Voetbal

Individualisering

Het is gecheckt. Die honderden ING-medewerkers blijken er echt zelf voor te hebben gekozen naar de wedstrijd Tsjechië-Nederland te gaan zonder de bekende oranje uitdossingen maar in hun identieke witte bedrijfsshirts. Daarop is weliswaar een vleugje oranje te zien, maar alleen omdat die kleur in het logo van de bank voorkomt, niet omdat het de huiskleur van de koninklijke familie is.

Dit soort collectieve vrolijkheid en onbetaalde sponsoring komt steeds vaker voor. Vrijwillig. Het bedrijfsuitje heeft in de laatste tien jaar zijn kwade reuk verloren. Je bent een azijnpisser als je vandaag de dag nog beweert dat je collega’s niet je vrienden hoeven te zijn. Sterker, er zijn werknemers van grote multinationals die op hun cv niet alleen hun studentenfuifbestuurtjes vermelden, maar ook hun inzet bij de organisatie van de pleziertjes van de bedrijfsafdeling.

Gek genoeg komt de lust voor leeg gezamenlijk plezier juist vooral voor onder mijn generatiegenoten: twintigers en dertigers die zijn opgevoed met lesmateriaal dat het individu prijst en de groep wantrouwt. Tophit was de film The Wave. Mooie propaganda voor de eigen verantwoordelijkheid. In de film laat een maatschappijleraar zijn klas ondervinden waartoe gehoorzaamheid, gebrek aan kritische zin en zucht tot groepsverlangen kunnen leiden: uitsluiting van andersdenkenden en een op militaire leest geschoeide discipline en hiërarchie.

Die in het wit gehulde ING-medewerkers achter de goal brachten de film weer in herinnering. Wellicht heeft de collectieve verdwazing van de ING-mens te maken met de huidige afkeer van het «politiek correcte». Misschien wordt na de frontale aanval op het politiek correcte door de nieuwe ING-mens ook het individualisme daartoe gerekend. Hij klaagt over de egoïstische slappelingen en graaiers in het veld. Hij roemt zijn eigen cluppie, een multi national die in interne memo’s de slogan «grow or go» gebruikt. (Bij het consultancybedrijf Accenture is zelfs ooit een peptalk rondgestuurd met de omineuze zin: «Picasso was een teamplayer too.»)

Deze verdwazing kan een erfenis zijn uit de studententijd van de ING-mens. Daar vormde de collectieve disciplinering ooit een ludiek tegenwicht tegen de oprukkende individualisering van de samenleving. Iedere keer als de huispsycholoog van Oprah Winfrey een televisiegast adviseerde «op zichzelf te vertrouwen», werd er ergens in een universiteitsstad een student toegesnauwd dat de gezelligheidsvereniging niet doet aan mensen «met een eigen wille tje». In de hoogtijdagen van de individualisering gingen jaarclubs en disputen ertoe over eigen jassen, onderbroeken en zelfs tatoeages te laten maken.

Er is kennelijk een lichting studenten gekomen die niet meer geloven dat een mens zich kan onderscheiden door de ontwikkeling van een persoonlijkheid, die het woord «individualisme» in het publieke debat tot scheldwoord hebben gemaakt. Je hoeft er niet eens meer «doorgeschoten» aan toe te voegen.

Zelf zal ik altijd de unieke balaanname van graaier en egoïst Patrick Kluivert blijven verkiezen. Boven het vrijwillige massagedrag van de ING-mens.