Economie

Inflatie 2.0

Economie is geen experimentele wetenschap, hoor je weleens. Dat valt deze dagen best mee. De geldhoeveelheid in Amerika is tussen februari en oktober met drie biljoen dollar toegenomen – een groei van twintig procent in zeven maanden. Op jaarbasis is dat een derde meer geld in de economie, in dollars evenveel als de toename in de voorgaande 4,5 jaar. Wie naar de grafiek kijkt, ziet sinds 2011 een glad oplopende helling, eindigend in een bijna verticale klim. Wat zit er aan de andere kant? Terug naar de normale stijging? Een plateau? Een klif?

Ook in Nederland steeg de geldhoeveelheid sterk, volgens cijfers van De Nederlandsche Bank: van februari tot oktober met tachtig miljard euro. Op jaarbasis is dat een ongehoorde geldgroei van vijftien procent, en dat in een krimpende economie. De reden ligt ook hier in de coronasteun. In normale tijden draait de economie doordat bedrijven en huishoudens elkaar betalen. Daardoor circuleert het geld, maar de geldhoeveelheid neemt niet toe. Dat is nu anders. Een flink deel van de economie wordt in gang gehouden door betalingen van de overheid aan bedrijven en huishoudens, met nieuw gecreëerd geld.

Als je denkt dat van te veel geld de prijzen gaan stijgen, dan verwacht je dat 2021 het jaar wordt dat de inflatie terugkeert. Het is de mantra van de monetaristen: na jaren van strijd tegen deflatie is het inflatiespook terug. Zij zien inderdaad een klif achter de klim. De economie gaat erin storten door onverantwoord monetair beleid.

Onder economen vormen de monetaristen echter een kleine minderheid. De Amerikaanse Federal Reserve en ook de Europese Centrale Bank scharen zich achter een tweede monetaire school. Volgens hun modellen wordt inflatie bepaald door reële factoren, zoals productiviteit en demografie. Ze voorspellen tot in 2022 lage inflatie, oplopend tot slechts 1,7 procent. De inflatie blijft laag omdat in deze zogenoemde ‘fundamentals’ niets is veranderd, betogen ze.

Stevent de economie misschien wel op een klif af?

Dat is de vraag, schrijven Charles Goodhart en Manoj Pradhan in een pas verschenen boek. De stroom van goedkope spullen uit China is al een tijdje aan het opdrogen, nu China zich meer op productie voor de eigen economie gaat richten. Ook aan de lage loongroei in het Westen vanwege concurrentie met goedkope Chinese arbeid komt dan een einde. En vergrijzing betekent dat we minder gaan sparen en meer uitgeven. Deze drie trends zullen de inflatie opstuwen, denken de twee economen. Ze wijzen ook op de hoge schulden, waardoor het verhogen van de rente om de inflatie te bestrijden zeer pijnlijk zal zijn, en dus niet gaat gebeuren. Er komt inflatie en centrale banken staan machteloos, is hun boodschap.

Een andere monetaire school kijkt vooral naar het gebruik van geld. Meer geld hoeft niet te betekenen dat er inflatie komt, zoals de geschiedenis laat zien. In juni, juli en augustus 2011 pompte de Federal Reserve vierhonderd miljard dollar in de economie, wat overeenkwam met zestien procent geldgroei op jaarbasis – zonder inflatie. De geldgroei in de jaren tachtig en vroege jaren negentig was trager dan in de decennia erna, maar de inflatie nam na midden jaren negentig juist af. Het geld ging naar vastgoed- en aandelenmarkten, die een ongekende hausse doormaakten. De prijzen van de dagelijkse boodschappen bleven vrij stabiel. Inflatie is onwaarschijnlijk zolang er niet meer geld in handen van consumenten komt door stijgende werkgelegenheid en hogere lonen, volgens deze school.

Bovendien kan al dat nieuwe geld ook weer verdwijnen, namelijk als schulden afbetaald of afgeschreven worden. De schulden stijgen nu zo explosief dat dit onvermijdelijk lijkt, ergens in de komende jaren. Dat veroorzaakt dan eerder deflatie dan inflatie. Volgens deze school stevent de economie inderdaad misschien wel op een klif af, net als in 2007. Maar aan de andere kant ligt niet inflatie, maar een nieuwe financiële crisis. Hogere inflatie kan dan juist helpen, want daardoor vermindert de reële waarde van schulden. Een paar ton schuld is makkelijker af te betalen als je inkomen met de inflatie mee stijgt dan wanneer het vrijwel stilstaat, zoals in de afgelopen decennia.

De komende jaren worden een test voor inflatietheorieën. Interessant voor economen maar ook voor de rest van de mensheid. Want het experiment gebeurt niet onder gecontroleerde omstandigheden, en kan niet overgedaan worden.