Een zoektocht naar zingeving en geestverruiming

‘Ineens wist ik het zeker: God bestaat niet!’

Als je van het geloof valt dat je met de paplepel is ingegoten, kan het een tijd duren voor je je daarvan hebt losgemaakt. En waarin vind je daarna zingeving? Zenmeditatie, chakra-reading, ijsbaden met Wim Hof? Psychedelica kunnen ook inzicht bieden.

‘In de naam van Jezus, beveel ik je: laat deze vrouw los! We bevrijden je in Jezus’ naam van alle demonische machten! Demon van angst en verslaving: je gaat terug naar de krochten van het duister, waar je zult tandenknarsen en gepijnigd zult worden!’

Al huilend en schokkend valt de vrouw voor wie gebeden wordt op de grond. Daar krimpt ze ineen en luid gillend roept ze: ‘Nee, nee, nee!’ Op elke uitroep van de gebedsgenezer volgt een nieuwe golf van spastische bewegingen. Maar na verloop van tijd wordt het schokschouderen van de vrouw wat minder en blijft ze uitgeput op de vloer liggen. Na een tijdje wordt ze weer overeind geholpen. ‘En, hoe voel je je nu?’ vraagt de gebedsgenezer enthousiast. ‘Dat voelt wel even anders hè?’ Er verschijnt een flauwe glimlach op het gezicht van de vrouw, die zachtjes toegeeft dat ze zich wel wat beter voelt. De avond wordt afgesloten met een uitbundig lied, waarop vrijwel iedereen danst en zingt: ‘Halleluja, Jezus Christus leeft!/ Nu Hij het graf verlaten/ En de dood ontwapend heeft,/ Zal Hij voor eeuwig heersen;/ Jezus leeft!’

Op dit soort bevrijdingsavonden, die regelmatig georganiseerd worden in pinkster- en evangelische kerken, wordt gebeden voor de genezing van gelovigen van ziekte, verslaving, depressie en angst. Als kind groeide ik op in zo’n kerk – midden in het Groene Hart van Zuid-Holland – en was ik van dichtbij getuige van de bevrijdingsrituelen die direct ontleend leken te zijn aan films als The Exorcist. De duisternis aanwezig en andere boeken van de christelijke Amerikaanse auteur Frank Peretti waren verplichte kost. Daarin werd de lezer een Lord of the Rings-achtige wereld voorgespiegeld, die bestierd werd door goede en kwade krachten. Als gelovigen konden we door te bidden, legioenen engelen mobiliseren die de duistere demonen te lijf gingen. Op Walpurgisnacht, op 30 april, trokken wij ons terug in een kelder – terwijl de rest van Nederland een feestje bouwde. De leider van de kerk was ervan overtuigd dat op deze nacht de satanisten bij elkaar zouden komen om de christelijke gezinnen te bestoken met demonische aanvallen. Door te bidden konden wij deze aanval afwenden en de strijd ten goede keren.

De bevrijdingsmanie strekte zich ook uit tot het seksleven van de kerkleden: wie weleens masturbeerde, moest bevrijd worden van de geest van seksverslaving. En wie gevoelens had voor iemand van hetzelfde geslacht, kon bevrijd worden van wat als een ‘gruwel in Gods ogen’ werd gezien. God kon je genezen van je homo-zijn en in christelijke zelfhulpboeken zoals Healing Homosexuality van Leanne Payne werden de stappen naar ‘herstel van mannelijkheid’ uitgebreid beschreven.

Hoe bizar dit ook mag klinken, recentelijk nog stond het onderwerp homo-genezing opeens weer in de belangstelling toen een aantal politieke partijen zich hard maakte voor een verbod op deze praktijk. En de christelijke studentenvereniging waarvan ik lid was, raakte onlangs in opspraak toen een intern stuk uitlekte waaruit bleek dat leden met een ‘andere’ seksuele voorkeur toch liever geen bestuurslid mochten worden.

—————

Het heeft lang geduurd voor ik me wist te bevrijden van het geloof van mijn jeugd. Waar de meeste mensen er zo rond hun puberteit de brui aan geven, ben ik nog ‘bij de club’ gebleven tot ik ver in de twintig was. Het geloof was me met de paplepel ingegoten en ik wist niet beter dan dat de geestelijke werkelijkheid die mij werd voorgespiegeld, écht was. Ik was gehersenspoeld en als je vastzit in zo’n gesloten wereldbeeld, bestaat er geen ruimte voor andere opvattingen. De Amerikaanse psycholoog Leon Festinger deed al in de jaren vijftig onderzoek naar dit soort sektarische bewegingen. Hij schreef hierover in zijn boek When Prophecy Fails en hij ontdekte dat cognitieve dissonantie bijdraagt aan het in stand houden van zo’n wereldbeeld.

