Oekraïne: touwtrekken om de toekomst

Ingeklemd tussen Oost en West

Oekraïne is economisch uitgeput en politiek instabiel. De post-Maidan-elite ziet een associatieverdrag met Europa als een reddingsboei. ‘Europa heeft last van Oekraïne-vermoeidheid. Ik hoop dat ze daar snel van geneest.’

Medium gettyimages 515127016

Weinig Nederlanders zullen bekend zijn met Jevhen Konovalets, die op de Rotterdamse begraafplaats Crooswijk begraven ligt. Hij was aanvoerder van een nationalistisch verzetsleger in het westen van Oekraïne dat tijdens de Russische burgeroorlog vocht tegen de bolsjewieken. In 1938 werd hij met een gerichte bomaanslag gedood op de Coolsingel in Rotterdam. De bom, verstopt in een doos bonbons, was het werk van de Russische veiligheidsdiensten die de militante Oekraïense diaspora in Europa de kop in wilden drukken.

Het Konovalets-incident (ik las er voor het eerst over in Grensland: Een geschiedenis van Oekraïne van historicus Marc Jansen) is een illustratie van de permanente spanning die de geschiedenis van Oekraïne bepaalt: hoe het land zich afzet tegen Rusland. Die spanning zie je terug in discussies over de vraag of Rusland of Oekraïne de culturele erfgenaam is van Kiev Roes, het middeleeuwse Oost-Slavische rijk met Kiev als centrum. Het speelde in de eerste decennia van de Sovjet-Unie toen er ruimte leek te bestaan voor de ontwikkeling van een Oekraïense culturele identiteit, totdat russificatie werd doorgedrukt. De kwestie lag voor in december 1991 toen Oekraïne naar de stembus ging voor een referendum dat resulteerde in een overweldigende keuze voor onafhankelijkheid van Rusland.

Ook de recente geschiedenis bewijst dat Oekraïne scharniert tussen Oost en West. De massa’s die in de winter van 2014 vrieskou en politiegeweld trotseerden tijdens de EuroMaidan werden gedreven door twee wensen: het beëindigen van het pro-Russische, van corruptie doortrokken regime van president Janoekovitsj en aansluiting bij Europa.

Wat begon als vreedzaam protest mondde uit in een veldslag in de straten van Kiev tussen oproerpolitie en milities, waarbij sluipschutters tientallen slachtoffers maakten. Uiteindelijk resulteerden de protesten in een halsoverkop-vlucht van Janoekovitsj en het uiteenvallen van politie en leger. De post-Maidan-verwarring bood Rusland de gelegenheid een plan uit te voeren waarvan de Oekraïense veiligheidsdiensten zeggen dat het al jaren klaarlag: het annexeren van de Krim en delen van Oost-Oekraïne. Met slechts vijfduizend overgebleven militairen kon Oekraïne nauwelijks tegenstand bieden.

De Maidan is voor velen de stichtingsmythe van een nieuw Oekraïne geworden. In publieke gebouwen sieren fotoseries van de protesten de wanden. Het Maidanplein zelf is een plek van herinnering geworden, omringd door geïmproviseerde monumenten voor de ‘hemelse honderd’, de doden die vielen onder de demonstranten. Ook heeft de Maidan een nieuwe politieke elite gebaard. Sleutelposities worden in veel gevallen bekleed door figuren die een prominente rol speelden tijdens de protesten. De meesten van hen kunnen maar moeilijk begrijpen dat de poorten van Europa mogelijk alsnog dichtgaan vanwege een volkspeiling in Nederland die wordt aangegrepen als een gelegenheid om zand in de machinerie van de Europese Unie te gooien.

Tijdens een recent bezoek aan Kiev vroeg ik aan Andriy Parubiy waarom Nederland, in zijn ogen, zou moeten warmlopen voor een verdere verbintenis met Oekraïne, dat bekendstaat als corrupt en bovendien verwikkeld is in een gewapend conflict met Rusland. Parubiy is parlementariër en was tot voor kort secretaris van de Nationale Raad voor Veiligheid en Defensie. Het antwoord op die vraag duurde ruim tien minuten en bevatte een historisch exposé dat begon met de Mongoolse horden die in de twaalfde eeuw door Oekraïne een halt waren toegeroepen en eindige met het huidige conflict met Rusland. Poetin zou niet alleen de ambitie koesteren om Oekraïne in te lijven, maar ook Polen – daar was Parubiy van overtuigd. Europa moest Oekraïne in haar familie opnemen, zei hij met veel nadruk, omdat die twee altijd aan dezelfde kant van de geschiedenis hadden gestaan.

