Politieke strategieën tegen het kwaad

Inpakken of uitsluiten, die duivel?

Als er in de politiek sprake zou zijn van het sluiten van een faustiaans pact, dan is de eerste vraag die opkomt: wie is dan de duivel? Wat is de ziel die aan hem wordt verkocht? En met welk doel?

De voorzitter van de vakcentrale fnv, Agnes Jongerius, heeft het in het afgelopen najaar geweten. Kritiek, kwaadheid en hoon waren haar deel toen ze in een interview met de Volkskrant zei dat ze ook met de Partij voor de Vrijheid van Wilders wilde gaan praten om te voorkomen dat de pensioengerechtigde leeftijd met twee jaar zou worden verhoogd naar 67 jaar.
Het kabinet had toen net besloten ook zonder een sociaal akkoord met werkgevers en werknemers de aow-leeftijd vanaf 2020 in twee stappen van telkens één jaar te verhogen, met als eerste groep de generatie die in 2010 de leeftijd van 55 jaar bereikt. De fnv was daar fel tegen en haar voorzitter wilde het er na het mislukken van een akkoord in de Sociaal Economische Raad niet bij laten zitten. Ze zou haar verzet tegen de maatregel voortzetten, middels het zoeken van bondgenoten in de Tweede Kamer. Ze wilde proberen daar een pact te sluiten nu dat in de ser niet was gelukt om zo toch de voor de aow-ingreep benodigde wetgeving te kunnen tegenhouden.
Jongerius moet zelf hebben aangevoeld hoe gevoelig haar opmerking dat ze met de pvv wilde gaan praten, zou liggen. Want hoe verwoordde ze haar stap richting de pvv in dat beruchte interview? ‘We doen zaken met de duivel en zijn oude moer.’ Ter verduidelijking, Jongerius zei daarbij niet één op één dat de pvv de duivel is. Maar dat anderen de partij van Wilders wél als zodanig zien, bleek uit de reacties.
De voorzitter van de ambtenarenbond AbvaKabo fnv, Edith Snoey, reageerde per ommegaande met de mededeling dat de pvv 'een no-go-area is’. De afdeling Amstel-Kennemerland van deze bond liet weten zelfs het alleen maar praten met de pvv al een brug te ver te vinden, laat staan dat Jongerius ook echt zou gaan onderhandelen met Wilders. Bij de christelijke collega-vakbond cnv legden ze de grens voor de omgang met de pvv bij monde van toenmalig tijdelijk voorzitter Bert van Boggelen ergens anders: eenmalig praten met de pvv om het aow-plan van de vakbonden uit te leggen kon, maar samen met die partij met spandoeken actie voeren was onacceptabel.
Jongerius’ uitspraak 'we doen zaken met de duivel en zijn oude moer’ moet in de ogen van haar felste critici erg raak zijn geweest. Waarschijnlijk zouden ze het zelf niet eens zo hebben durven verwoorden. Want je legt toch maar een verband tussen een politieke partij en de duivel. En ook voor niet-gelovigen staat de duivel voor slecht.

