Inderdaad, eo: de vrouw beslist

Als je aan de vooravond van je veertigste verjaardag, op de bank gezeten, aan de hand van het journaal en Nova constateert dat op de politieke agenda van vandaag abortus en softdrugs hoog genoteerd staan, ofte wel dezelfde zaken waarvoor je 25 jaar geleden je eerste schreden op het pad van de politieke participatie zette, is niet een gevoel van vertrouwdheid maar een welhaast buitenaardse vervreemding het gevolg.

Want het mag dan alom bekend zijn dat de geschiedenis zich herhaalt, de omloopsnelheid wordt wel erg hoog op deze manier. En de opmerking dat in de geschiedenis alles twee keer gebeurt, eenmaal als tragedie en eenmaal als farce heeft al jaren geleden zijn troostende werking verloren.
Abortus dus. De Nederlandse abortuswet kwam indertijd tot stand na jarenlange politieke en maatschappelijke discussie en was een niet al te fraai uitgevallen compromis. Door het CDA geslikt omdat er iets te veel stemmen opgingen die vaststelden dat een paarse coalitie alleen al om de abortus wettelijk te regelen gewenst was, en door progressieve partijen gesteund omdat een redelijke wet beter leek dan geen wet. De wet spreekt van een onontkoombare noodsituatie, vijf dagen bedenktijd en de verplichting voor de arts om de client op alternatieven te wijzen. In werkelijkheid sanctioneerde de wet een alleszins redelijke Nederlandse praktijk.
Dat de anti-abortusbeweging, van Amerikaanse origine, goed georganiseerd en met veel financiele armslag, ooit in Nederland zou belanden, werd door veel mensen die beroepshalve met het onderwerp bezig zijn allang verwacht. De pro life-beweging houdt haar belangrijkste congressen in Nederland, in het hoofdkwartier van alle kwaad kortom. Dat Nederland het laagste abortuscijfer ter wereld heeft, doet er in die kringen niet toe.
De EO heeft nu met de verborgen camera niets meer of minder vastgesteld dan dat de vrouw in kwestie beslist over abortus. Op grond van motieven die volgens diezelfde EO dubieus zijn. Plots voelt iedereen zich geroepen daar serieus op in te gaan. Allemaal mannen met zware gezichten op de televisie, van kamerlid tot arts tot ziekenhuisdirecteur. En de minister stelt een onderzoek in.
Het mag zo zijn dat feministische retoriek (‘Baas in eigen buik’) inmiddels impopulair is, maar voor het aloude 'De vrouw beslist’ is in alle redelijkheid geen alternatief. Net zomin als voor het omgekeerde van abortus. Wie in verbijstering toekijkt hoe vriendinnen de wekker op ontijdige uren zetten om de temperatuur op te nemen teneinde de in vivio-bevruchting nauwgezet te kunnen plannen, danwel hoe collegae van hun bureau opspringen om naar het ziekenhuis te fietsen teneinde hun op ontspringen staande eitje in vitro te laten bevruchten, dient zich te realiseren dat hierover nu eenmaal de actoren zelf beslissen. Die vrouwen handelen zorgvuldig, onzorgvuldig, ethisch verantwoord, onverantwoord, en soms onaanvaardbaar laks. Ieder functioneel alternatief daarvoor (artsen beslissen, commissies beslissen, politici beslissen) vooronderstelt een politiestaat van dermate monstrueuze afmetingen dat ze het in China niet eens proberen. Een zichzelf respecterende staat probeert het leed te beperken door goede voorlichting, een voortgaand maatschappelijk debat over ethische zaken, en vooral door alle burgers in staat te stellen op grond van een eigen, door informatie, opvoeding en onderwijs ontwikkeld geweten, keuzen te maken.
Het gelijk van Nederland in dezen wordt vooral in het buitenland bewezen. Er overlijden per jaar wereldwijd een half miljoen vrouwen aan de directe en indirecte gevolgen van het moederschap. Een derde daarvan overlijdt aan de complicaties van een onveilige abortus. Vrijwel al die sterfgevallen vinden plaats in landen met een zeer restrictieve abortuswet. Met andere woorden: het verbieden van abortus voorkomt geen abortus, het voorkomt een veilige abortus. Er worden per jaar ongeveer vijftig miljoen abortussen uitgevoerd, waarvan een derde illegaal en de helft buiten de gezondheidszorg.
Hoezeer de EO ook probeert ons morele en ethische Armageddon te schetsen door abortus rechtstreeks te relateren aan kindermoord, prenataal onderzoek, euthanasie, leeftijdsdiscriminatie en God weet wat nog meer, abortus is een sociale realiteit en een belangrijk gezondheidsprobleem overal waar een veilig abortus een schaars of duur goed is. De werkelijke schande, als het daar dan toch over moet gaan, is dat tienduizenden vrouwen per jaar overlijden aan de gevolgen van een medische ingreep die in principe even risicovol is als het trekken van een kies. Een paar jaar geleden merkte een driftig geworden VN-functionaris eens op dat als onveilige abortus iets was waardoor mannen werden getroffen, het probleem al twintig jaar geleden zou zijn opgelost. De mazelen maakten minder slachtoffers voor de wereldwijde immunisatiecampagnes begonnen, zo zei hij.
De strategie van de anti-abortusbeweging is inmiddels duidelijk en niet helemaal van slimheid ontbloot. RPF en GPV jubelen niet voor niets. Want dat onderzoek van minister Borst kan tot weinig anders leiden dan tot de conclusie dat in de huidige praktijk inderdaad vrouwen beslissen of ze wel of niet een kind willen krijgen. De wettelijk eis van een noodsituatie kan namelijk nauwelijks anders getoetst worden dan door de zwangere vrouw in kwestie te vragen of haar besluit vaststaat. Tegen die tijd zal de vrouw opnieuw zeggen dat dat het geval is, dat er weinig anders op zit, dat dit het beste is wat er mogelijk is.
Dus dames, sluit de gordijnen, steek een joint op, discussieer tot het ochtendgloren over de voor- en nadelen van het krijgen van kinderen. Zet er desnoods de Byrds, de Doors en Bob Dylan bij op. Maar let op uw zaak! Al is het maar uit mededogen met een paar miljoen vrouwen buiten Nederland, die zich uit de naad lopen voor het regelen van een veilige abortus en die het Nederlandse voorbeeld terecht nog altijd als hun beste argument beschouwen.