Indiase noot in de ban

New Delhi – Of het nu een straathoek, een openbaar toilet of de gang in een ministerie is, op veel van de toch al groezelige witte muren in India is een rijke verzameling rode vegen te zien. Het is een residu van de vele klodders gutkha die er in de loop van de jaren tegenaan zijn gespuugd. De karakteristieke teint, iets tussen scharlakenrood en bordeaux in, komt van de betelnoot, een belangrijk ingrediënt van dit populaire kauwbare narcoticum dat verder bestaat uit een mix van tabak en specerijen.

Ongewenste wandversiering is niet het enige bijgevolg van gutkha. Bij langdurig gebruik kleuren je tanden vuilrood en rotten ze vervolgens langzaam weg. Gesprekken worden bemoeilijkt omdat het lastig praten is met een dot tabak in de mond. Wie over straat gaat, moet af en toe uitwijken voor een straal speeksel die vanuit een passerende riksja naar de straat­stenen wordt gelanceerd. Maar het belangrijkste gevaar betreft de volksgezondheid: India heeft het hoogste percentage gevallen van mondkanker ter wereld.

Delhi, Rajasthan, Gujarat en nog elf andere deelstaten willen een eind maken aan het gekauw en gerochel. De lokale regeringen hebben gutkha, dat voor een paar roepies in één-portiezakjes wordt verkocht, in de ban gedaan. Creatievere middelen mochten niet baten. Soms wordt er een icoontje van Vishnu, Hanuman, Ganesh of een andere hindoe-god op een besmeurde muur gehangen. Op iets heiligs spugen doet een mens immers niet, is de gedachte. Dat klopt, maar het gevolg is dat er binnen een paar weken een aanpalend stuk muur is ­volgekliederd. Van stickers met de tekst ‘kauwen is dodelijk’ trok ook niemand zich iets aan.

Vandaar dat steeds meer deelstaat­regeringen voor een totaalverbod kiezen. Op zich niet gek aangezien ook veel kinderen dagelijks naar een verkoopstalletje gaan voor een portie guthka, dat vaak als snoepgoed wordt verpakt. De tabaklobby was minder gelukkig. Volgens de India Smokeless Tobacco Association staan er miljoenen banen van betel­boeren, tabakplukkers en verkopers op de tocht. Ook niet onwaar, en des te schrijnender omdat het vaak om schamele baantjes gaat waarmee hele gezinnen onderhouden moeten worden. De gutkha-saga is daarmee een vignet van de Indiase politiek: als er gehakt wordt, vallen er heel veel spaanders. Lachende derde is vooralsnog de sigarettenindustrie. De Indian Tobacco Company, ’s lands grootste producent van rookwaren, verkocht de afgelopen maanden bijna twintig procent meer sigaretten.