Ineens voetballen ze!

KARIN AMATMOEKRIM
TITUS
Prometheus, 228 blz., € 18,95

Jonge vrouw overlijdt, haar man erft onverwacht een groot vermogen. Wat nu? Je verwacht dit soort ingrediënten niet in een serieus literair werk, maar Karin Amatmoekrim trok zich niks aan van wat wel en niet past in de literaire krabbenmand en ging aan de slag. Laat ik er in ieder geval geen doorsnee verhaaltje van bakken, moet ze hebben gedacht, dus geen sentimenteel gelukkig einde, geen oeverloos gesnotter, niet al te veel bespiegelingen over dood en leven. Die erfgenaam heet dus Titus en hij is zwart, niet helemaal, zo ongeveer als Obama, hij beschouwt hem min of meer als zijn broer. Dit geeft de schrijfster een kans allerlei onnadrukkelijke kwesties aan te kaarten rondom wit en zwart. Geen gejammer, geen gezeur, maar wel observaties en kleine gesprekken. Het mooiste tussen de witte portier van een New Yorks hotel en Titus. Ze praten op lichte toon over vooroordelen en ineens worden de verschillen tussen deze twee mensen volstrekt helder, zonder dat Amatmoekrim het allemaal nog een keer uitlegt. Ze neemt haar lezers gelukkig volstrekt serieus.
De roman kent een valse start. Ik schrok een beetje van de vele weinig geslaagde zinnen op de eerste drie bladzijden. Als dit zo doorgaat word ik gek, dacht ik, en spring ik uit het raam. ‘Kat was te diep in haar gedachten verzonken om aandacht aan die brug, of aan toeristen, te besteden.’ Het moet zijn ‘diep in gedachten verzonken’, dat ‘haar’ moet weg. ‘Aandacht aan die brug te besteden’ is doodgewoon erg matig proza, zoiets tref je aan in ambtelijke verslagen over nieuw beleid, niet in een literair werk. En even daarvoor staat: ‘Die carrière was hetgeen waaraan ze dacht toen ze de stoep verliet om de gracht over te steken via een eeuwenoude Amsterdamse brug.’ Oef, wat een krukzin! En dat dus op de eerste bladzijde van de roman, en op de volgende drie bladzijden ging het nog even door. Nog een voorbeeld: ‘Toen ik die ochtend wakker werd, vervloekte ik de dag voor het feit dat-ie aangebroken was.’ Nou ja.
Maar ineens is het allemaal voorbij en gaan haar zinnen lopen, ze durft ermee aan de haal te gaan, geeft ze de ruimte en er is niks meer aan de hand. Ze begint blijkbaar in haar verhaal te geloven en gooit alle remmen los. Je ziet het ook wel bij profvoetballers, eerst akelig voorzichtig spelen, bal inleveren, alles breed leggen, coach tevergeefs aan de kant schreeuwen dat ze moeten voetballen. En ineens voetballen ze! Amatmoekrim schreef een waagstuk. Ze kruipt onvervaard in de huid van Titus, ze maakt zich volkomen geloofwaardig een mannenleven en een mannenblik eigen, compleet met seksscènes die er niet om liegen en die een typisch mannelijke lustbeleving demonstreren. Ze mijdt al te erge tranentrekkende scènes, al waren die soms blijkbaar toch onvermijdelijk en zijn sommige gesprekken wel eens wat zwatelig zodat je niet meer precies weet wat ze bedoelen. Het maakte niet uit, ik begon sterk mee te leven met die rare Titus die een hoer aan de haak slaat en met haar de wereld afreist. Ik begon van hem te houden, bedoel ik, en tegelijkertijd zag ik de ambitie die deze schrijfster voortjoeg over de baren van de literaire wereldzeeën.