Economie

ING is eng

Hebt u hem al gehad, de ‘Welkomstfolder’ van ING? Alle acht miljoen klanten van de Postbank krijgen er een in de bus. ‘Omdat u het fijne wilt weten over het samengaan’, legt de website van ING op vaderlijke toon uit. We kunnen niet wachten!
Wie nog geen folder kreeg, hoeft niet te wanhopen. ING stelt u via haar website graag gerust: ‘Belangrijk om alvast te weten: u kunt gewoon blijven bankieren zoals u dat gewend bent.’
Gewoon blijven bankieren. Je vraagt je af hoe de communicatieafdeling dat terloopse zinnetje uit de tekstverwerker heeft gekregen. Niemand kan in 2009 nog gewoon bankieren. Want het is niet gewoon als rekeninghouders op zondagavond moeten bidden dat hun bank er maandagochtend nog is. Het is niet gewoon als spaarders hun geld over verschillende banken moeten spreiden. En het is zeker niet gewoon als een bank alleen met miljarden aan staatssteun en overheidsgaranties op de been kan blijven.
Postbank of ING, het maakt de klant niets meer uit. De actie ‘Postbank Moet Blijven’ is wegens gebrek aan medestanders een zachte dood gestorven. ‘Mijn geld moet blijven’ is de enige actie die rekeninghouders interesseert. De naam van de bank, of de kleur van het leeuwenpak, het zal allemaal wel. Zolang de pinautomaten maar geld blijven geven.
Afgelopen weekend was het weer kantje boord voor ING. Voor de tweede keer in vier maanden tijd moest Wouter Bos bijspringen. Na de tien miljard euro steun in oktober 2008 moest de minister van Financiën ditmaal over de brug komen met een garantstelling. De balans van ING dreigt te bezwijken onder het gewicht van de kleine dertig miljard euro aan slechte Amerikaanse hypotheken die de bank de afgelopen jaren blijmoedig heeft ingekocht.
Die hypotheken gaven in het verleden een hoog rendement, en dat had ING nodig om te kunnen groeien in de VS. Daar bestormde de bank de markt met de hippe internetbank ING Direct, die hogere spaarrentes beloofde dan de concurrenten.
Maar wie een hoge rente betaalt, moet het opgehaalde geld extra winstgevend beleggen. Anders kan het niet uit. ING deed dat door hoogrenderende hypotheekpapieren in te kopen. Het bleek een verkeerde gok.
Wat de situatie bij ING extra griezelig maakt, is dat de Amerikanen het opgehaalde spaargeld met een klik van de muis bij de bank kunnen weghalen. Een enkel gerucht over de vermogenspositie van ING, en de volgende dag staat al het spaargeld bij de concurrent. Zo werkt dat bij een internetbank.
In theorie althans, want ING zal dan eerst de met het spaargeld gekochte hypotheekpapieren moeten verkopen. Maar de markt voor rommelhypotheken zit sinds het uitbreken van de kredietcrisis potdicht, wegens gebrek aan kopers. De Amerikanen kunnen helemaal niet bij hun spaargeld. Zodra ze dat doorhebben, valt het financiële kaartenhuis in elkaar.
Dat scenario is zo eng dat Bos niet anders kon dan zich garant stellen voor verliezen op de beleggingen van ING. Alleen op die manier blijft er – hopelijk – genoeg vertrouwen in de bank.
Een goede actie van Bos? Dat is maar de vraag. In feite lost hij met belastinggeld van ons allemaal de problemen op van de eigenaren – de aandeelhouders – van de bank.
Op de dag van de garantstelling steeg het aandeel ING bijna 28 procent op de beurs. Dat was kassa voor de grootaandeelhouders, zoals het investeringsfonds Alliance Bernstein, dochter van het Franse AXA, dat bijna vijf procent van de ING-aandelen in handen heeft.
Dit cadeautje was onnodig. Bos had eerst ING moeten nationaliseren en daarna pas redden. Dan waren we allemaal aandeelhouder geweest, en staken we ons eigen belastinggeld in onze eigen bank. In Zweden pakten ze het precies zo aan, toen begin jaren negentig de banken daar dreigden om te vallen.
Nog een voordeel van zo’n nationalisatie. De dag na de redding kan Bos bij alle Nederlanders een folder in de bus laten gooien: ‘We hebben ING gekocht. Eerste besluit: de Postbank blijft!’