Film

Ingehouden emoties

Tian Zhuangzhuang

Springtime in a Small Town

Net als het in sfeer en thematiek zeer verwante Far from Heaven van Todd Haynes, eerder dit jaar met veel succes in de bioscoop vertoond, handelt Springtime in a Small Town van de Chinese filmer Tian Zhuangzhuang over nauwelijks uitgesproken, hopeloze gevoelens van verlangen en spijt. Beide films zijn bovendien gemaakt in een opvallende retrostijl, waarbij Springtime in a Small Town zelfs rechtstreeks is gebaseerd op de gelijknamige film uit 1948 van de klassieke Chinese regisseur Fei Mu.

Tian Zhuangzhuang (1952) viel in 1992, na The Blue Kite, in ongenade bij de Chinese machthebbers en kon daardoor tien jaar lang geen nieuwe film maken. Niet alleen had zijn behandeling van de Culturele Revolutie bij de overheid wrevel gewekt, hij had ook nog de onbeschaamdheid gehad de film zonder hun toestemming in Cannes te vertonen. Hij belandde op een zwarte lijst en hield zich al die jaren uitsluitend bezig met het schrijven van scenario’s, de opleiding van acteurs en het produceren voor anderen. Vandaar dat hij zich met Springtime in a Small Town aan een voorzichtig Kammerspiel heeft gewaagd zonder enige politieke verwijzing. Toch heeft hij zich met deze film op waardige wijze gerevancheerd.

Alhoewel voorzichtig, heeft de setting van de film toch rechtstreeks te maken met de recente Chinese geschiedenis. Het werk speelt zich bijna geheel af in en rond een statig herenhuis in een provincieplaats in Mantsjoerije, dat ten gevolge van een Japans bombardement tijdens de Chinees-Japanse oorlog (1937-1945) ernstig beschadigd is geraakt. We treffen er in de lente van 1946 de vermoeide, ziekelijke en gedesillusioneerde eigenaar Dai Liyan aan, die noch de motivatie, noch de middelen bezit om het landgoed op te knappen.

Op de eerste lentedag probeert de bedlegerige man een voorzichtige wandeling rond de binnenplaats. Een bezorgde, oude bediende staat met een warme sjaal gereed, het weer is immers «veranderlijk als de stemming van een kind», zoals hij later zal zeggen. Liyan leeft al jaren vervreemd van zijn vrouw Yuwen, die in een ander gedeelte van het huis woont en met wie hij een gearrangeerd huwelijk zonder liefde heeft. Zij was indertijd heimelijk verliefd op een studievriend van haar man, Zhuang, die later arts in Shanghai is geworden. De sfeer is helemaal Tsjechov.

Dan ontstaat er ineens grote opwinding in het huis wanneer Zhuang zich onverwacht aandient om bij zijn oude vriend te komen logeren. De vijftienjarige zus van Liyan, Xiu, wordt er zelfs voor van school gehaald, en met kinderlijk enthousiasme schaart ze zich aan de zijde van de knappe Zhuang. Daarmee kan de dramatische ontwikkeling een aanvang nemen. Yuwen, die op seksueel gebied veel te kort is gekomen, stelt alles in het werk om Zhuang te verleiden. Maar deze wil het zijn vriend eigenlijk niet aandoen, terwijl die juist weer wil dat Zhuang blijft, want hij maakt Yuwen zo gelukkig… En zou Xiu niet een ideale echtgenote voor Zhuang zijn?

Wat zich vervolgens ontspint is zó mooi van ingehouden emotie en zó fraai gefotografeerd (door Mark Li Ping-bing, van In the Mood for Love), dat de film je nog lange tijd bijblijft, al was het maar door dat merkwaardige gezamenlijke boottochtje op de tonen van Johann Strauss’ An der schöne blaue Donau.