Atte Jongstra over de mystiek van het samenliggen

Ingaan tot de vrouw

De mystiek van het samenliggen: via het ‘ingaan tot de vrouw’, zoals dat bijbels heet, opgaan in het Al, het hogere, hoe men het maar noemt. Je fysiek opheffen of je ego wegwerken. Hoe de man in de vrouw wil verdwijnen.

WAAROM MOET IK nu meteen aan Gertie Bierenbroodspot denken? Ik las een interview met haar in Opzij, een blad dat ik nogal eens opensla bij de Ako-vestiging om de hoek. Het was een themanummer over de liefde, waar Bierenbroodspot in stond. Ze vertelde over haar dragondermethode, pure overweldigingstactieken als het om de liefde gaat, en ik moet eerlijk zeggen dat de foto’s bij het stuk daar wel bij pasten. Een beer van een vrouw, die je onder de voet loopt. Alles pront, alles krachtig. Je begreep meteen waarom haar schilderijen zo herculisch ogen.


Ze zou binnenkort een huis in Toscane kopen, vertelde ze, en daar mocht iedereen dan komen. Iedereen, daar hoorde ik óók bij. Zou ik me meteen aanmelden? Misschien maalde ik dan met de eersten mee. En Toscane is tenslotte niet de beroerdste streek. Toen kwam ik op twee dingen. Het eerste was de haarkleur van Gertie. Blond. Mijn biografie bewijst dat ik daar niet van hou. Verder struikelde ik erover dat iedereen mocht komen. Niet zo intiem. Ik geloof dat ik me pas in Toscane zou vestigen als ik de enige was die mocht komen. Ik ben niet zo in voor het groepsgebeuren. Voor je het weet moet je opzij, omdat een ander ook wel eens aan de beurt wil komen.


De mystiek in het samenliggen, via het ‘ingaan tot de vrouw’, zoals dat bijbels heet, opgaan in het Al, het hogere, hoe men het maar noemt. Moet ik uitgerekend meteen aan Gertie Bierenbroodspot denken. Want in heel dat interview heb ik niks hoogs kunnen ontdekken. Het was vlakte die de klok sloeg, en een Walküre met woeste borsten en woeste haren die daar denderend overheen galoppeerde.


Maar het kon dat het aan mij ligt. Misschien moest ik eerst een opleiding volgen. Ik besloot me op internet te oriënteren, zocht een zoekmachine en zette die aan het werk met mystical+sex.


Wachten. Plop.


Een boekenfirma bood Louis William Meldmans Mystical Sex: Love, Ecstasy and the Mystical Experience aan, wat ik onmiddellijk bestelde. Ik kan er helaas niks over vertellen, de verschepingstijd is nog niet verstreken.


Wachten. Nog een plop.


Geen verschepingstijd ditmaal. Een blote secretaresse (‘Hi, I am Natalie and I work in the Reception Office’), ontving mij op het denkbeeldige eiland van de Venusian Church, een kerkgezelschap uit Seattle. Seattle van Twin Peaks, grunge-gebied met zeeklimaat, wel een stuk rauwer dan Toscane. Maar de ontvangst was warm. Meteen een aanmeldingsformulier op het scherm. Iedereen mocht komen, maar niet zonder een beeld te geven van voorkeuren en bedoeling. Het hemd werd je van het lijf gevraagd. Naam, adres, geboortedatum, postcode, geslacht, seksuele voorkeur, waarom mij zonodig aangemeld, of ik spiritueel was of godsdienstig, of ik iets had met persoonlijke groei, of ik het goed met geestverwanten kon vinden en was er soms nog iets anders? En of ik maar vijftig, honderd of meer dollar wilde doneren aan de Venuskerk.


Er waren meer vragen. Had ik een verhouding? Wist - zo ja - mijn partner van mijn Venuskerk-belangstelling? Of ik wilde beschrijven wat een mystiek huwelijk voor mij inhield en wat ik daar voor wilde doen… Met hoeveel mensen wilde ik trouwen, of smeet ik me meteen in een hele groep? Wat men per se van mij moest weten, alvorens het mystieke huwelijk aan te gaan?