‘We hebben gestreden tijdens de Maidan. Voor een verkiezingsstrijd hadden we geen energie meer over’

De woorden van Parubiy zijn tekenend voor hoe er in Oekraïne tegen het EU-associatieverdrag wordt aangekeken. Terwijl de Nederlandse regering probeert het debat te reduceren tot een kwestie van economie en handel zien veel Oekraïners vooral een historisch en geopolitiek belang. De voorstanders van aansluiting bij Europa (meer dan de helft van de bevolking van Oekraïne, blijkens recente peilingen van het Kiev International Institute of Sociology) gaat het om doorgaan met waar de Maidan om begon: ontsnappen aan de Russische invloedssfeer. De associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne is lange tijd in de maak geweest, met brede instemming van de Europese lidstaten. Het was juist Russische druk die toenmalig president Janoekovitsj deed besluiten om te elfder ure het akkoord niet te ondertekenen. Dat was de vonk die de protesten deed ontbranden. Een ‘nee’ in het Nederlandse referendum zou met terugwerkende kracht de demonstranten op de Maidan de reden van hun opstand ontnemen, meende Parubiy.

Tegelijk zijn het types als Andriy Parubiy waar Rusland het over heeft als ze spreekt over ‘de fascistische junta’ die in Kiev de macht heeft gegrepen. Eind jaren tachtig was Parubiy mede-oprichter van de Sociaal-Nationale Partij van de Oekraïne, een radicaal nationalistische beweging. Als symbool voerde de partij de Wolfsangel-rune, die ook door de SS werd gebruikt. Hij werd parlementariër in 2007 namens een coalitie van nationalistische partijen. In 2012 heeft Parubiy zijn banden met de extreem-rechtse fracties doorgesneden en zichzelf getransformeerd tot een meer mainstream politicus die beloond is voor zijn rol in de revolutie (tijdens de EuroMaidan was hij aanvoerder van het vrijwilligersbataljon).

De fascistenhypothese klinkt nog steeds uit de Russische propagandakanalen, en wordt ook in stelling gebracht tegen het EU-associatieverdrag. Maar aan politieke invloed heeft de verre rechterflank juist ingeboet. In Kiev ontmoette ik Andriy Mochnik, kopstuk van Svoboda (‘vrijheid’ in het Oekraïens), de partij die zichzelf ziet als de erfgenaam van de Oekraïense partizanen die vochten voor een onafhankelijk Oekraïne en in de Tweede Wereldoorlog de kant van de nazi’s kozen in de hoop dat Duitsland ze van de sovjets zou bevrijden. Svoboda, aan wie nog steeds de kwade reuk van antisemitisme kleeft, stond in de voorste linies tijdens de EuroMaidan, maar schoof daarna politiek naar de zijlijn. Vóór de verkiezingen van 2014 had Svoboda 37 zetels in het parlement. Met twee leden die onlangs uit de partij stapten, staat het zetelaantal inmiddels op vijf. ‘We hebben gestreden tijdens de Maidan, we hebben als vrijwilligers gevochten in het oosten van het land tegen de Russische invasiemacht’, zegt Mochnik. ‘Voor een verkiezingsstrijd hadden we geen energie meer over.’

Er klinkt gekrenktheid door in zijn woorden. Mochnik was zelf minister van Milieu totdat aantijgingen van corruptie in 2014 een einde maakten aan zijn positie. Hij heeft weinig goeds te zeggen over de regering van president Porosjenko die volgens hem een smeercampagne tegen zijn partij voert. ‘Er is nog niet één rechtszaak tegen mij gevoerd, ik ben niet veroordeeld, en ik ben niet het land ontvlucht.’ Op één punt deelt Mochnik de ambities van de huidige regering van Oekraïne: ook hij wil aansluiting bij Europa. ‘We lijden zwaar onder de keuze de banden met Moskou te doorbreken, maar als natie willen we zelf over onze toekomst kunnen beslissen. Met hulp van Europa kan dat.’ Dat zijn partij standpunten huldigt die zich slecht verdragen met wat in veel Europese landen als norm geldt, bijvoorbeeld wat betreft abortus en het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht, is volgens Mochnik geen obstakel: ‘We zijn traditionalistisch. Maar het is een Europese waarde dat iedereen zijn eigen mening mag uitdragen.’

