Film: Rebecca en het lot van een vrouw-van

In zijn ogen

Een nieuwe verfilming van Daphne du Mauriers gothic romance Rebecca nodigt uit om dit oerverhaal nader te bekijken. De horror in het hart van Rebecca is de horror van het huwelijk.

Lily James als Mrs de Winter en Armie Hammer als Maxim de Winter in Rebecca © Kerry Brown / Netflix

Rebecca, de populaire gothicromance van Daphne du Maurier uit 1938, vertelt over een naamloze jonge vrouw van bescheiden komaf die in Monte Carlo wordt geschaakt door de rijke weduwnaar Maxim de Winter – of wordt hij door háár geschaakt? Ze trouwen ter plekke, waarna hij zijn bruid meeneemt naar zijn beruchte landgoed, Manderley. In de verfilming van Alfred Hitchcock uit 1940 doemt Manderley op als een spookkasteel, zwart tegen een lichte hemel, omringd door bomen die binnen in het huis griezelige schaduwen op de muren werpen. Hier herinnert alles aan de vorige Mrs de Winter: Rebecca. Rebecca schuilt in de initialen die de nieuwe Mrs de Winter overal aantreft, geborduurd op servetten en linnengoed. Rebecca schuilt in de vertrekken die de huishoudster intact heeft gelaten, in de kleren die nog altijd de kasten vullen. En Rebecca schuilt in de verhalen die over haar worden verteld, verhalen waarin ze onwerkelijk mooi is, en een indrukwekkende vrouw des huizes. Hoe, vraagt onze verteller zich af, kan iemand Rebecca ooit opvolgen?

Rebecca is een spookverhaal zonder spook, Hitchcock begreep dat. En in spookverhalen is wat je niet ziet net zo belangrijk als wat je wel ziet. Wanneer Maxim in een sleutelscène tegen het einde van de film een herinnering aan Rebecca ophaalt, beweegt de camera zich door de ruimte alsof ze er nog is. Alsof ze opstaat van de bank en rondloopt. Maar we zien niets, de kamer is leeg.

In het rijtje tv- en filmadaptaties dat volgde op Hitchcocks verfilming sluit nu een Netflix-productie aan, geregisseerd door Ben Wheatley, met Lily James als de naamloze hoofdpersoon en Armie Hammer als Maxim. Dat Hitchcocks Oscar-winnende klassieker, met sublieme rollen van Joan Fontaine en Laurence Olivier, zich niet makkelijk laat overtreffen, hoeft niet minder nieuwsgierig te maken naar deze nieuwe versie, al was het maar omdat het verhaal zich bij uitstek leent om te zien. Du Mauriers roman is prachtig: weelderig van stijl en met een vileine kern, zoals de beste sprookjes. Maar in visuele vorm, waarin ieder personage behalve de titelfiguur een gezicht krijgt, wordt duidelijk dat Rebecca over identiteit gaat. Over de ongrijpbaarheid van identiteit en over een gebrek eraan – over inwisselbaarheid. Want hoewel Rebecca overal opduikt, blijft ze ondoorgrondelijk. Wie was Rebecca? Was ze haar geborduurde initialen? Haar bontjassen en negligé? Was ze de naam die ze droeg?

Die vragen leiden als vanzelf naar een andere vraag: wie ben je überhaupt als mrs, als vrouw-van? De hoofdpersoon krijgt voor ons pas een naam wanneer ze met Maxim trouwt, en zelfs dan is ze in de eerste plaats een nummer: de twééde Mrs de Winter. Haar voorgangster bestaat alleen in verhalen, ze is de leegte die wordt gevolgd door de camera. Ze is weliswaar een kracht, zelfs een die de dood weet te ontstijgen, maar ze wordt nooit een mens. Dit is het punt dat Du Maurier maakt: als vrouw-van ben je eigenlijk nooit een mens. Je bent net zo leeg als de bontjassen die Rebecca achterliet.