Alles draaide om het motto ‘Sex is divine’. De Venuskerk beschouwt seks als iets heiligs, het zou de mystieke verhouding met onze dierbaren vertegenwoordigen, maar ook met Schepper, Heer, God, of hoe we het maar noemen willen. Nogal vaag en hooggestemd naar mijn smaak. Dat ze meteen hierop over Indiase tradities begonnen, verbaasde me niks. Interessanter vond ik dat ze schreven dat tijdens het orgasme een tijdelijk ego-verlies optreedt, wat de Fransen met ‘le petit mort’ aanduiden. Dat ken ik zelf, en ik associeer het met mystiek. Dat betekent niet dat klaarkomen altijd mystiek is. Het hangt er sterk vanaf of je wel tot de ideale vrouw bent ingegaan, en zelfs elk samenliggen met de ideale vrouw betekent nog geen mystiek. Maar het komt voor, en dat zijn de momenten waarop je inderdaad het verlangen voelt er in te blijven, dat je je fysiek wilt opheffen of je ego wilt wegwerken. Om niet in Heer of God, Boeddha of welke andere oosterse figuur dan ook, maar in die vrouw in en op te gaan. Ik weet niet hoe het met anderen is, voor mij is dat het beste dat er is op immaterieel gebied.



MISSCHIEN KAN DIE Venuskerk me leren hoe ik dat alles vaker kan beleven, dacht ik en ik keerde terug naar de receptie. Natalie was er niet meer. Ze bleek te zijn vervangen door een andere blote mevrouw. Niet lelijk, daar niet van. Maar het leek me geen harde werker. Ze lag volgens de Venus-liturgie naakt in haar bureaustoel, maar het zag er zo lui uit. Ze had een telefoon aan haar oor, desondanks ging er meer liggen dan werken van haar uit.


Ik klikte dus verder, en vond toen ineens dit:


‘Als U al lid bent van de Venusian Church kunt U ook zonder mij, rechtstreeks naar de pornotempel gaan om daar een keuze uit ’s werelds beste erotica te bekijken.’


Zonder haar kon het ook. Inderdaad, lui dus. Maar ho! Waar werd ik zo moederziel alleen naartoe gestuurd?


Ik klopte aan de pornotempel van de Venuskerkeraad, verder dan het voorportaal kwam ik niet. Aan de muur een bordje met vier foto’s van volgens de stand der mode beeldschone vrouwen die het met elkaar, met mannen en met dingen deden. Erg professioneel leek me. Dat bleek ook te kloppen. De Kerk van Venus had de copyrightregeltjes laten zitten, die verwezen naar de internetsite www.bustybabes.com.


Meteen controleren. Plop.


De firma BustyBabes bleek er geen eiland op na te houden zoals de Venusian Church, maar een stad van opmerkelijke opvang, een boomtown die Boobtropolis heette, waarvan de bevolking zich specialiseerde in stoomseks, ranzige teenagers, gouden watersport en anaal verkeer. Iedereen kon zich er in de burgerlijke stand laten inschrijven, mits men een groots gemoed inbracht, of een valide creditcard.


Ik heb er nog over gedacht die blote Venuskerk-secretaresse om opheldering te mailen, maar die was vast te lui om te verklaren waarom in hun Temple of Porn zo weinig mystieks te vinden was. Die hele kerk van Venus viel trouwens onmiddellijk door de mand. Vast niets meer dan bij ons destijds de Satanskerk: een geil verkooplichaam in een reli-jasje.


Ik zocht verder op internet, maar vond niks onder de laatste trefwoordcombinatie, afgezien van tantratechnieken om het zaad zo lang op te houden dat er als je het laat gaan een lichtflits in je kop verschijnt. Wat mij levensgevaarlijk lijkt. Iedereen krijgt tegenwoordig maar hersenbloedingen.



MYSTIEK EN LIJFGEMEENSCHAP. Verder studeren dus. Geen hits op internet behalve frauduleuze New Age. Old age dan. Ik was eerder, op het Web zoekend naar naslagwerken, gestuit op A Dictionary of Faeries, een onthutsend rijk woordenboek op het gebied van Germaanse volkskunde, sagen en legenden, van de organisatie faeryland.tamu-commerce.edu. Compleet met eigen zoekmachine, waarin ik opnieuw mystical+sex intoetste. Dat leverde niets op, maar na wat gegoochel met trefwoorden vond ik toch wat ik zocht: ouder dan middeleeuwse verhalen waarin ik de mannelijke behoefte voel in een vrouw te verdwijnen, als het om de liefde gaat. De Schotse legende True Thomas bijvoorbeeld, waarin de elfenkoningin Thomas van Erceldoune als haar minnaar uit de werkelijke wereld plukt en meeneemt naar haar eigen, verwijderde biotoop. Het is dat ze verplicht wordt belasting aan een kwade kracht te betalen in de vorm van haar liefje, anders was onze Thomas nooit meer uit haar omarming opgedoken. Nu kan ze hem slechts uit de onderwereld houden door hem in de kale werkelijkheid terug te zetten.


