Grrr

Ingezonden brieven

Piet Vroon

Het artikel van Louis Hoeks over Piet Vroon (in De Groene van 9 februari) doet enigszins recht aan zijn betekenis als mens, wetenschapper, columnist en publiekstrekker op radio en tv. Hoeks houdt een zekere chronologie van Vroons leven aan en vergeet een enkel feit, zoals het interview door Ischa Meijer en het nogal misselijk makende artikel in Vrij Nederland, waarin Vroon zichtbaar uit evenwicht is. Wat ik echt een misser meen te moeten noemen, is de analyse van zijn keuze voor de psy chologie, de invulling van zijn loopbaan en zijn houding daarbij naar buiten toe.

Wie psychologie gaat studeren is vooral op zoek naar zichzelf. De speurtocht naar de ziel, het gevoel en het leven is gemarkeerd door een vaag spoor van een lange rij andere zoekers. Wat we wetenschap noemen, is dat in strikte zin echter niet. Wat we missen is een centraal begrip, dat ook definieerbaar is. Dat is de psychologen nog niet gelukt! «De psyche zou onderwerp van studie moeten zijn. Het begrip is echter uiterst vaag en dus moeilijk toegankelijk. Het is daarom binnen de psychologie vervangen door het begrip gedrag.» (Citaat is afkomstig uit het Handwoordenboek der Psychologie (2500 begrippen, uitgeverij Loghum Slaterus.)

Vroon is gericht geweest op een scherpe analyse van genoemde kennis; hij heeft die op uitmuntende wijze samengevat en overzichtelijk gemaakt. Helaas kwam hij op het ingebouwde dode punt; Piet Vroon verviel tot een gevoelsmatige inertie toen de vraag naar nieuwe kennis luider werd in de jaren tachtig. Eerder was hij al in twijfel, toen hij in enkele commissies moest oordelen over kunst en aan kunst verwante verschijnselen als synesthesie (het als kleur beleven van namen, getallen en klanken). Tijdens enkele telefonische contacten in 1985 over die thema’s had hij het over «een ramp». Op mijn verzoek schreef hij een column over kleur; het sloeg nergens op.

Na zo'n vijftien jaar vaste columns in de Volkskrant stopte hij ermee. In een groot artikel was er een orakelend geluid: ons land zou worden ondergedompeld in een burgeroorlog. Omdat ik benieuwd was naar het hoe en wat van de voorspelling vroeg ik hem zijn betoog tijdens een lezingencyclus Contraverse in Delft te houden, zomer 1996. Hij zou komen, maar belde toch uiteindelijk af wegens een «leverinfectie». Ik denk dat hij het niet aandurfde…

Piet Vroon leed niet aan een persoonlijke kwaal, maar aan zijn tijd. Als briljant denker was hij qua gevoelsleven onderontwikkeld. De tv toonde zijn guitige blik als hij lachte en altijd kwamen zijn kwajongenstrekken aan de orde. En maar schrijven en doceren. «Hoeveel boeken heeft u zoal geschreven?» vroeg Ischa hem. «O, dat weet ik niet zo. Ik heb ze niet geteld!» Ha, ha!

Onze professor nam geen genoegen met het leven van alledag. Vroon wist alles van de wereld, de wetenschap en de geschiedenis. Het hield op toen hij voor het grootste raadsel stond: hijzelf.

Ik stel voor dat we voorlopig nog geen eindconclusie trekken over deze grote man. Laten we de discussie nog maar even doorzetten. Misschien wordt de psychologie dan nog eens volwassen.

BUD OOSTROM, Gouda