De vraag is natuurlijk wat er dan zo duivels zou zijn aan de pvv. Waar in Thomas Manns roman Doktor Faustus de componist Adrian Leverkühn de liefde afzweert om het absolute meesterwerk te kunnen componeren, rijst de vraag wat de fnv zou moeten afzweren, welke ziel de vakcentrale zou moeten verkopen om met behulp van Wilders en de zijnen haar doel te kunnen bereiken.
De voorzitter van de afdeling Amstel-Kennemerland van de AbvaKabo, Peter Pagter, bracht onomwonden onder woorden waarom voor hem onderhandelen met de pvv niet kan: 'Het is een racistische organisatie.’ Van Boggelen van het cnv verwoordde zijn afkeer van de pvv zo: 'Het cnv wijst samenwerking af met partijen die bevolkingsgroepen uitsluiten.’ Zij weigerden het gebod 'gij zult niet discrimineren’ weg te moffelen om de verhoging van de aow-leeftijd te voorkomen. Bijzonder was ook om te zien hoe Jongerius haar voornemen een pact met Wilders aan te gaan al direct in het Volkskrant-interview verdedigde: 'Wij zijn een politiek neutrale belangenclub.’ Dat 'neutraal’ interpreteerden haar critici echter net even anders. Voor hen betekent dat niet dat hun eigen vakcentrale of collega-vakbond daarmee geen eigen moraal heeft of geen algemene waarden zou onderschrijven en ook wat dat betreft neutraal in de wereld zou staan. Het doel heiligde daarom voor hen niet het middel, het loochenen van een morele basiswaarde. Zij vinden dat het discriminatieverbod tot hun ziel behoort en die willen ze niet verkopen.
Overigens: Wilders gaf direct te kennen met Jongerius te willen praten. Blijkbaar vindt hij 'de linkse kerk’ dan toch minder duivels dan hij vaak doet voorkomen. Of ging ook Wilders, net als Jongerius, liever voor een pragmatisch resultaat dan voor het vasthouden aan een principiële stellingname? Mogelijk heeft hij ook ingestemd met een gesprek, om maar eens een duivelse gedachte toe te laten, om het Jongerius, de toch al onder vuur liggende fnv-voorzitter, extra lastig te maken.