A Dictionary of Faeries noemt ook de Noors/Zweedse huldar, een vingerhoedvolkje dat in stenen woont en waarover verhalen bestaan dat de huldar-vrouwtjes mensenmannen ontvoeren en vervolgens verslinden. Dat mag klinken alsof de liefde van de vrouw door de maag gaat, maar ik zie er omgekeerd de behoefte van de man in om door de ondermond van de vrouw een hogere wereld te betreden. En als in de Ballad of Tam Lin wordt voorspeld dat de hoofdpersoon eerst in een borrelende bron wordt gegooid en daarmee ‘your ain true love’ wordt, om vervolgens met een groene mantel ‘to be covered out of sight’, dan meen ik toch in die duistere eeuwen eenzelfde behoefte te hebben ontdekt: om via het ingaan tot de vrouw uit de wereld te treden, op te gaan in iets beters en hogers.


Als je met zoiets ongrijpbaars bezig bent als mystiek is het niet altijd even eenvoudig met beide benen op de grond te blijven staan. Vooral als er oosterse geloofsrichtingen in je betoog sluipen. Voor je het weet ben je je eigen cultuur zo ver ontstegen dat je je wortels niet meer ziet. Daarom was ik blij met mijn vondsten in de Germaanse wereld, waar de aarde en het aardse altijd een overwegend element vormen. Het is ook essentieel dat je collega’s vindt, mensen die dezelfde behoefte gevoelen. Als ik al een gek ben in mijn behoefte aan mystiek in het samenliggen, dan ben ik tenminste niet de enige.



OF IK DE EROTISCHE striptekenaar Eric Stanton een geestverwant moet noemen, weet ik niet. Ik aarzel eerlijk gezegd, als ik zijn megacollectie The Dominant Wives & Other Stories doorblader. Wat die arme mannen bij Stanton wordt aangedaan door Bierenbroodspotachtigen — billenkoek tot en met de partes postiorum als dartbord gebruikt, kneveling tot en met walküriaans boks- en worstelwerk. Het is iets wat ik mezelf niet graag zou zien overkomen. Maar in één Stanton-verhaal is wél het begin van mystiek zichtbaar. We volgen een pasbenoemde vrouwengevangenisdirecteur, die op niet mis te verstane wijze in aanraking komt met de regels van het huis. Het is de wrede, zwarte bewaarster Donna die ze er bij hem inpepert. Ze slaat hem neer, ontkleedt zich, meer lijfstraf volgt, met de kletsende hand, met de karwats. Dan vraagt Donna de gebutste directeur of hij weet hoe linguaal een vrouw te bevredigen. Een kleine cursus volgt, met aansluitend examen. Het gaat mij om wat de ballontekst dan zegt: ‘Ik knielde voor mijn meesteres terwijl haar krachtige benen mijn hoofd in een knellende greep hielden. Mijn hele wereld bestond uit haar open altaar en haar bevrediging was het enige doel in mijn leven.’


Hier begint iets te dagen — altaar, het enige doel in mijn leven. Het verdwijnelement mag dan nog buiten beeld blijven, je kunt op zijn minst zeggen dat er van de oorspronkelijke directeur weinig meer over is. My body was hers completely.



ER ZIJN VELE vormen van mystiek mogelijk. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een vorm waarbij lijfschade en pijn minder prominent zijn. De mystiek van het fysiek verdwijnen moet vooropstaan. Maar we hoeven gelukkig niet bij femdom-maniak Stanton te blijven, als het om het hogere samenzijn gaat. In de humoristische beeldsfeer is er bijvoorbeeld een anonieme Duitse prent van rond 1900, waar we een koninklijk geslacht met opgeheven hoofd op zijn scrotum richting vrouwengeslacht zien schuifelen, waar twee buigende lakeien de schaamlippen openhouden. De prent heet De entree van de heerser, maar zoveel is duidelijk: als hij eenmaal binnen is, komt hij nooit meer naar buiten. Als hij eenmaal zijn entree heeft gemaakt, is hij weg, verdwenen naar een plaats waar geen kroon meer telt. In vergelijkbare sfeer is de prent die Goed en kwaad heet, in 1832 getekend door de Franse eroticus Eugène Le Poitevin. Ik ben niet kapot van dit in een vrouwengeslacht hossende, mini-carnavalsgezelschap. Bovendien zijn ze op weg naar buiten: dat is de verkeerde kant op. Hetzelfde geldt voor Jules Adolphe Chauvets Le centre du monde uit 1848, ook mini-mannetjes, maar op het moment dat ze aan een vrouw ontvallen. Verkeerde kant op, nogmaals.


