Inburgeren in het luchtledige van van der zwan

Er gaat vrijwel geen week voorbij of een of andere commissie brengt rapport uit: ouderenzorg (commissie-Welschen), gezondheidszorg (commissie-Biesheuvel, commissie-Van der Zwan), bijstand (commissie-Van der Zwan) het openbaar ministerie (commissie-Donner), de sociale werkvoorziening (commissie-Houben), et cetera. Het primaat van de politiek lijkt steeds veelvuldiger te worden uitbesteed aan in commissies verzamelde hoogleraren, ex-ondernemers en oude staatsmannen.

Zij moeten het kompas leveren waar de politiek bij gebrek aan eigen koersinzicht op moet gaan varen.
Vorige week was het de beurt aan een duocommissie van de hoogleraren Entzinger en (jawel) Van der Zwan met een advies over de integratie van migranten. Van der Zwan is een topper in commissieland. Vorige week verscheen er ook al een PvdA-rapport over Lokale beleidsvrijheid en financiele armslag dat door een commissie onder zijn voorzitterschap is geschreven.
Die voorstellen blinken niet uit in onderlinge consistentie. Waar de ene commissie-Van der Zwan zich vierkant keert tegen de bureaucratische uitvoering van de bijstandswet door de Gemeentelijke Sociale Diensten, stelt een andere commissie-Van der Zwan zonder blozen voor om een bureaucratisch web rond de nieuwe migranten te spinnen om hun ‘inburgeringsproces’ gedurende drie jaar in goede banen te leiden.
Het zou echter flauw zijn om de hersenspinsels van Van der Zwan en Entzinger daarmee af te doen. Eindelijk gaat het in een officieel document eens niet om het beperken van de instroom van immigranten (zoals de commissie-Geelhoed onlangs nog aan de informateurs voorrekende: Nederland is vol omdat nog voller te duur wordt), maar om de vraag: hoe kunnen we de nieuwkomers zo adequaat mogelijk integreren? De commissie heeft daar een duidelijk antwoord op: dat kan alleen via de arbeidsmarkt en dus moet er daar plaats worden vrijgemaakt, door concessies te geven aan werkgevers zodat deze geen sociale premies hoeven af te dragen. Zij pleiten voor, zeg maar, een Jeugdwerkgarantieplan voor migranten, compleet met taallessen en sancties als men niet meewerkt.
Hoewel er zeker discutabele kantjes aan deze voorstellen zitten, had de prompt afwijzende reactie van het Nederlands Centrum Buitenlanders wel een erg hoog Pavlov-gehalte. Wie een vinger naar de migrant uitsteekt, kan van deze zijde altijd op boegeroep rekenen. Zinvoller was het geweest om op het fictieve karakter van dit soort plannen te wijzen. De wenselijkheid lijkt in de ijdele lucht van de commissievergaderingen niet meer gehinderd te worden door realiteitszin. In een land waar het na jaren aandringen nog niet mogelijk is om alle nieuwkomers op taallessen te trakteren, waar het Jeugdwerkgarantieplan in al zijn voegen kraakt, waar de Wet Bevordering Arbeidskansen Allochtonen door werkgevers bewust wordt geboycot, is nuchterheid geboden. Het aanbieden van een inburgeringstraject van drie jaar is in die context zonder meer een illusie. En bovendien een gevaarlijke, want wat blijft hangen, is het idee dat nieuwkomers wel wat harder aangepakt kunnen worden, zonder dat ze echt wat wordt geboden. Maar op realiteitszin worden commissies niet afgerekend, want dan zou de markt voor de Van der Zwans snel verzadigd blijken.