Toch zag ik op den duur het licht – ik heb de datum en het tijdstip in mijn agenda genoteerd. Ik zat alleen thuis en ineens wist ik het zeker: God bestaat niet! Ik had me gespecialiseerd in de filosofie, de godsdienstpsychologie en de neurowetenschap. Ineens zag ik helder dat al die bevrijdingsrituelen uit mijn jeugd psychologisch verklaarbaar waren. Het was allemaal projectie en massahysterie, zoals Freud al constateerde. Mijn godservaringen en eindeloze gebeden waren niet meer geweest dan een interne dialoog met mijn innerlijke zelf. En de gedachte dat er leven is na de dood, viel niet meer te rijmen met mijn kennis over de neurowetenschap, die stelt dat als ons brein niet meer functioneert ook ons bewustzijn ophoudt. Het inzicht voelde als een enorme bevrijding, omdat ik ineens meer harmonie ervoer in mijn wereldbeeld. Het conflict tussen geloof en wetenschap, dat ik lange tijd had gevoeld, was weg. Maar tegelijkertijd voelde het loslaten van het geloof ook heel beangstigend en beklemmend: al mijn bestaande kaders voor zingeving en betekenis waren weggevallen. Mijn hele leven stond ineens op losse schroeven.

—————

In mijn afscheid van het geloof sta ik niet alleen. Steeds minder mensen beschouwen zichzelf als traditioneel religieus. De trend van een toenemende secularisatie, die begon in de jaren zestig, gaat nog steeds door. Jaarlijks schrijven meer mensen zich uit bij de kerk dan dat er nieuwe leden worden bijgeschreven, blijkt uit het rapport Geloven binnen en buiten verband van het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp). De Duitse socioloog Max Weber voorspelde eind negentiende eeuw al dat in een maatschappij met een toenemende welvaart en techniek, de rol van religie steeds verder zal afkalven. En hij lijkt hierin gelijk te krijgen, want de statistieken wijzen erop dat landen met de sterkste verzorgingsstaat het meest atheïstisch zijn (zie bijvoorbeeld het boek Society without God van de Amerikaanse socioloog Phil Zuckerman).

Maar schijn bedriegt. Onder de oppervlakte ‘zindert en knispert’ het van de religiositeit, constateerde een groep theologen en religiewetenschappers eind jaren negentig al. Volgens schrijver en onderzoeker Koert van der Velde kun je ook zonder religieus geloof nog steeds flirten met God. Dit kan op allerlei manieren, van het beoefenen van zenmeditatie tot ‘ademwerk’, van het laten lezen van je chakra’s tot met Wim Hof in ijskoud water springen. Joep de Hart, socioloog en onderzoeker bij het scp, spreekt van ‘zwevende gelovigen’, die zich – evenals de hedendaagse kiezers – niet meer binden aan één religieuze partij, maar nu eens met de ene, en dan weer met de andere spirituele stroming mee bewegen. Voor deze groep staat niet het einddoel centraal, maar de reis zélf, het onderweg zijn. Daarbij worden elementen vanuit verschillende tradities met elkaar gecombineerd: een traditionele cacaoceremonie uit Peru kan prima samengaan met een boeddhistische meditatie of een gebed van een van de christelijke woestijnvaders.

God kon je genezen van je homo-zijn en in zelfhulpboeken werden de stappen naar ‘herstel van mannelijkheid’ beschreven

De Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss beschreef dit proces van het creatief her-combineren van bestaande elementen al met de term ‘bricolage’, waardoor elke keer weer een nieuwe vorm van knutselspiritualiteit ontstaat. Volgens de Nederlandse theoloog en filosoof Gerko Tempelman is de mens ‘ongeneeslijk religieus’: hoe je het ook wendt of keert, het begrip ‘God’ duikt altijd weer op in discussies over ethiek, zingeving, spiritualiteit, maar ook bij een onderwerp als vergeving. Alleen wordt daar vaak geen traditioneel religieuze invulling aan gegeven maar, zoals William James, de grondlegger van de Amerikaanse psychologie, al aan het eind van de negentiende eeuw constateerde in zijn boek The Varieties of Religious Experience, ‘datgene wat mensen maar onder het goddelijke mogen verstaan’.