Het lijden waar Mochnik het over heeft is merkbaar aanwezig in Oekraïne. Het conflict met door Rusland gesteunde separatisten heeft een zware wissel getrokken op het land. De Grivna, Oekraïne’s nationale munt, is ingestort en de levensstandaard is gehalveerd. Oekraïne hangt aan een monetair infuus van het imf en zag zich genoodzaakt pensioenen en ambtenarensalarissen te bevriezen. Tegelijkertijd bijt de regering liever op de tong dan de economische betrekkingen met Rusland, traditioneel Oekraïne’s belangrijkste handelspartner, aan te halen. De regering is er trots op dat 2015 het eerste jaar was dat Oekraïne geen gas uit Rusland importeerde, een politieke beslissing die het land de Europese energiemarkt op dwong, waar de prijzen dertig procent hoger liggen.

De politieke elite doet er tegelijk alles aan om de dynamiek uit te stralen die Oekraïne Europa-fähig moet maken. ‘Toon mij een voorbeeld van een land dat sneller hervormt dan Oekraïne’, zei premier Arseny Jatsenjoek onlangs tijdens een discussiebijeenkomst met journalisten en denktanks die ik bijwoonde. Achter hem stond zowel de Oekraïense als de Europese vlag opgesteld, ter illustratie van de wens die de politieke klasse in Oekraïne openlijk koestert: onderdeel worden van zowel de Europese Unie als van de Navo. In hoog tempo somde Jatsenjoek op waarom hij vond dat zijn land het vertrouwen van Europa verdient: in twee jaar tijd zijn honderden staatsbedrijven geprivatiseerd, zonder dat ze voor een vriendenprijsje in de handen van oligarchen terechtkwamen, het leger en het politieapparaat zijn vernieuwd en het begrotingstekort is teruggebracht. ‘Na bijna twee jaar recessie is er nu zicht op bescheiden economische groei’, zei Jatsenjoek. Een afwijzing van de EU zou het opkrabbelende Oekraïne volgens hem opnieuw onderuithalen: ‘Ik zie dat Europa last heeft van Oekraïne-vermoeidheid. Ik hoop dat ze daar snel van geneest.’

‘Met het associatieverdrag gaat Oekraïne verplichtingen aan die boven de politiek van het moment staan’

Maar het is niet enkel Europa dat tekenen van vermoeidheid vertoont. Het vertrouwen in de huidige regering bevindt zich, deels vanwege de verwoeste economie, op een dieptepunt. Driekwart van de bevolking ziet Jatsenjoek liever vertrekken. Eind februari overleefde hij ternauwernood een motie van wantrouwen, enkel omdat een aantal parlementariërs die banden zouden hebben met de rijke ondernemersklasse vlak voor de stemming de zaal verlieten. Velen zien hierin het bewijs dat de politiek in Oekraïne aan de touwtjes van oligarchen hangt. Eerder stapte de minister van Economische Ontwikkeling en Handel op, omdat corrupte regeringsfunctionarissen volgens hem hervormingen consequent tegenhouden. Minder dan twee procent van de Oekraïners durft het aan om hun land als ‘politiek stabiel’ te kwalificeren. En al zei Jatsenjoek er niets van te willen weten, iedereen houdt ernstig rekening met vervroegde verkiezingen of een kabinetswissel in 2016.

In de schaduw van de politieke chaos probeert een jongere generatie Oekraïners te voorkomen dat hun land verder afbuigt richting corruptie en oligarchie. Ook zij behoren tot de Maidan-elite, voor wie de val van Janoekovitsj een opening bood. Met zelf opgerichte ngo’s proberen ze hun land vooruit te helpen. Ze proberen werk te organiseren voor de anderhalf miljoen zielen die op drift zijn geraakt als gevolg van het geweld in het oosten van het land, bijvoorbeeld. Ze houden bij of er vaart gemaakt wordt met het benoemen van nieuwe rechters, een van de eisen waar Oekraïne aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor stevigere betrekkingen met Europa. Anderen voeren campagne voor wetten die de positie van homoseksuelen en transgenders in Oekraïne moeten verstevigen.

