Indoctrinerend journaal

Hoewel een forum over het NOS-Journaal voor geschiedenisstudenten van de VU plaatsvond in het kader van bijeenkomsten over propaganda, kwam dat thema heel wat minder aan de orde dan bijvoorbeeld kwaliteit, ethische dilemma’s, relatie beeld-gesproken tekst, functie en rol van presentatoren, en verloedering van televisie in het algemeen.

Opvallend was dat de studenten, die overigens volop van zich lieten horen, zich daarover geheel niet beklaagden. En ik besefte hoezeer de tijden zijn veranderd: twee decennia geleden zou het ideologisch gehalte van welk programma dan ook, dus zeker van het Journaal, centraal hebben gestaan en Maria Henneman, werkzaam bij dat programma en forumlid, zou een middag spitsroeden hebben gelopen. Daar verlang ik niet naar terug, en toen ik de uitnodiging ontving dacht ook ik: ‘het propagandagehalte van het Journaal, is dat niet wat zwaar aangezet en valt daar wel een middag mee te vullen?’ Maar zoals sinds de val van de Muur geldt: 'Kruisigt het socialisme, hosanna voor de vrije markt’, zo gaat ook hier kennelijk de slinger van de klok wel heel hard de andere kant op.
Terug dus naar Carel Enkelaar, die in 1962 zei dat het Journaal nergens iets van vond en nergens iets mee wilde, behalve registreren. Daar valt natuurlijk aardig wat op af te dingen. Voor het grootste deel van zijn 'registraties’ was hij afhankelijk van wat andere, buitenlandse zenders 'registreerden’ en aanboden; bij objectiviteit en zelfs waarheidsgehalte van beelden was al sinds de uitvinding van fotografie en film menig vraagteken gezet, laat staan bij de combinatie met gesproken commentaar en de toon daarvan. En dan waren en zijn er altijd nog de keuzes: waarvan worden beelden gemaakt, waarvan niet, en waarom, en wat kies je uit dat wat voorhanden is? Niet voor niets kon iemand schrijven dat het Journaal tot halverwege de jaren zeventig vooral bestond uit Hollands Glorie, ijsco’s bij grote hitte, openingen van tentoonstellingen (niet in musea maar in de Rai) en voortrazende Duitse auto’s in de Pinksterdrukte. En de onderdanigheid waarmee het boven ons gestelde gezag tegemoet werd getreden, werkt ons op de lachspieren. Zoiets drukt een wereldbeeld uit en vormt het mede.
Niet dat het toenmalige Journaal niet nadacht over middelen om de objectiviteit te garanderen: eerst mocht er geen nieuwslezer in beeld; later, toen die niet meer tegen viel te houden, mocht die geen 'Goedenavond dames en heren’ zeggen - wat inderdaad een buitengewoon subjectieve kleuring aan de melding van aardbeving en slachtpartij geeft. Maar toch, liever deze hang naar onpartijdigheid op irrelevant gebied dan de huidige neiging van weerlieden om niet alleen temperatuur, neerslag en windkracht te melden respectievelijk voorspellen, maar daar nergens toe doende oordelen aan toe te voegen: 'De afgelopen dag krijgt een voldoende of onvoldoende’ en bij de komende krijgen we ongevraagd te horen 'dat die dag zich heel goed kan lenen voor wandeling of fietstochtje’. 'Dat maken we zelf wel uit’, brullen we woedend in koor, maar de verschrikkelijke Krol luistert niet en is alweer in een onmetelijk flauwe woordgrapuitwisseling met Philip Freriks beland. Of met Harmen Siezen, want die is de grondlegger van de leuke-omestijl.
Maar propaganda - nee, dat is het niet.