Morgen ben ik jarig. Ik zit op de bank, in een krans van licht, buiten is een donker gat. Het is zo stil in huis dat ik de kat kan volgen in zijn dromen. Ik ben The Hours aan het lezen. De ene vrouw vertelt de ander ’s middags naar het ziekenhuis te moeten. Er groeit iets in haar wat er niet zou moeten zijn. Of de ander op de hond wil passen. Het is vast niks, zegt die. Dat soort dingen zeg je dan, dat het vast niks is.

Op dezelfde laptop als waarop ik dit nu schrijf, heb ik vanmiddag zitten kijken naar 713 afbeeldingen van laarzen. Ik had het aantal kunnen verminderen, als ik mijn maat had ingevoerd – 40 –, de kleur waarnaar ik op zoek was – alles behalve zwart –, de hoogte – alles behalve boven de knie –, de hak – op dat vlak ben ik even de weg kwijt. Toen ik er eenmaal 162 had gehad, kon ik niet meer terug.

Alle 713 lelijk.

Ik heb The Hours al eens eerder gelezen. Aan het toegangsticket voor een Florentijn-museum kan ik zien waar ik destijds ben blijven steken, en in welk jaar dat was. Ik had mijn eerste boek gepubliceerd. The Hours was ook net uitgekomen. Dit is wat literatuur vermag, schreef men overal. Over The Hours dan, hè. Vermag in je broekje zal je bedoelen, dacht ik, op m’n hoge hakken tikkend door het Uffizi.

Mijn vizier staat weer open. En toch blijven mijn ogen opnieuw te lang op de regels hangen. Het gaat over mensen die uit het leven willen glippen. Niet omdat er iets aan gene zijde lonkt, maar omdat er iets is in het hier en nu dat ondraaglijk is. Het moment dat hun leven nog een andere wending had kunnen nemen, is altijd al gepasseerd. Ooit was er die kus, die wandeling, die belofte.

Vanmiddag heb ik ­zitten kijken naar 713 ­afbeeldingen van laarzen. Alle 713 lelijk

Het zijn mooie woorden.

De vrouw van Martin Bril zei dat destijds, ik heb haar al eens eerder geciteerd. Met de jaren hoor ik meer vernietigende waarheid in die uitspraak. ‘Het zijn mooie woorden.’ Ze werd in een praatprogramma gevraagd te reageren op een column van haar man, niet lang ervoor overleden. Ik denk dat het de column was waarin hij beschreef hoe ze thuiskwamen, en zonder hun jas uit te doen tegen elkaar aan op bed gingen liggen. Dat doen getrouwde mensen soms. Zoiets schreef hij.

Ergens woorden aan geven betekent iets inpakken en er een strik omheen doen. Hoe meer ziekte, dood en andere smoezeligheden, hoe opzichtiger die strik. Wat is mijn probleem nu weer? Wees blij dat schrijvers er iets van maken. Je bent morgen jarig.

Het komt door Woolf denk ik, Virginia. Dat ze op weg naar de rivier de Ouse een paar stenen verzamelde om in haar jaszakken te doen. In Michael Cunninghams versie van dit gebeuren, in de proloog van The Hours, heeft ze aan één enkele steen genoeg. Hij is melkachtig bruin, met groene vlekjes, schrijft Cunningham.

Ik had dit jaar geen verlanglijstje. Je kunt niet eeuwig kind blijven. Niet dat ik dat denk, maar het klinkt wel volwassen. Ik koester de dingen waarvan ik dacht dat ze lelijk waren, of onhandig, tot ik ze kreeg van mensen van wie ik denk dat ze een goede smaak hebben of die van me houden. Mijn muren zijn ermee behangen. ’s Ochtends spuit ik iets op waarvan ik denk: interessant. Liefde op het eerste gezicht, wat is dat?

Daar gaan we, dacht ik toen ik in de schouwburg De uren zag. Toen Nicole Kidman voor Woolf moest doorgaan in de filmversie kreeg ze een neus opgeplakt. Chris Nietvelt zet een hoedje op. We zien haar langzaam verdwijnen naar het licht aan het eind van de tunnel, steeds dieper het water in. Het zijn mooie woorden waarin Cunningham het einde van Woolf verpakt, misschien is dat het. Die ene steen in haar jaszak, het water dat koud is en tot aan haar knieën komt. Hij laat haar aan de lijnen in het gezicht van haar geliefde denken, zijn handen. Op die manier krijgen wij nooit genoeg van dit verhaal.