drastisch te willen snoeien in het kernwapenarsenaal…
‘Ha ha ha! Ik denk niet dat wij daar iets mee te maken hadden. Maar zonder gekheid: ik waardeer de diplomatieke kracht van kunst. Cultuur is de beste weg om relaties te verbeteren en elkaar te leren kennen.’
Ik weet niet wat Medvedev nadien nog allemaal heeft afgesproken over gasleveranties…
‘Ha ha! Toen ik met ’m in de tuin stond en onze sponsors aan ’m werden voorgesteld, zei-ie: “Ik hoef morgen geen rondetafelconferentie meer, want ik heb de CEO’s van alle belangrijke bedrijven hier al ontmoet.” Heineken, Philips, enzovoort. Nederland is na Duitsland Ruslands grootste handelspartner.’
Tegenover uw nieuwe dependance hing een gigantische poster van Amnesty International met het portret van de vermoorde journaliste Anna Politkovskaya: ‘Wie in Rusland niet zwijgt, is vogelvrij’. En homo-organisatie COC had Medvedevs boottochtje door de grachten opgeleukt met regenboogvlaggen. Heeft Medvedev er iets van meegekregen?
‘Geen idee. Maar hij is zonder meer van tevoren geïnformeerd. Een goede kans dat-ie ’t om zou keren: hier in Amsterdam kun je drugs kopen die je in Sint-Petersburg in ’t gevang doen belanden. In Medvedevs ogen ongetwijfeld een erg foute zaak. Nee, ik wéét dat het Nederlandse gedoogbeleid succesvol is en daarom vind ik het een goed principe, maar ieder het zijne. We moeten niet van ieder verschil een probleem maken; verscheidenheid is geweldig.’
Medvedev heeft de mond vol van ‘cultural exchange’. Maar culturele uitwisseling is niet iets vrijblijvends. Het vereist bezinning op je eigen zaak. Het Nederland waar u zo graag komt, is bij uitstek het product van burgerlijke vrijheden.
‘Absoluut. Maar het allerbelangrijkste is het openhouden van de deuren. Doorslaggevend voor Rusland was niet de terugkeer van het kapitalisme, dat in zekere zin gefaald heeft, het belangrijkste is dat de deuren zijn opengezet. Mensen begonnen te reizen en de wereld te zien en anderen kwamen naar Rusland. Dát is een allesbeslissende verandering die we moeten beschermen met alle middelen die ons ten dienste staan: de herwonnen openheid en de mogelijkheid om vrij buiten de grenzen te reizen.
Over de mensenrechten in Rusland heb ik een uitgesproken mening. Allereerst: het is nu veel beter dan het vroeger was. En je moet enorm uitkijken om de broze stabiliteit die we nu hebben niet kapot te maken, zodat we terugvallen, want die mogelijkheid is zeer reëel aanwezig. We moeten werkelijk oppassen dat we niet in een situatie komen waarin de machthebbers zeggen: en nu is het genoeg, we draaien alles terug en iedereen houdt verder z’n kop. Want hoe je het ook wendt of keert: het is meer dan ooit tevoren mogelijk kritiek te leveren op Poetin en op de regering. Dagelijks lezen we een hoop onfrisse dingen over hem, niet in de regeringskrant, maar wél in alle andere kranten.
We moeten veiligstellen wat we hebben. Als je heel hard gaat wiebelen in de boot zegt de kapitein op een gegeven moment: gooi ’m overboord! Het is een langzaam en precair proces, want wat is democratie? Allereerst: vrije verkiezingen. Maar wat zie je, in Iran, Irak, Afghanistan: verkiezingen hebben met democratie bitter weinig te maken. Rusland is op dit moment geen totalitaire staat. Maar kan dat, als de balans uit het oog wordt verloren, zomaar weer worden.
Mensen verlangen terug naar de vroegere grandeur van tsaristisch Rusland. Naar het kosmopolitisme van de Sovjet-Unie; psychologisch heel begrijpelijk. Sommige politici spinnen er garen bij. Op dit moment is Rusland wat meer nationalistisch getuned, en voor ’t moment is dat oké. Ik spring er graag op in: Onze Nationale Identiteit ligt in Onze Cultuur. Ja, we hebben een schitterend erfgoed. En ja, we gaan er alles aan doen om dat te beschermen en te verspreiden, een Rijk dat Cultureel is, en iedereen zal van Rusland houden in plaats van er bang voor te zijn! Ik meen het oprecht: ik geloof écht dat zoiets mogelijk zal zijn.’


Op pagina 42 vindt u een bespreking door Koen Kleijn van de tentoonstelling Aan het Russische hof: Paleis en protocol in de negentiende eeuw, die op dit moment te zien is in de Hermitage Amsterdam en ‘waarin alle glans en glamour die zijn donor in Sint-Petersburg te berde kan brengen wordt gepresenteerd. (…) De vele kabinetjes langs die [twee grote] zalen tonen aspecten van de hofcultuur, de geschiedenis van de tsaren in de negentiende eeuw, en de Russische cultuur in meer algemene zin. Die voorwerpen zijn verbazend in hun compleetheid, hun pure kostbaarheid en hun exotisme (…).

www.hermitage.nl