Voorbeeldig op het eerste gezicht echter is de tekening Lubriciteit van Alfred Kubin uit 1901. We zien het spreekwoordelijke plonsmannetje, van een buiten het beeld opgestelde duikplank gestrekt op weg naar een schede waaruit hij nimmermeer zal opduiken. Duidelijk eenrichtingsverkeer. Ik herinner me een variant op dit thema, waarbij de plonsmannetjes na de duik en een opwaartse reis door het binnenste weer uit de mond van de vrouw te voorschijn komen — uit de achttiende eeuw geloof ik. Ik kon hem niet terugvinden, net zo min als de versie die de Amerikaanse comic strip-Meister Robert Crumb ervan tekende. Het liggende fysiek was zoals alle vrouwen bij Crumb — enorm benenwerk, korte torso — en de duikende mannetjes leken op hemzelf. Verder was zijn prent identiek: plons, de tocht binnendoor naar buiten, door de mond weer de buitenlucht bereikt.


Kubin is duidelijk meer op mystiek. Hoewel, aan de andere kant… Ook op deze prent vinden we het spookachtige terug dat Kubin zo vaak vertoont. Ik kan niet zeggen dat er hoop op een hogere, lichte wereld uit spreekt, eerder radeloosheid. Kubins eenzame plonsmannetje lijkt bij nader inzien op weg naar eeuwige duisternis. Daarmee kom ik bij Kubin eerder bij verdwijningsangst terecht dan verdwijningsbehoefte. Waarmee zijn Lubriciteit-tekening, als het om mystiek gaat, staat voor anti-mystiek. Negatieve aandacht is ook aandacht, maar het bevredigt wederzijdse partijen toch nooit zo. En ik weet meteen weer waarom ik nooit van het werk van Alfred Kubin heb gehouden.



HET WILDE NIET erg opschieten met mijn mystiek. Ik was moe, en ging met mijn vrouw op vakantie naar ons Franse huis om alles te vergeten, inclusief verdwijnen. Ik timmerde, metselde, hakte bomen om en dacht slechts aan timmeren, metselen en boomomhakken. Tot mijn vrouw begon te klagen over mijn raspend eelt op haar huid en zei dat we in onze vakantie aan vakantie toe waren. We reisden dus naar Italië. Lucca, Pisa, Florence. In laatstgenoemde stad kwamen we op het plein bij het oude raadhuis met Michangelo’s David als drempelwachter en tot mijn verbazing stond dat plein, alsmede de hele boulevard richting Arno vol met beelden van Botero. Moddervet gebeeldhouwde fysieken, vooral van vrouwen. Ik moest meteen aan een droom denken die ik als jongetje van elf vaak had, en daarmee kom ik toe aan de bronnen van mijn behoefte in de vrouw in te gaan, voorgoed, fysiek.


In die droom zweef ik in handwarm water en ik merkte dat ik omringd werd door vrouwenlichamen, dik als bij Botero. Wat bij Botero echter ontbreekt — zijn figuren zitten barstend strak in het vel — was in mijn lauwe onderwaterwereld ruim aanwezig. Kwabben, ribbels, plooiend spek, vouwen in het vet.


In eerste instantie vond ik al dat omringend vlees wel aangenaam, geloof ik. Nu en dan raakte ik een van hen en streek even langs hun huid. Maar ze drongen dichter en dichter tegen mij aan, verkleurden ook steeds zwarter. Toen sloeg de angst toe. Even later stikte ik bijna. Zodat ik, snakkend naar licht, snakkend naar adem, de ogen ten einde raad maar opsloeg.


Bij Botero moest ik aan die droom denken, maar zijn beelden waren anders, als gezegd. De echte, klassieke schok van herkenning kreeg ik later, op internet.


De snelste manier om je te oriënteren in woud en hakhout op het Web — en dat heb ik de maanden voor de vakantie gedaan — is via het lichamelijk genot. Geen spoor van mystiek op de sekssites. Je moet er bovendien een sterke maag voor hebben: door banzai gedreven Japanse leerlingmeisjes met de jurkjes aan of uit na school, de liefde voor de hond, voor de hele boerderij, bediening in de groentewinkel, gemeenschap met geraamten en zelfs wat men ‘bruine douches’ noemt, you name it en — om de grote Nederlandse dichter Willem Bilderdijk te citeren — ‘het geil dringt aan de gaten’.


Misschien wel de oudste, maar hoe dan ook de meest ontwikkelde websites zijn die van de seksindustrie. Doorschakeling van links naar rechts, zoekmachines naar alle denkbare specialisaties, geacheveerde toldrempels.