Jongerius werd er een paar maanden geleden dus om gehoond, maar het was slechts een voorbode van het dilemma waar de Haagse politiek inmiddels voor staat. In de huidige verkiezingsstrijd zal al dan niet willen samenwerken met de pvv in een nieuw te vormen kabinet een belangrijke rol spelen.
Een deel van de politieke partijen sluit de partij van Wilders bij voorbaat uit vanwege haar discriminerende inborst. Het hoofddoekjesverbod voor vrouwen die werken bij de overheid of gesubsidieerde instellingen, het sluiten van islamitische scholen, het stoppen van de bouw van nieuwe moskeeën, het uit het land willen zetten van veroordeelde criminelen met een dubbel paspoort - het druist allemaal in tegen de grondwet, omdat het één groep Nederlanders doelbewust anders behandelt dan de rest van de Nederlanders.
D66 bijvoorbeeld maakte al lang geleden duidelijk hoe ze over de pvv denkt: principieel niet mee in zee gaan. Partijleider Alexander Pechtold zoekt geen breekpunten op nevenissues, zoals bijvoorbeeld de aow-leeftijd die d66 in tegenstelling tot de pvv wél wil verhogen.
De pvda opereerde anders. Die partij zocht het lange tijd wel in tal van argumenten op concrete onderdelen om duidelijk te maken hoe ingewikkeld het wel niet zou zijn om met de pvv tot overeenstemming te komen. Totdat de binnenkort terugtredende pvda-leider Wouter Bos relatief kort voor de recente gemeenteraadsverkiezingen het over een andere boeg gooide en het principiële standpunt innam: uitsluiten die pvv. Menig partijlid juichte het toe.
Maar, beweerden kwade tongen toen: dat doet de pvda alleen omdat de sociaal-democraten noodgedwongen accepteren dat ze een deel van hun eigen achterban definitief kwijt zijn aan de pvv en ze op deze manier d66 en GroenLinks de wind uit de zeilen kunnen nemen. Het principiële van de stellingname, het niet willen verkopen van de eigen ziel, werd daarmee direct gewantrouwd: een ander motief zou een grotere rol hebben gespeeld.
Partijen als het cda en de vvd, die Wilders en de zijnen niet bij voorbaat uitsluiten, krijgen overigens ook het verwijt dat een ander motief dan het aangedragene een belangrijke rol speelt. Zo zegt het cda altijd dat het niet past een democratisch gekozen partij bij voorbaat uit te sluiten. De christen-democraten zouden dat principe echter huldigen, zo luidt het verwijt, om toch maar vooral aan de macht te kunnen blijven, met behulp van de pvv in dit geval.
Het zou na de verkiezingen van 9 juni zomaar eens het geval kunnen zijn als het bij het zoeken van een meerderheid alleen om de Tweede Kamer zou gaan. Er is echter een pragmatisch obstakel: de pvv heeft in de Eerste Kamer geen zetels, waardoor een nieuw kabinet met de pvv daar geen draagvlak zal hebben. Wat dan weer de gedachte oproept: hoe principieel is het principe van de politieke partijen, uitsluiten of juist niet, als ze toch al weten dat de afwezigheid van de pvv in de Eerste Kamer hoe dan ook in de praktijk de vluchtweg is?
De vvd vindt dat je niet zomaar een deel van de kiezers kunt negeren en hun onvrede kunt afdoen met de opmerking dat ze op een foute partij hebben gestemd. Bij de collegeonderhandelingen in de gemeente Den Haag heeft de vvd bijvoorbeeld gezegd dat er gepraat moet kunnen worden over hoofddoekjes. Zonder overigens te zeggen dat dit tot een verbod moet leiden, wetend dat dit discriminatie is. Deze stellingname komt de liberalen op het verwijt te staan de potentiële aanhang van de pvv naar de mond te praten in een poging ze ertoe te bewegen voor de vvd te kiezen. Zoals ook een leuze als Voortaan voor iedereen die straf verdient straf in dat licht wordt gezien.
Verloochent het cda met zijn standpunt het eigen principe dat op basis van geloof niet gediscrimineerd mag worden? Heeft de vvd haar liberale ziel verkocht door steeds repressievere taal uit te slaan?
Het onderliggende dilemma is niet nieuw, maar daarmee is vooral gezegd dat het telkens weer terugkeert. 'De duivel’ is echter telkens een ander: de cpn, de Centrumdemocraten van Hans Janmaat, de lpf van Pim Fortuyn, de pvv van Geert Wilders. De vraag is steeds: sluit je extreem-andersdenkenden uit of probeer je ze erbij te betrekken in de hoop dat hun extreme standpunten zullen veranderen, verzachten, verdwijnen? Sluit je via het uitsluiten van een partij groepen in de samenleving uit met het risico dat hun standpunten verharden of betrek je ze erbij in de hoop dat ze uiteindelijk de grondwaarden waar niet aan getornd mag worden zullen onderschrijven?
In België hebben de politieke partijen ten opzichte van het Vlaams Belang van Filip Dewinter gekozen voor het cordon sanitaire, maar Dewinter en zijn partij zijn er nog steeds. Dewinter is sinds 1992 fractievoorzitter in het Vlaams parlement, ook al heeft zijn partij nu een andere naam dan in het begin, omdat het oorspronkelijke Vlaams Blok een paar jaar geleden werd veroordeeld voor racisme.
Nederland deed in de jaren tachtig en negentig ten opzichte van de Centrumdemocraten van Janmaat hetzelfde als België met het Vlaams Blok/Belang. Maar die strategie werd losgelaten - althans door het cda en de vvd - toen de lpf van Fortuyn in 2002 een gigantische onvrede onder de kiezers aan het licht bracht en een monsterzege behaalde. De lpf ging echter in een paar maanden tijd aan het meeregeren ten onder. Als dat onderdeel van de nieuwe strategie was, dan kun je zeggen: operatie geslaagd, de partij heeft zichzelf opgeblazen.
Maar de onvrede onder veel kiezers was er niet mee weg, die is zelfs toegenomen. De donkere kant in ons als bevolking, om zo de duivel maar eens te omschrijven, is boven gekomen. De duivel is niet meer de enkele, duidelijk aanwijsbare ander.
De politiek weet niet goed hoe ermee om te gaan. Van alles wordt geprobeerd: van uitsluiten tot begrip tonen voor de gevoelens maar die met argumenten blijven bestrijden, van een hardere aanpak binnen de kaders van de huidige grondwet tot een aanpak die deze kaders dreigt te overschrijden, van hopen dat de economische crisis ervoor zorgt dat Nederlanders wel wat anders aan hun hoofd hebben dan het zwartmaken van de islam tot concrete voorstellen om de kiezers meer invloed en zo hun onvrede een richting te geven. Die worsteling duurt nog wel even voort.