Ingehouden woede

BARBARA STOELTIE
LIJFSBEHOUD
Nieuw Amsterdam, 160 blz., € 14,50

We vallen het leven van Elly Weinberg binnen als ze gebeld wordt door het ziekenhuis: haar moeder is overleden. Een gevoel van helderheid, bevrijding, maakt zich van haar meester. ‘Ik besluit deze avond af te rekenen met het verleden. De kwetsbare Elly Weinberg uit de Vossiusstraat bestaat niet meer’, zegt Elly ferm op de derde pagina.
Meer dan dit wil deze debuutroman ook niet zijn, of tenminste: dat is een heel groot thema, afrekenen met het verleden, maar Barbara Stoeltie (1944) houdt het klein. Het verleden bestaat enkel uit de dominantie van een verschrikkelijke moeder, en Stoeltie laat geen kans voorbijgaan om in te wrijven hoe verschrikkulluk die moeder is: ‘De lantaarns langs de gracht lijken feller te schijnen. Ik weet nu dat ik eindelijk verlost ben van de hinderlijke schaduw van mijn moeder.’ Toch is de grondtoon van Lijfsbehoud, ingehouden woede, kundig neergezet. Terwijl Elly door het verleden van haar moeder neust, bedenkt ze of ze wel of niet naar de begrafenis zal gaan. Een week bedenktijd heeft ze, en in die dagen maakt ze uitstapjes met een bevreemdend effect langs oude kennissen van haar moeder. Het milieu waarin ze verkeert, tussen de bewoners van Oud-Zuid die daar al woonden voordat het nouveau riche werd, wordt bevolkt door vreselijke mensen. Kunstenaars, actrices, muzikanten. Stuk voor stuk zijn ze nep, egoïstisch, onzeker, maar schijnbaar onaantastbaar in hun chique huizen. Je ziet ze voor je: de hoge kamers, behangen met schilderijtjes en overvol met bruinig meubilair. Je ruikt het bijna, die weeïge geur van oude huizen en hun oude bewoners.
Stoeltie hanteert geen waarneembare stijl, het gaat haar erom de emotionele banden binnen een familie bloot te leggen. Lijfsbehoud wankelt tussen twee uitersten: de frustraties van Elly, haar liefdeloze affaires, haar bindingsangst, blijven fijn impliciet. De andere hoofdpersoon, de moeder, is zo expliciet als maar kan, een cartoon bijna – en dat gaat vervelen. Bovendien is het jammer omdat Stoeltie Elly met veel meer diepte en gevoel voor drama neerzet; die moeder, dat weet je na vijftig bladzijdes wel.
Wat moet volgen dus, is wat de moeder zo’n kreng maakt. Een sleutelinzicht. Die ontknoping komt, stelt teleur (te basaal) en bewijst dat fictie geen plichtmatige plot nodig heeft om boeiend te zijn. Zeven dagen tussen dood en begrafenis, ook zonder die spanningsboog was ik blijven lezen. Niet voor die moeder, maar voor die o zo zielige dochter.