Oleksandra Matvichuk behoort tot die ngo-jeugd, die voor hun werk voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van buitenlandse donoren. Ze is oprichter van een organisatie die strafzaken probeert te openen in naam van slachtoffers en gewonden die vielen tijdens de EuroMaidan – een van de onderwerpen waar het huidige bewind met een boog omheen loopt. Matvichuk verwoordde de situatie in Oekraïne op een manier die wel eens dicht bij de waarheid zou kunnen liggen: ‘Het maatschappelijk middenveld in Oekraïne is op dit moment betrouwbaarder dan de politiek.’

Jonge hervormers als Matvichuk klampen zich vast aan alles waaruit blijkt dat het de goede kant op gaat met Oekraïne: de plaatsen die het land is gestegen in de doing business ranking van de Wereldbank, de paar plaatsen lager op de lijst van corrupte landen. Een nieuw anticorruptiebureau met zeventig opsporingsambtenaren die corruptie in de hoogste politieke echelons moeten onderzoeken. Een online-systeem waarin alle overheidsuitgaven terug te vinden zijn. De verplichtingen die het EU-associatieverdrag met zich meebrengt op het gebied van corruptiebestrijding, economische hervorming en versterking van de rechtsstaat zijn voor hen een instrument om druk te kunnen uitoefenen op de politieke machthebbers.

Ook Adriy Shpakov is onderdeel van de jonge elite die zijn tijd besteedt aan de publieke zaak. Samen met een aantal vrienden verzamelde hij drieduizend cv’s van generatiegenoten die in het buitenland waren opgeleid. Op die manier probeerden ze een reservoir aan te leggen waar het nieuwe bewind uit kon putten bij het zoeken naar personeel. Zelf ging hij aan de slag bij Easybusiness, een organisatie die wil snoeien in het woud van regels dat nog grotendeels de erfenis van het sovjettijdperk is. De politieke omwenteling deed hem besluiten om zijn kantoorbaan bij een Franse multinational te verruilen voor zijn huidige werk: het schrijven van wetsvoorstellen en die bij beleidsmakers onder de neus duwen. En dat gaat met redelijk succes, vertelt hij in een café om de hoek van de Maidan. ‘Onze voorstellen zijn opgenomen in vijftien wetten die onder meer de voedselindustrie, de IT-sector en de bouwsector dereguleren.’

Op het oog is het werk van dit maatschappelijk middenveld klein bier vergeleken met het machtspolitieke spel waarin de EU, Oekraïne en Rusland verwikkeld zijn. Maar deze clubs verrichten belangrijk werk dat de regering laat liggen, door gebrek aan middelen en kennis, maar ook omdat delen van de politiek en ambtenarij eerder geneigd zijn om de belangen van de zakenelite te dienen. Van alle groepen die touwtrekken om de toekomst van het land hebben de Maidan-jongeren misschien nog wel het meest hun hoop gezet op een verbintenis tussen Oekraïne en de EU. De politici met wie de EU zaken doet kunnen zomaar verdwenen zijn, vervangen door een nieuwe lichting die zich warmloopt voor een eventuele machtswisseling. ‘Met het associatieverdrag gaat Oekraïne verplichtingen aan die boven de politiek van het moment staan’, zegt Andriy Shpakov. Hij heeft ook nog een vraag: ‘Is het echt waar dat in Nederland wc-rollen worden uitgedeeld als protest tegen het associatieverdrag?’

Casper Thomas nam deel aan een serie gesprekken georganiseerd door het Institute for World Policy in Kiev. Daarbuiten hield hij op eigen gelegenheid interviews met beleidsmakers, politici en burgers in Oekraïne


Beeld: 12 maart, Kiev. Kadetten met een tweehonderd meter lange Oekraïense vlag tijdens de dag van de eenheid. (Vladimir Shtanko/Anadolu Agency/Getty Images)