Informatie-vandalisme

Komt het nieuws over het enorme bedrog over het verloop van de oorlog in Afghanistan als een totale verrassing? Nee. Het Westen is daar nu bijna negen jaar bezig om gewapenderhand orde op zaken te stellen. Intussen zijn strategie en tactiek een ongeteld aantal malen gewijzigd. Opperbevelhebbers kwamen en gingen. Er werd democratisch een Afghaanse president herkozen die een voorbeeld van corruptie bleek te zijn. Dan werd plotseling weer ontdekt dat de vijand sterker was geworden. Maar geen nood, nu waren we eindelijk op de goede weg. Toen groeide het vermoeden dat de geheime dienst van buurland Pakistan een bondgenootschap met de Taliban had gesloten. Niemand wist er het fijne van. En telkens is de afgelopen jaren weer ontdekt dat de vijand nog altijd niet verslagen is. Nu zijn er omstreeks 92.000 geheime documenten uitgelekt, waaruit blijkt dat ‘de oorlog grimmiger is dan werd gedacht’, en dat de enige lijn die in het westers beleid valt te ontdekken bestaat uit de consequente pogingen van de leiders om het eigen publiek een oor aan te naaien.
Doen de leiders dat expres? Natuurlijk niet. Ze zijn gekozen of benoemd omdat ze het volk wisten te overtuigen van hun beste bedoelingen (eventueel ondersteund door geheime plannen). Maar ze werden overschat, door de kiezers en zichzelf. Met hun beste bedoelingen en plannen in uitvoering kwamen ze terecht in een moeras. Zo is het meer dan een halve eeuw geleden in Vietnam gegaan. En tussen 2003 en nu in Irak. En nadat Bush een paar keer bij vergissing ervan overtuigd was geraakt dat dit land in een geordende staat was herschapen, is Afghanistan er geleidelijk weer bij gekomen. Dat is nu door Wikileaks.org, een gezelschap van klokkenluiders online, in samenwerking met The New York Times, The Guardian en Der Spiegel tot in de details onthuld. Wikileaks is opgericht in 2006 en legt zich toe op het openbaar maken van alles wat regeringen graag verborgen willen houden. Bijvoorbeeld het dumpen van giftige stoffen voor de kust van Afrika, een handleiding voor de bewakers van Guantánamo Bay, en nu dus de Afghaanse mislukkingen. Tegenstanders noemen het 'informatievandalisme’. In een interview met Der Spiegel zegt Julian Assange, de oprichter: 'I enjoy crushing bastards’ (Ik hou ervan om smeerlappen te verpletteren).
'De oorlog in Afghanistan, zonder vernis’ - dat is de kop over zes kolommen waarmee de International Herald Tribune op 26 juli opent. Dan volgen bijna vier pagina’s over de fatale vergissingen, verspilling, verraad en vergeefsheid waardoor de strijd daar wordt gekenmerkt - de samenvatting van de gelekte documenten, geschreven tussen januari 2004 en december 2009, afkomstig uit Amerikaanse regeringskringen en militaire bronnen. De onthullingen doen denken aan de publicatie van de Pentagon Papers, in juni 1971 door The New York Times, dankzij de geheime bemiddeling van Daniel Ellsberg. Wat in die documenten stond was allemaal waar, maar het Witte Huis en het Pentagon reageerden met grenzeloze verontwaardiging. Zo ook nu. Een anonieme maar officiële Amerikaanse woordvoeder heeft de publicatie veroordeeld als 'onderdeel van een kwaadaardige campagne om een geheime dienst te beschadigen’ (waarmee hij de Pakistaanse bedoelde, die volgens de documenten ervan wordt verdacht met de Taliban te pacteren). Verder zouden door deze openbaarheid mensenlevens in gevaar worden gebracht.
Wikileaks en The New York Times hebben verzekerd dat bij de publicatie de grootste zorgvuldigheid in acht is genomen. Vandaar dat er 15.000 documenten niet openbaar zijn gemaakt. Maar zal die voorzichtigheid helpen? Dergelijke onthullingen dienen binnen de kortste tijd onvermijdelijk als munitie in de politieke strijd. In dit stadium zal dat des te meer het geval zijn. 'De Amerikaanse politiek in Afghanistan heeft een kritieke fase bereikt, en door deze documenten wordt er extra de nadruk op gevestigd welke belangen er op het spel staan en dat er veranderingen nodig zijn om het beleid weer zijn urgentie te geven’, zei senator John Kerry, voorzitter van het Foreign Relations Committee. Wat wilde hij daarmee zeggen? Dat werd niet duidelijk. Deze week wordt in de Senaat gedebatteerd over de wet op de financiering van de oorlog. Dat zal een feest worden. Julian Assange hoopt dat er serieus over de megapublicatie zal worden gepraat, dat er nader onderzoek zal komen en dat het misschien ook tot vervolgingen zal komen. Zei hij op een persconferentie in Londen.
Wat zijn de gevolgen voor Nederland? In 2007 veroorloofde het ministerie van Defensie zich een paar leugentjes, over vier Afghaanse burgers die 'per ongeluk’ waren doodgeschoten. Ik zie niet gebeuren dat daarvoor nu nog een parlementaire enquête zal worden gehouden. Het gaat om iets anders. Vier jaar zijn we de kritiekloze bondgenoot geweest in het telkens wisselend, chaotisch en vruchteloos beleid van Washington. We hadden beter kunnen weten, net als in Irak. We hebben een Nederlandse Julian Assange nodig.