Menno Hurenkamp

Inboxgestuurd

Mensen vallen in twee groepen uiteen. Het ene deel doet iets omdat het ’t nodig vindt. Ze klimmen elke dag hun bed uit omdat ze het willen. Prima lui. Het andere deel doet iets omdat ’t moet. Ook niks mis mee. Maar als je ’s ochtends niet tegen ze aan duwt, blijven ze lekker liggen. Of, wanneer ze al achter hun bureau zitten, bewegen ze niet totdat iemand zijn hoofd om de hoek steekt en zegt: actie, nu.

Deze week leerde ik dat dit laatste type gedrag op ministeries in Den Haag ‘inboxgestuurd’ heet. Je doet niets, tot er een e-mail in de ‘inbox’ van je computer landt. Die e-mail kun je lezen, beantwoorden, doorsturen of gebruiken als aanleiding om iemand te bellen. Ben je daarmee klaar, dan is je werk klaar. Tot het volgende mailtje binnenvalt. Dan kun je weer lezen, antwoorden, doorsturen, wellicht iemand bellen of een collega aanschieten: ‘Zeg, ik lees hier dat…’ En dan weer wachten, totdat Outlook meldt dat er binnenkort een vergadering is. Of tot weer een veelbelovend bliepje klinkt.

We hebben het hier niet over oenen maar over academici. En denk niet dat de inboxgestuurde ambtenaren lui zijn. Je kunt zo dertig mailtjes op een dag krijgen. Vier keer per uur iets nieuws om op te reageren, vier keer per uur beslommerd met de signalen van de buitenwereld. Dan voelt zo’n dag inderdaad als erg druk. Maar vraag ze niet om zelf een boek te lezen, een analyse te schrijven of een mening te geven. Dat gaat slecht terwijl je op nieuwe mail zit te wachten. Heb je net een idee, komt er mail – een mens heeft ook geen rust, denkt de inboxgestuurde ambtenaar. Belangrijk werk kun je dus beter aan anderen overlaten, aan consultants bijvoorbeeld. Consultants kunnen wetten maken, zoals bij de Vreemdelingenwet gebeurd is. Consultants kunnen bepalen waar de stations voor de trein moeten komen te liggen, zoals bij de hsl gebeurd is. Ze kunnen vertellen hoe je de media moet bespelen, zoals Dig Istha nu doet voor minister Vogelaar.

Je kunt de Noordzee dempen met de rapporten waarin staat dat de rijksoverheid te weinig kwaliteit in dienst heeft. Er is te weinig soeverein opdrachtgeverschap richting aannemers, architecten, ingenieurs, leraren, psychologen. Mensen ‘in het veld’ hebben meer expertise dan de inboxgestuurde ambtenaar. Zo’n ambtenaar heeft geen ervaring bij het daadwerkelijk ‘maken’ van een flat, een weg, een stuk rail, een school of computernetwerk. Een architect of aannemer speldt hem gemakkelijk iets op de mouw, over wat het kost of hoe lang het duurt om iets te bouwen. Dus wordt per jaar 2,6 miljard euro uitgegeven aan extern advies en extern personeel om de inboxgestuurde ambtenaar een handje te helpen – volgens een door de overheid zelf gemaakte schatting van vorige week. 2,6 miljard is een stevig bedrag. Sterker, zo veel geven de ministeries van Volkshuisvesting, Landbouw en Economische Zaken stuk voor stuk niet uit per jaar. Er bestaat dus eigenlijk een onzichtbaar departement in Den Haag, het ministerie van Externe Prikkels Om Inbox-Gestuurde Ambtenaren Bij De Les Te Houden. (Afgekort: epo).

Het is verleidelijk om boos te worden over dat geld: geen democratische controle, ondoorzichtige besluitvorming, laat die ambtenaren zelf plannen schrijven. Je hoort de Tweede Kamer al donderen. Maar de dienstbaarheid van dit gedrag is ook wat waard. Niet voor niets heten ambtenaren in Engeland ‘public servants’. Stuur ze een berichtje wanneer je vindt dat ze harder moeten werken.