Na mijn ontkering merkte ik ook dat ik blijvend de behoefte voelde om tóch te zoeken naar zingeving. Ik had afscheid genomen van de vaste ankers van het geloof uit mijn jeugd, maar juist op cruciale momenten in mijn leven – op zogenaamde ‘rites de passage’, aldus de Franse antropoloog Arnold van Gennep – zocht ik naar een betekenishorizon waaraan ik mij kon oriënteren. De geboorte van mijn eerste kind, een verandering van baan, verlies van een goede vriend. Geboeid las ik Man’s Search for Meaning van Viktor Frankl, waarin hij als psychiater én als overlevende van drie concentratiekampen constateert dat we als mens niet kunnen leven zonder een sprankje van hoop op iets dat groter is dan onszelf.

Ik werkte in de wetenschap en vond lange tijd voldoening in mijn werk: ik publiceerde, haalde beurzen binnen, bezocht congressen en werkte een tijdje in het buitenland. Maar waar de wetenschap heel goed inzicht geeft in hoe de werkelijkheid in elkaar steekt, geeft zij uiteindelijk geen antwoord op de grote levensvragen: ‘Hoe leid ik een zinvol bestaan?’ en ‘Waarop baseer ik mijn moraal?’

—————

Gefascineerd door de ervaringen uit mijn religieuze jeugd, deed ik psychologisch en neurowetenschappelijk onderzoek naar religie en spiritualiteit. Samen met mijn collega’s probeerde ik te begrijpen hoe het kan dat sommige mensen gevoeliger zijn voor het hebben van bovennatuurlijke ervaringen dan anderen. We ontdekten dat zij hiervoor een bepaald ‘talent’ hebben: ze hebben een levendig voorstellingsvermogen en kunnen volledig geabsorbeerd raken in wat ze ervaren. Deze mensen, die hoog scoren op de persoonlijkheidstrek ‘absorptie’, kunnen sterk ontroerd raken door een mooi gedicht, ervaren een veranderde bewustzijnstoestand als ze mediteren en voelen zich betoverd in een overweldigend landschap. Deze ervaringen van zelftranscendentie, waarbij je even boven jezelf uitstijgt, kunnen overal optreden: bij een muziekfestival, een museumbezoek, in een kerk, of juist als je alleen bent, in volledige afzondering van de buitenwereld. En deze ervaringen blijken ook nog eens heilzaam te zijn: mensen die regelmatig zelftranscendente ervaringen hebben, zitten beter in hun vel en voelen zich fysiek en mentaal gezonder. De Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow plaatste intense piekervaringen boven in zijn piramide van menselijke behoeften.

Ook ik blijf op zoek naar dit soort piekervaringen. Ik voel me weleens een ‘awe junkie’ – iemand die verslaafd is aan ontzagwekkende ervaringen. Ik kan geweldig genieten als ik me onderdompel in concerten, een floating-sessie doe, door imponerende landschappen loop of mezelf verlies bij het maken van of luisteren naar muziek.

Dat er ook drugs bestonden die dit soort ervaringen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen opwekken, wist ik wel, toch voelde ik me nooit aangetrokken om die te proberen. Op een festival kreeg ik weleens een pilletje aangeboden, maar ik hield het liever bij de roes van drank. Iemand nodigde me uit om een keer mee te doen aan een psychedelische ceremonie, maar ik voelde geen enkele behoefte om onder begeleiding van een schimmige sjamaan samen met mensen die ik niet kende een eeuwenoud ritueel te ondergaan. Mijn weerstand om psychedelica, zoals lsd, ayahuasca of psilocybine, te proberen had denk ik deels te maken met de vooroordelen uit mijn religieuze jeugd. Ik was geneigd om alle drugs over dezelfde kam te scheren: een joint opsteken viel in dezelfde categorie als een spuit in je arm zetten. En een pilletje nemen op een feest was in mijn ogen net zo erg als het roken van crystal meth. Ook was ik bang om de controle te verliezen en blijvend gek te worden. Ik was niet meer gelovig en dacht over veel zaken een stuk genuanceerder dan vroeger, maar drugs bleven altijd een ver-van-mijn-bedshow.