Schipper mag ik overvaren, ja of nee? Een glimp van de overzijde wordt gratis geboden, om te bewijzen dat het gras daar wel degelijk groener is. Wie wil niet overvaren na een blik of vier op malse weiden ginds? Daadwerkelijke inscheping kost geld. Voor je het weet heb je een invulformulier voor je neus, met de bekende ruimte voor het nummer van je creditcard. Natuurlijk zijn er ook clandestiene schippers, echte vrijbuiters, piraten, die zich van creditcard of volwassenheidscontrole niets aantrekken en de vlees- en hulpstukkenhandel van een ander weggeven voor niets en niemendal. Een van hen heet The Yellow Hun. Deze Gele Hun is gevestigd in Wervershoof, ik meen ergens bij Arnhem. Ik stel me er een jongeman bij voor, alleen in een kale flat, met een machtig netwerk van hackervrienden, die hem na inbraak in virtuele huizen van plezier de buit toemailen. Het is de Hun die rubriceert, dag in dag uit, per vriendenzending, de Gele Hun indexeert en publiceert, met soms een commentaartje als ‘ik heb je toch gewaarschuwd’ of ‘deze babes zijn ouder dan ze zeggen’. Gratis en voor niets, als moderne Robin Hood, die alles deelt met bosbewoners zonder creditcard.



OP MIJN VEELVULDIGE tochten door dit donk’re Hunnenwoud — gij die hier binnentreedt, laat alle hoop op mystiek varen — vond ik in deze index, aflevering 9 augustus jongstleden ‘huge fat ladies swimming in the pool’.


Wacht eens even… Klikken!


En daar waren ze ineens. Alsof iemand anders mijn nachtmerriebeelden had gefotografeerd. Een hele galerij, huge en fat, inderdaad. Overtreffender trap van mollig lijkt het menselijk fysiek niet te kunnen bereiken. Ze hadden me makkelijk kunnen herbergen, die waterbabes. Ruimte zat. Golvend zag ik een geslacht, om daar in te duiken hoefde je homunculus noch plonsmannetje te zijn. Zwetend keek ik naar de beelden. Daar was het eerste donkere vlekje op een der machtige dijen al, toen zag ik meer. Als je dik bent als de dames in dat bad heb je snel een blauwe plek.


Ik klikte dus snel, aangelopen, doodsbenauwd: programma verlaten, Netscape uit, ik stopte de verbinding en kon weer ademhalen.


Tsja, daar zit je dan met je wens om in te gaan, te verdwijnen in de vrouw. Tegelijk had ik het gevoel dat er iets was afgerond.


‘Hoe gaat het met je?’ vroeg mijn vrouw bij thuiskomst na de eerste werkdag, ze zag dat het niet ging.


‘Mijn nachtmerrie op internet gezien’, zei ik. ‘Die blijkt dus echt te bestaan.’


Ze wist genoeg.


‘Heb je weer bij de Gele Hun gezeten?’


Ik knikte.


‘Op zoek naar mystiek hè…’


‘Misschien moet je dat zo langzaamaan maar eens vergeten.’



IK HAD HET GEVOEL dat er iets was afgerond. Maar er klopt iets niet. Vanwaar die wens om op te gaan in samenliggen, gezien mijn droom van toen? Waarom het licht willen zien binnen in de vrouw, terwijl dat duistere droombeeld steeds nog angst aanjaagt?


Er zit maar één ding op, besloot ik. Ik ga een roman schrijven waarin de hoofdpersoon in zijn vrouw wil verdwijnen, fysiek. Om via haar in te gaan en te verdwijnen in het omringende, in iets Hogers.


‘Ik heb een onderwerp bedacht voor een nieuw boek’, zei ik tegen mijn vrouw.


Meestal heeft ze aan een paar woorden genoeg om heel nuchter te beoordelen of zo’n project haalbaar is, en interessant voor de lezers. Ze schudde meteen het hoofd.


‘Leuk voor die hoofdpersonenvrouw’, zei ze. ‘Stel die vent slaagt in zijn opzet en krijgt het voor elkaar om inderdaad te worden opgeslorpt met haar geslacht. Is hij weg, verdwenen. Wat heeft die vrouw dan nog over? Niks toch?’


Ik denk vaak dat ik mijn ideale vrouw heb getrouwd. Zeker is dat ik gretig al mijn gedachten inlever voor de hare. Vaak heb ik het gevoel in haar wijsheid te verdwijnen…


Die roman heb ik intussen geschreven, Hudigers hooglied, een boek vol mystiek, seks en liefde.