Buitenland

Innige Europese vriendschap

Als je in de jaren tachtig iets voorstelde in de Europese politiek werd je uitgenodigd op de verjaardagspartijtjes van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl. Vaste gasten waren zijn Belgische en Spaanse collega’s Martens en Gonzáles. De Nederlandse premier Ruud Lubbers kreeg meestal geen uitnodiging.

Het grote Europese project van die jaren was de monetaire integratie. Via het Verdrag van Maastricht (1992) kreeg deze zelfs de vorm van een volwaardige muntunie. Daarmee werd een langjarige wens van Frankrijk werkelijkheid. Kohl maakte dit mogelijk. Toen hij zich een paar weken na de val van de Berlijnse Muur verbond aan de totstandbrenging van een Europese muntunie stelde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken hem een retorische vraag: ‘U handelt met die muntunie toch regelrecht tegen de Duitse belangen!?’ Kohl antwoordde bevestigend. Hij had inderdaad een ‘Entschluß gegen deutsche Interessen’ genomen. De reden gaf hij ook: ‘Duitsland heeft vrienden nodig.’ Geld was daaraan ondergeschikt.

Zoals de meeste van zijn landgenoten wist Kohl maar al te goed dat ‘vrienden hebben’ geen vanzelfsprekendheid is voor Duitsers. Sterker, het naoorlogse Duitsland moet soms vriendschap kopen. Ook daarvoor is een reden. Duitsers beseffen dat nog steeds, zoals blijkt uit de bijval voor het onversneden pro-Europese profiel van de nieuwe regering. Wat op stapel staat is duidelijk: Duitsland gaat Europa weer sponsoren, via fondsen om de muntunie verder te stutten en socialer te maken.

Maar daar staat wel iets heel aantrekkelijks tegenover: verdieping van een oude vriendschap, waarin ondertussen de romantiek van trouw en betrouwbaarheid gevierd kan worden. Dit is Europese vriendschap on another level. En er is meer. De vriend van Duitsland verschijnt in een gedaante die een Duitser nooit kan aannemen, maar wel wenst: Hoffnungsträger van Europa. Innige Europese vriendschap met Emmanuel Macron, zachtere balsem voor de Duitse ziel is nauwelijks denkbaar.

Zachtere balsem voor de ­Duitse ziel is bijna niet denkbaar

Na de besmeuring van Merkels beeltenis met hakenkruizen en Hitlersnorren in Griekse kranten kan het Duitse leiderschap in Europa wel wat rust gebruiken. Daar heb je vrienden voor. De wereld heeft afgelopen week kunnen zien hoe het zal gaan. De enscenering was treffend Europees: een vermaard Zwitsers Kurort, waar de representanten van een ancien régime zich avant-garde wanen, en decadentie vierden, zoals dat alleen in Europa kan: achteloos maar ook bezorgd, plichtmatig en toch opgewonden.

Voordat de massa’s van Davos zich onderdompelden in het ‘event Trump’ had Merkel indringend geklaagd over verkwanseling van de lessen van de geschiedenis; juist op dit moment, honderd jaar na 1918. Ze preekte ouderwetse ernst en samenwerking, naar het voorbeeld van het West-Europa van de tweede helft van de twintigste eeuw. Haar route voor oplossingen: een Europa van ‘ever closer union’.

Dit was het voorprogramma voor Macron. De Franse president stal zoals gepland de show. Hij opende een frontale aanval op wat hij het ‘kapitalisme van supersterren’ noemde, en riep op tot de hernieuwde aanpak van armoede en investeringen in sociale cohesie. De instrumenten die hij aanbeval: multilaterale samenwerking, met Europese integratie als best practice. De Italiaanse premier Paolo Gentiloni zette dit alles extra kracht bij met een geraffineerde supportact.

Macron bracht twee hoofdpunten. Eén: ‘Frankrijk is terug in het centrum van Europa.’ Twee: hij kondigde een Europese tienjarenstrategie aan om van Europa een ‘politieke macht’ te maken. Daarmee bedoelde hij: onafhankelijk. En net zoals zijn voorgangers weet Macron dat de monetaire integratie een ideale modus kan zijn om deze woorden om te zetten in daden. Zeker nu de regering-Trump opnieuw heeft gehint op een valutaoorlog.

De Europese muntunie kan een krachtig middel worden om de eigen positie van Europa – tussen de VS en China – vorm te geven, én deze in te vullen met alternatieven voor het rauwe kapitalisme dat beide supermachten op hun eigen manier stuwen. Die potentie heeft Frankrijk altijd in de euro gezien. Maar om haar ook te kunnen realiseren is voluit Duits commitment onmisbaar. Dat komt er nu. De Franse minister van Financiën heeft al aangegeven dat het nieuwe Frans-Duitse elan in de eurozone spoedig verbreed zal worden door België, Spanje en Italië erbij te betrekken. Merkel zal er geen verjaardagsfeestje aan wijden. Als ze wat tijd heeft gaat ze liever op vakantie, naar Oostenrijk of het Italiaanse eilandje Ischia.