Aan de oostgrens van de EU voerde Polen de afgelopen jaren een opmerkelijke buitenlandse politiek: America First. Hoe dit op de lange termijn ooit goed kon uitpakken, en hoe de Poolse regering daarin kon geloven, zal een raadsel blijven. Helder is wel dat Polen daar de rekening voor gaat betalen, net zoals andere rechts-populistische leiders in Centraal-Europa. Mogelijk deze week al, tijdens wat de meest verhitte EU-top in jaren belooft te worden.

Die leiders liepen de afgelopen jaren met swagger, met de electorale wind in de rug en gesteund door het machtigste land van de wereld. Polen wedde het meest roekeloos op één paard. President Andrzej Duda wapperde met een paar miljard om een permanente Amerikaanse militaire basis op Pools grondgebied te krijgen en zei, in de tuin van het Witte Huis, dat hij hoopte ‘dat we samen Fort Trump kunnen bouwen’. Zijn zichtbaar gevleide Amerikaanse collega naast hem vond dat een machtig idee. De Polen kopieerden ook het nieuwe idioom van de macht. Toen persbureau Reuters (accuraat) meldde dat Fort Trump op losse schroeven stond, stelde een Poolse regeringswoordvoerder: ‘Dat is nepnieuws. De visie van de presidenten Trump en Duda wordt nog grootser dan zij oorspronkelijk was. Een aankondiging volgt snel.’

Maar de enige aankondigingen die volgden waren dat de VS, zeer tegen de Poolse wensen in, duizenden soldaten terugtrokken uit Europa en dat Donald Trump de verkiezingen had verloren. De oogst voor Polen, net als voor zoveel andere landen die op Trump hadden ingezet, waren beloftes, tweets en holle woorden over de Polen als ‘een volk dat opstaat voor zijn onafhankelijkheid’.

De EU-lidstaten hebben een hardere opstelling naar Polen en Hongarije

‘De Poolse regering wedde op het verkeerde paard en zette, helaas, alles in wat het had’, zei een Poolse hoogleraar tegen persbureau AP. Ook de regeringen van Servië (de Servische premier meldde ongevraagd dat hij ‘al niet met Biden kon opschieten als vicepresident, en dat nu ook niet kan’), Slovenië, Tsjechië en Hongarije zien niets terug voor hun flirt met de rechts-populistische regering in Washington. Al kunnen zij, in tegenstelling tot Polen, nog terugvallen op politieke steun uit Moskou.

Dit alles is een interessant zijverhaal bij de nieuwe krachtmetingen in Europa tussen de ‘problemenmakers’ en de landen die de oude kern van het Europese project vormen. Het illustreert namelijk hoe cruciaal de langere termijn is in de Europese politiek en hoe verraderlijk successen op de korte baan kunnen zijn. Boris Johnson ervaart dat op dit moment ook in de laatste onderhandelingen over de Brexit. De EU beweegt langzaam, simpelweg omdat ze uit 27 lidstaten bestaat, maar is ook moeilijk van haar plek te krijgen als ze eenmaal bewogen heeft.

Het lijkt erop dat de EU-lidstaten hebben bewogen richting een hardere opstelling naar Polen en Hongarije. Op de EU-top deze week zal blijken of dat inderdaad zo is. Nederland speelde een belangrijke rol in de hardere lijn tegen de illiberale democratieën in Europa. Niet zozeer omdat Nederland voorop loopt in de eisen dat er sancties komen tegen EU-landen die hun eigen rechtsstaat ondergraven, maar omdat Nederland met die scherpe koers ruimte schept voor het machtigste land van de EU. Duitsland voelt zich vanwege zijn geschiedenis het meest comfortabel in een politieke middenpositie. Als de Duitse regering zelf weg beweegt uit het midden, bijvoorbeeld omdat het Duitse geduld met Hongarije en Polen op is, dan heeft de Duitse regering het liefst dat een naaste bondgenoot (na een impliciet of expliciet knikje) nóg scherper aan de wind koerst. Zo beschreef bijvoorbeeld Hans Kundnani dat in The Paradox of German Power. Berlijn kan dan een ‘compromis’ presenteren dat daarbinnen ligt.

Inleidende beschietingen zijn er volop. Duitse politici lekken van alles naar de pers over een hardere lijn, Hongaarse en Poolse politici maakten hun verplichte vergelijkingen met het Derde Rijk en het communisme, en de Europese Commissie werkte aan een noodbudget, voor het geval dat Polen en Hongarije de EU-begroting werkelijk torpederen vanwege eisen aan hun rechtsstaat. Maar wat er deze week ook gebeurt, dit nieuwe landschap in de EU blijft voorlopig in grote lijnen zo liggen. Dat belooft wat voor de Europese politiek de komende jaren. ‘America is back’, aldus Joe Biden. Europa, zo lijkt het, is dat ook.