—————

Toch kwam het onderwerp psychedelica steeds vaker op mijn pad. Het wetenschappelijk onderzoek naar psychedelica was en is bezig aan een opmars en bood reeds boeiend inzicht in wat er in ons brein gebeurt onder invloed van lsd of psilocybine. Tijdens een psychedelische ervaring keert ons brein terug naar een primitieve toestand die te vergelijken is met de manier waarop kinderen de wereld waarnemen, aldus de Britse onderzoeker Robin Carhart-Harris die hier aan het Imperial College in Londen onderzoek naar doet. Ander onderzoek, van een Zwitserse onderzoeksgroep onder leiding van Franz Vollenweider, laat zien dat onder invloed van psychedelica de filters van de waarneming wegvallen, waardoor alles overweldigender en intenser binnenkomt. En dat draagt er weer aan bij dat we minder aan zelfreflectie doen en dat onze continue staat van nadenken over onszelf en rumineren even doorbroken wordt. Op die manier zouden psychedelica ons ook kunnen bevrijden van vastgeroeste patronen. Een recent themanummer van het Tijdschrift voor Psychiatrie biedt een boeiend overzicht van de laatste ontwikkelingen in het onderzoek naar psychedelica.

Er worden dan ook steeds meer toepassingen gevonden van psychedelica voor aandoeningen waarbij rigiditeit in het denken of handelen een centraal kenmerk is. Denk aan depressie, verslaving, posttraumatische stressstoornissen en doodsangst. Behandeling met psychedelische psychotherapie zou weleens een oplossing kunnen bieden. De verklaring voor deze positieve effecten wordt gezocht in de veranderde bewustzijnstoestand die psychedelica oproepen: tijdens zo’n mystieke ervaring kijken mensen compleet anders tegen hun leven aan en doen ze belangrijke nieuwe inzichten op. Bestaande gewoontes worden doorbroken; alles wat je voor waar hield wordt even op losse schroeven gezet.

Ik blijf op zoek naar piekervaringen, als een ‘awe junkie’. Ik geniet van concerten, floating-sessies, imponerende landschappen

Ook voor wie zich geestelijk en lichamelijk fit voelt, kunnen psychedelica heilzaam zijn. Steeds meer studies laten de positieve effecten zien van psychedelica: mensen die psychedelica gebruiken zijn meer mindful, socialer, voelen zich meer verbonden met hun medemens, dragen meer zorg voor hun omgeving en zijn klimaatbewuster. Ook zouden psychedelica kunnen helpen om meer out of the box-oplossingen te bedenken, om meer open in het leven te staan en om meer waardering te hebben voor de schone kunsten.

Gevaren zijn er natuurlijk ook: als je somber of angstig bent, kunnen psychedelica negatieve emoties juist uitvergroten. Onvoorbereid psychedelica gebruiken zonder een geschikte set en setting is een garantie voor een bad trip. En als je al gevoelig bent voor waandenkbeelden en psychoses, dan kunnen psychedelica je net over het randje duwen. Al in de jaren zestig van de vorige eeuw deden er verhalen de ronde over mensen die onder invloed van psychedelica uit het raam waren gesprongen omdat ze dachten dat ze konden vliegen of die de weg op liepen omdat ze overtuigd waren dat ze superkrachten hadden om auto’s tot stilstand te brengen.

Ondanks deze gevaren lijkt de beeldvorming in de media vandaag de dag een stuk positiever. Psychedelica zijn bezig aan een comeback en bieden mogelijk een oplossing voor problemen, waar reguliere therapieën geen soelaas bieden. In Nederland bieden verschillende centra psychedelische retraites aan, waar je onder begeleiding magic truffles kunt gebruiken. Veel mensen doen aan microdoseren, waarbij kleine hoeveelheden psychedelica worden gebruikt om creatiever en productiever te worden. Voor veel gebruikers lijken psychedelica een manier te bieden om zichzelf spiritueel te ontwikkelen en te verdiepen. Bekende Nederlanders praten over de ayahuasca-trips die zij hebben bijgewoond in Zuid-Amerika, waar ze onder invloed van deze geestverruimende thee tot het inzicht kwamen dat ze hun leven over een heel andere boeg moesten gooien.

In zijn boek Verruim je geest beschrijft Michael Pollan hoe hij als babyboomer het gevoel had de boot gemist te hebben in de jaren zestig. Terwijl hij nooit eerder drugs had gebruikt, dompelt hij zich onder in allerlei psychedelische sessies. Ik las de exotische ervaringen die hij beschreef waarin hij zich één voelde worden met het universum. Het voelde als een reisgids naar een verre bijzondere bestemming waar ik zelf nog nooit was geweest.