Op papier lijkt Ben Wheatley geknipt om Du Mauriers roman opnieuw te verfilmen. Net als Hitchcock weet de Britse cultregisseur welke duistere impulsen er schuilgaan in de krochten van de menselijke psyche; eerder maakte hij onder meer de gitzwarte comedy Sightseers, Ballard-verfilming High-Rise, tripfilm A Field in England en horrorfilm Kill List. Maar in esthetisch opzicht is Wheatley niet de meest verfijnde regisseur, en met de visuele potentie van Rebecca doet hij dan ook nagenoeg niets. Ze zijn er wel, de kleine momenten van visuele flair, zoals de impressionistische sequenties waarin losjes geschoten beelden speels door elkaar heen zijn gemonteerd. Maar in tegenstelling tot Hitchcocks Rebecca, waarin geen beeld zonder betekenis is, zijn de mooie plaatjes in Wheatleys versie gratuit. In tegenstelling tot Hitchcock lijkt Wheatley geen vat te hebben op de horror die schuilgaat in het hart van Rebecca.

Om die horror te begrijpen, moet je terug naar een ander oerverhaal: het sprookje Blauwbaard, in 1697 opgetekend door Charles Perrault. Ook in Blauwbaard neemt een weduwnaar zijn jonge bruid mee naar zijn kasteel, en ook in dit verhaal wordt zij geconfronteerd met haar voorgangsters. In 1979 gaf Angela Carter ‘Blauwbaard’ opnieuw vorm in haar korte verhaal The Bloody Chamber, in een verhalenbundel met dezelfde titel. Carters meesterlijke verhaal is zinnelijk en gruwelijk, maar eigenlijk voegt ze geen nieuwe elementen toe aan het oorspronkelijke volksverhaal – ze vergroot ze enkel uit. Het zijn deze elementen die ook Rebecca tekenen: het onschuldige meisje, de seksueel ervaren oudere man, de spoken uit het verleden, de scheve machtsverhouding. Eén element haalde Carter niet uit Blauwbaard maar zit wel in Rebecca: de bruid, die in al deze verhalen naamloos is, ontleent haar identiteit, en dan specifiek haar seksuele identiteit, aan haar echtgenoot. Ze bestaat pas op het moment dat ze zichzelf weerspiegeld ziet in zijn ogen, in zijn male gaze. En die seksuele ontluiking tekent haar ondergang.

Als vrouw-van ben je nooit een mens; net zo leeg als de bontjassen die Rebecca achterliet

De echtgenoot uit Blauwbaard blijkt een seriemoordenaar aan wie zijn nieuwste bruid uiteindelijk slechts op een haar na weet te ontsnappen. Ik denk niet dat ik iets verklap als ik zeg dat Rebecca minder duister afloopt, maar ook de relatie tussen Maxim en zijn bruid zou je tegenwoordig kenmerken als ‘toxic’, oftewel als giftig, ongezond. In Maxim is alleen met de beste wil van de wereld een romantische held te herkennen. In het beste geval is hij onpeilbaar, in het slechtste ronduit bot. Dat de bruid toch voor hem valt, zo wordt vooral in de nieuwere versies van het verhaal gesuggereerd, is omdat hij haar opwindt. En niet alleen dat: hij is de eerste die lust bij haar opwekt. In The Bloody Chamber verbeeldt Angela Carter die ontregelende initiatie met een ontmaagding die de verhouding tussen man en vrouw op scherp zet. ‘I had heard him shriek and blaspheme at the orgasm; I had bled. And perhaps I had seen his face without its mask; and perhaps I had not. Yet I had been infinitely dishevelled by the loss of my virginity.’

Ook bij Du Maurier en Hitchcock wordt de bruid gecorrumpeerd door haar echtgenoot, maar in deze kuisere verhalen wordt haar lust slechts geïmpliceerd. Hier ligt de focus op het geheim dat Maxim bij zich draagt. Wanneer zijn vrouw er weet van krijgt, zal ze nooit meer dezelfde zijn, zoals Eva die van de appel at. En zo draaien al deze verhalen rond dat ene gegeven: het verlies van onschuld. Of, specifieker: een oudere, machtige man ontneemt een jonge, naïeve vrouw haar onschuld, wat haar paradoxaal genoeg juist minder aantrekkelijk voor hem maakt. In Blauwbaard ziet die man het als reden om zijn bruid – keer op keer – te vermoorden; in Rebecca stelt het hem vooral teleur. Bij hun ontmoeting verzucht Maxim al tegen zijn aanstaande bruid: ‘It’s a shame you have to grow up’, om haar vervolgens te laten beloven dat ze ‘nooit 36 zal worden’. Later mijmert hij, terwijl hij haar gezicht bestudeert: ‘It’s gone forever. That funny, young, lost look I loved won’t ever come back.’

