Indonesische schrijvers zijn niet meer bang

Ubud – Na de aanslagen op de toeristenstranden van Bali, in 2002, besloot Janet DeNeefe een literatuurfestival te beginnen in het pittoreske stadje Ubud.

DeNeefe, een Australische die al lang op Bali woont, bezit met haar man Ketut Suardana hotels en restaurants en maakte naam met kookboeken. Het Ubud Writers and Readers Festival, uitgegroeid tot een trefpunt voor schrijvers en bezoekers uit de hele wereld, maakte zich vorige week klaar voor de twaalfde editie toen de politie kwam. Even later werden alle festivalonderdelen over de massamoord van 1965 afgelast. Direct gevolgd door internationaal protest van cnn, The Guardian en PEN International, die een petitie opstelde die werd ondertekend door schrijvers als Lionel Shriver, Teju Cole en Colin Thubron.

Een alarmerende terugval naar het repressieve Indonesië van Soeharto? Of ouderwetse dorpspolitiek? Ik dook in het fluistercircuit van schrijvers, festivalmedewerkers, hoteleigenaars en overlevenden. De generatie moordenaars van 1965 is oud maar nog niet uitgespeeld. Een generaal in ruste tweette onlangs dat president Jokowi toestemming wil geven voor de heroprichting van de verboden pki, de communistische partij van Indonesië. Flauwekul, nu er nog nauwelijks aanhang over is. Maar ook gevaarlijk, omdat alleen al het woord pki genoeg is om schrik en wraak te mobiliseren.

Ubud kent een nieuwe politiechef. Die zet zijn beste beentje voor. Hij kwam de leiding van het festival vragen waarom zo’n onplezierig thema nodig was. Dat 1965 al jaren besproken wordt op het festival wist hij niet. Janet DeNeefe zelf was op een boottocht met schrijvers en onbereikbaar. Het antwoord moest komen van haar man Ketut. Hij zwichtte meteen. Is hij bang voor zijn hotels en restaurants, is hij chantabel, is er gedreigd met islamitische knokploegen?

Zeker is dat er nu meer over 1965 werd gepraat dan ooit. Schrijvers en uitgevers verplaatsten afgelaste panels naar locaties buiten het festival. Politieagenten die kwamen kijken, maakten selfies met de auteurs. Over andere onplezierige thema’s – de doodstraf, seks voor het huwelijk, de sharia op Atjeh, de teleurstelling in president Jokowi – werd op de festivalpodia kritisch gesproken. Iedereen bleef in zijn rol, om de ander gezichtsverlies te besparen. De politie liet zich gelden. De festivalleiding schrapte titels uit het programma. De uitgevers verplaatsten hun boeken. De schrijvers lieten zich de mond niet snoeren. De enige die eindelijk, vijftig jaar later, terrein moest prijsgeven is de angst.