—————

Een terugkerende vraag bij psychedelica-onderzoek is in hoeverre ervaring uit de eerste hand belangrijk is om met deze middelen te kunnen werken. Sceptici merken schamper op dat een psychiater toch ook niet alle pillen die hij aan zijn patiënten voorschrijft zelf hoeft uit te proberen. Maar daar zou je tegenover kunnen stellen dat iemand een seksuoloog die zelf nog nooit seks heeft gehad, ook niet zou vertrouwen. Bij de training van therapeuten die psychedelische psychotherapie willen toepassen, vormt een ervaring met psilocybine of mdma (ecstasy) een vast onderdeel van het programma. Om te begrijpen wat een patiënt doormaakt tijdens zo’n sessie – zo is de gedachte – moet je het ook zelf meegemaakt hebben. Tot de jaren zestig van de vorige eeuw behoorde zelfexperimentatie overigens tot het standaardinstrumentarium van wetenschappers. Chemici probeerden de middelen die zij produceerden eerst in kleine hoeveelheden op zichzelf uit. Op die manier beleefde de Zwitser Albert Hofmann in 1944 per toeval de eerste lsd-trip ter wereld.

De ervaring die psychedelica veroorzaken is zó anders en vreemd, en laat zich eigenlijk nauwelijks in woorden uitdrukken, dat je het meegemaakt moet hebben om het te begrijpen. In de filosofie wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘kennis hebben over’ en ‘kennis hebben door ervaring’. Het ene type kennis laat zich niet tot het andere reduceren. Je kunt nog zoveel gelezen hebben over psychedelica, verhalen gehoord hebben over mensen die zich één voelden worden met de natuur of verlies van het zelf ervoeren, maar om écht te begrijpen wat het is, moet je toch een doosje magische truffels uit de smartshop halen.

Voor mij vormde een relatiecrisis uiteindelijk de aanleiding om toch de daad bij het woord te voegen. Ik voelde een cowboy-achtige behoefte om te gaan experimenteren met drugs en om de laatste banden met mijn religieuze verleden te doorbreken. En mijn ervaringen met psychedelica waren overweldigend.

Midden in de zwaarste lockdown die ons land gekend heeft, voerde ik een klein zelf-experiment uit met een grote portie magische truffels. Na ongeveer een half uur begon ik de eerste effecten te merken. Ik voelde trillingen door mijn lijf gaan. De wolken in de hemel leken als mistflarden door de lucht te schieten. En de boomtoppen strekten zich uit als armen die tot leven kwamen. Als ik mijn ogen sloot zag ik de meest spectaculaire visuals: levendige geometrische patronen die zich als fractals leken te ontvouwen en een bizarre aaneenschakeling van kleurrijke beelden. De klanken van de muziek versterkten deze beelden: ik had een trippy afspeellijst aangezet. De muziek klonk vervormd en vol echo’s en nooit eerder was mij opgevallen dat er zoveel lagen, diepte en betekenis in zat. Elk nummer voerde weer naar een nieuw vergezicht: van rustige introspectieve momenten tot extatische hoogtepunten waarbij ik dansend door de huiskamer bewoog. Maar er waren ook meer emotionele inzichten, waarbij ik bedacht dat ik het te druk had en meer rust zou willen in mijn leven.

De warme gloed van die ervaring echode nog na toen ik een paar dagen later door de regen langs een kerk fietste waarvan de deuren openstonden. ‘Wees welkom!’ stond er op een bord. Terwijl ik normaal gesproken doorgefietst zou zijn, voelde ik nu de behoefte om de kerk waar ik al zo vaak langs was gefietst eens van binnen te bekijken. Druipend liep ik de kerk binnen, stak een kaarsje aan en ging zitten achter de piano. Ik twijfelde geen moment wat ik zou spelen: een meditatief lied van Taizé, een kloostergemeenschap in Frankrijk: Nada te turbe – laat niets je rust verstoren. Het nummer kende ik van buiten, maar ik had het al heel lang niet meer gespeeld. Een paar vrijwilligers van de kerk kwamen op de muziek af en bleven op gepaste afstand staan luisteren. Een beetje muzikale troost in tijden van corona. Langzaam voelde ik hoe ik opging in de muziek en al improviserend voelde ik hoe de rillingen over mijn lijf liepen.


Michiel van Elk werkt als universitair hoofddocent cognitieve psychologie aan de Universiteit van Leiden en is hoofd van het PRiSM lab, waar hij onderzoek doet naar de effecten van psychedelica op het brein en op ons welbevinden. In september 2021 verschijnt het boek Een nuchtere kijk op psychedelica: Wat de wetenschap ons kan leren over geestverruiming bij Das Mag Uitgevers.