Joan Fontaine en Laurence Olivier in Rebecca van Alfred Hitchcock (1940) © Mary Evans Picture Library / ANP

De horror in het hart van Rebecca is de horror van het huwelijk. Wat Du Maurier suggereerde, en wat Hitchcock haarfijn aanvoelde, is dat in een patriarchale samenleving álle heteroseksuele relaties toxic zijn. De tweede Mrs de Winter smacht naar de goedkeuring van haar echtgenoot, ze accepteert al zijn grillen en geheimen opdat hij haar maar ziet staan, want buiten zijn blik bestaat ze niet. Buiten hém bestaat ze niet. En om haar klein te houden hoeft hij haar niet eens te straffen, hij leert haar hoe ze dat zelf moet doen. Eerst doet ze dat door zich met Rebecca te vergelijken, die illustere, zogenaamd superieure voorgangster wier schoonheid ze nooit zou kunnen evenaren. Maar gaandeweg leert ze Rebecca te haten, en schuilt juist dáárin haar straf. De superioriteit die Rebecca symboliseert is dan niet langer nastrevenswaardig maar verachtelijk. Een oudere vrouw, zo leert de bruid, zou je niet moeten associëren met wijsheid en macht, maar met het verlies van schoonheid en onschuld. Met het verlies, kortom, van mannelijke aandacht.

Waar Du Mauriers en Hitchcocks versies van Rebecca schuren, schokken, bijten en broeien, daar is Wheatleys versie vooral dramatisch. Waar de bruid zoals gespeeld door Joan Fontaine aandoenlijk maar angstig is, tegen het neurotische aan, daar wordt ze in handen van Lily James een charmante jonge vrouw, wier onhandigheid al snel plaatsmaakt voor een – heel terechte – zorgelijkheid. Waar Maxim in de vertolking van Laurence Olivier onheilspellend is, daar maakt Armie Hammer hem stijfjes en glad. En waar hun relatie in de versies van Du Maurier en Hitchcock dubieus was, een duistere mix van zinnelijkheid, noodlot, afhankelijkheid en dominantie, daar verliest deze bij Wheatley elke dubbelzinnigheid. In deze nieuwe Rebecca wordt het echtpaar voor problemen gesteld, terwijl in de vorige versies hun relatie zélf problematisch was.

In de beste versies is Rebecca geen verhaal over een huwelijk waarin de vrouw wordt kleingehouden, maar over een samenleving die dat doet. Het is het verhaal over een samenleving die vrouwen leert hoe ze zichzelf klein moeten houden – door de jeugd te verheerlijken en ouderdom te vrezen, door zichzelf te bekijken met mannenogen, door de nadruk te leggen op het uiterlijk, door zich te vergelijken met andere vrouwen. Want waarom zou een vrouw haar onschuld eigenlijk willen behouden? Waarom zou ze niet ouder willen worden, slimmer, sterker, machtiger? Dat een meisje opgroeit en volwassen wordt is niet háár maar zíjn schrikbeeld. Tegen het einde van Rebecca wordt duidelijk dat dát de betekenis van de titelfiguur is. Rebecca is het vleesgeworden schrikbeeld voor de man: mooi en verleidelijk, maar ook sterk en seksueel onverzadigbaar. Het is niet Maxims nieuwe bruid die in de schaduw van Rebecca staat, het is Maxim zelf die door haar werd overschaduwd. En hij verachtte haar erom. De naamloze hoofdpersoon is bang dat haar man niet van haar houdt. Maar, en dit is de horror in het hart van Rebecca, ze zou eigenlijk bang moeten zijn voor zijn haat.


Rebeccais vanaf 21 oktober te zien op Netflix