Incest twee planten in dezelfde pot

Katarina von Bredow, Ik en mijn broer. Uitgeverij Querido, 187 blz., f27,50
Waar het gaat om erotiek worden jongere lezers nog altijd karig bedeeld. Terwijl er bijna geen film meer is zonder blote lijven in een of ander stadium van gezamenlijke actie, volharden jeugdboekenauteurs over het algemeen in hun beroep op het voorstellingsvermogen van de lezer.

Er is binnen de jeugdliteratuur al lang plaats voor zelfdoding, geweld, ver- slaving en abortus, maar gevoelens van seksuele opwinding en daaruit voortvloeiende handelingen bestaan voornamelijk bij de gratie van de suggestie. Ik herinner me een ‘stijve Charlie’ uit Wim Daniels’ Dingen van Daan en Karel Eykman, die in een van zijn jongerenromans een mooie trage vrijpartij beschrijft, maar in het algemeen zijn we nog niet veel verder dan Joop ter Heul, in de zeilboot met haar Leo: 'En ik legde mijn hoofd tegen zijn blauwe trui en warempel, ik was lief.’
Het debuut van de Zweedse Katarina von Bredow is andere koffie. Daarin wordt een tepel hard in een hand, is er sprake van hitsigheid en neuken en schrijft de hoofdpersoon: 'Ik was zo verdomd geil dat ik dacht dat ik dood zou gaan.’ Dat mag ongebruikelijk zijn, nog ongebruikelijker is dat een meisje zulke gevoelens een naam geeft en helemaal ongewoon dat deze spelen tussen broer en zuster. Syskonkrlek heet het boek oorspronkelijk, wat zoiets betekent als de liefde tussen broer en zuster en een veel eenduidiger titel is dan de Nederlandse titel Ik en mijn broer.
Wanneer haar broer op zevenenveertigjarige leeftijd is overleden, schrijft Amanda het verhaal van hun heftige en onmogelijke liefde op. Ze baseert zich daarbij op de dagboeken die vanaf haar zestiende lange tijd de enige uitlaatklep vormden voor haar gevoelens. Amanda en Ludvig groeien op als 'twee planten in dezelfde pot’, in een gebroken gezin, waar moeder vaak afwezig is vanwege haar werk. Na een aarzelende opmaat geeft het tweetal toe aan de hartstocht, probeert deze te bestrijden met surrogaatrelaties en wordt uiteindelijk door de omgeving gedwongen het verlangen op afstand van elkaar te laten afsterven. Von Bredow schreef een authentiek aandoend, waarschijnlijk autobiografisch gekleurd verhaal, dat je achterelkaar uit- leest. De lichamelijke bezetenheid is volstrekt geloofwaardig, ook al draagt ze het etiket incestueus en het is goed dat de in jongerenromans gebruikelijke romantiek nu eens is ingeruild voor erotiek. In haar dagboek tekent Amanda met enige verbazing op: 'Romantiek is eigenlijk niet sexy.’
Toch heb ik (moeilijk benoembare) vraagtekens bij het boek. Het lijkt alsof de incest alleen een soort vlag is die de lading van de openlijke erotiek moet dekken. Het thema wordt noch inhoudelijk, noch literair uitgewerkt. De achtergronden blijven bijzonder vaag en de figuren missen elke diepgang. In De cementen tuin van Ian McEwan bijvoorbeeld - niet speciaal voor jongeren geschreven, maar wel voor hen toegankelijk en onlangs door Andrew Birkin prachtig verfilmd - maakt de erotiek deel uit van het totale proces van volwassen worden. Na de dood van beide ouders proberen vier kinderen zich te handhaven in een van de buitenwereld geisoleerde omgeving, waarin de ontwikkeling van incestueuze gevoelens tussen de twee oudsten iets vanzelfsprekends krijgt. Lange tijd blijven ze onderhuids broeien en wanneer er ten slotte uiting aan wordt gegeven, betekent dat zowel een bevrijding als een bezegeling van de solidariteit tussen twee in het nauw gedreven pubers tegenover de bedreiging van bemoeizuchtige volwassenen. Daarnaast verbleekt Ik en mijn broer tot een vrij clichematige liefdesroman, met het nodige bloot en een slechte afloop.