Hoogleraar ethiek en sociale en politieke filosofie, Erasmus Universiteit Rotterdam

Ingrid Robeyns

Het meest onderschatte probleem in Nederland (en de wereld) is dat we geen overtuigende en geïntegreerde visie meer hebben op hoe we een socio-economisch systeem kunnen ontwikkelen dat zowel duurzaam als rechtvaardig is, en tevens aan iedereen voldoende welzijn kan bieden. We denken te gefragmenteerd, doen aan korte termijn brandjes blussen, worden zelden nog bestuurd door politici die staatsmannen en staatsvrouwen zijn; in plaats daarvan worden we bestuurd door politici die te veel geleid worden door het partijbelang, de wensen van focusgroepen, en soms zelfs hun ego’s. Als burgers laten we ons te veel leiden door problemen die duidelijk zichtbaar zijn, in plaats van de problemen die er echt toe doen.

Dit komt omdat we verleerd zijn om te debatteren over ‘Grote Verhalen’, en de enkelingen die zich daar wel mee bezig houden doen dat op zo'n sloganeske en dogmatisch-ideologische manier, dat zo'n verhaal alle geloofwaardigheid meteen verliest. Wat we nodig hebben is een doordachte, geïntegreerde, logisch beargumenteerde, empirisch onderbouwde en inspirerende visie over waar we met de samenleving, in Nederland, in Europa en op wereldschaal naar toe willen.

De problemen van onze tijd zijn gekend voor wie goed geïnformeerd is. Een zeer urgent probleem is de niet-duurzame manier waarmee we met de aarde omgaan, waardoor we binnen afzienbare tijd met enorme stijgingen van onze energierekeningen zullen geconfronteerd worden en toekomstige generaties schade toebrengen. Wat hier urgent nodig is, zijn duurzame veranderingen van ons gedrag, afdwingbare en vergaande internationale afspraken – of anders technologische mirakels. We hebben een economisch systeem dat ongekende materiële welvaart heeft voortgebracht, maar dat groei van de marktproductie bijna als dogma hanteert. Grote bedrijven worden geregeerd door aandeelhouders die enkel op winstmaximalisatie op de korte termijn uit zijn. De overheid is helemaal meegezogen in dit economische discours en past dit op alle terreinen toe. We hebben een economisch beleid dat enkel de markteconomie erkent, maar geen doordachte visie heeft op de “reproductieve economie” waarin kinderen worden verzorgd, opgevoed, en opgeleid tot productieve arbeidskrachten. Dat kinderen en mensen bovendien veel meer zijn dan 'menselijk kapitaal’, en dat dit vergaande consequenties heeft voor overheidsbeleid, wordt meestal helemaal genegeerd.

Ondanks onze grote welvaart en de enorme verbeteringen in de informatievoorzieningen, zijn er nog veel sociale onrechtvaardigheden. Wat mij betreft zijn die allemaal belangrijk - waaronder de miskenning van culturele en seksuele diversiteit, het ontbreken van een rechtvaardig gezins- en emancipatiebeleid, de ongelijke behandeling van verschillende generaties, en de fiscale bevoordeling van huizenbezitters met giga-hypotheken via de hypotheekrenteaftrek.

De meest stuitende is echter toch de onrechtvaardige ongelijkheid op wereldschaal. Er sterven per dag meer dan twintigduizend kinderen aan oorzaken die eenvoudig vermeden hadden kunnen worden - zoals uitdroging door diarree - maar we blijven ons geweten sussen door te stellen dat dit geen kwestie van onrechtvaardigheid is. We willen het leed wel een beetje verzachten, maar doen dat uit liefdadigheid, niet omdat er iets structureels oneerlijks zou zijn aan hoe we op wereldschaal onze zaakjes hebben geregeld. Dat is helaas een illusie: we hebben een mondiaal economisch systeem opgezet dat in ons voordeel uitpakt, en onze economische praktijken zijn gericht op korte-termijn eigenbelang, in plaats van op een meer rechtvaardige economische orde, of het welzijn van de allerarmsten. Het is zeer waarschijnlijk dat meer rechtvaardigheid op wereldschaal impliceert dat onze materiële levensstandaard naar beneden zal gaan – en dat verklaart veel.


Bekijk ook de website van Ingrid Robeyns