Ingewanden lezen

Het werk van Peter Verhelst lijkt mij één van de meest pregnante uitdrukkingen van een ontstellende machteloosheid. Is zo'n zin nog positief te begrijpen? Moeilijk, denk ik, maar toch bedoel ik het allerminst negatief. Verhelsts werk is, zoals veel andere hedendaagse literatuur, doordrongen van het besef dat de verhalen waarbinnen wij onszelf situeren en herkennen geen onderdak meer bieden voor datgene waar het om gaat of zou moeten gaan. Elk verhaal dat wij over onszelf vertellen wordt op voorhand al ontmaskerd als op zijn hoogst subjectief, en wie niet volkomen naïef wil zijn, heeft nauwelijks een andere keus dan met het vertellen van een verhaal dat verhaal zelf onmiddellijk te ironiseren. Het gevoel dat daarbij iets verloren gaat, leidt maar al te gemakkelijk tot nostalgie of tot een al even vruchteloos cynisme.

Verhelst weigert beide. Men kan zijn werk, waarin niet gemikt wordt op een herkenbare ‘realiteit’, natuurlijk lezen als uitdrukking van het postmoderne bewustzijn dat elk verhaal maar een fictie is. Men kan het lezen als literatuur waarin de lezer bewust op het verkeerde been wordt gezet, meegesleurd wordt in een nadrukkelijk literaire verhaalwerkelijkheid van metamorfose, magie, zintuiglijkheid, onlogica, eventueel met een kritische bedoeling. Maar ik denk dat men dichter bij Verhelsts bedoelingen komt wanneer men zijn werk leest als een furieu ze poging om de onmogelijkheid van welk verhaal dan ook maar letterlijk te lijf te gaan, de machteloosheid waartoe ons ontmaskerende denken ons veroordeelt te doorbreken op zoek naar een essentie, naar het verhevene. Niets minder. Niet voor niets is Tongkat. Een verhalenbordeel een roman over Prometheus, hij die het vuur stal van de goden, of, zoals het in de roman heet, de jongen die het vuur achter zijn tanden bewaart. Niet voor niets is het geschreven in een lichamelijke, op niets dan heftigheid en puur gevoel mikkende stijl, waarin het bloedt en brandt en brult en alles dooraderd raakt. Een amalgaam van geweld en liefde, lust die tegelijk moordlust is, van terrorisme en revolutie, aards en hemels, kortom: mythisch - hier niet te verwarren met harpspelende goden in wufte gewaden, maar als de niet-aflatende Apocalyps zoals we die uit de mythen kennen. Exaltatie, dat is de bedoeling, het op die manier bereiken van een echt gevoel, en dat leidt even vaak tot de ervaring dat de auteur een ster in ons voorhoofd schiet, als tot kromme tenen. Wie het eerste overkomt, kan met dat laatste weinig meer aanvangen, omdat de soms plaatsvervangende schaamte over zoveel onbeschaamd gevoel, je alleen maar terugvoert naar de machteloosheid die hier overschreeuwd wordt. Wie van meet af aan kromme tenen heeft bij dit boek, houdt het niet lang uit. Een compromisloos boek, kortom. Het dwarsboomt zelfs dat wat men zou kunnen bewonderen: de in zichzelf besloten compositie, de prachtige associaties, het verhaal dat op die wijze ondanks de schijn van het tegendeel tóch nog wordt verteld en dat uiteindelijk ook nog blijkt te verwijzen naar zaken in de 'alledaagse werkelijkheid’, naar de Baader Meinhof-groep bijvoorbeeld, zelfs naar koning Boudewijn. Maar die bewondering zou van Verhelst de estheet maken waarvoor hij maar al te vaak gehouden wordt: de virtuoos, de maniërist, de formalist die niet werkelijk iets te vertellen heeft. Geen duidelijk verhaal misschien, geen standpunten inderdaad, geen ironie, geen humor, en werkelijk kritische bedoelingen lijkt hij al evenmin te hebben. Men leest hier ingewanden: het eerste en het laatste, dat wat zich niet laat wegdenken, wat, letterlijk, dodelijke ernst is.