Theater WijkSafari in de Bijlmer

‘InshalLachaimAmen voor allen’

Adelheid Roosen organiseert ontmoetingen die ‘WijkSafari’ heten. De Bijlmermeer stond waarschijnlijk hoog op haar verlanglijst. Nu is het zo ver.

Medium wijksafari

Koop je een kaartje voor een voorstelling in Frascati of de Stadsschouwburg, dan krijg je een bericht van de directeur dat je het kaartje een half uur voor de voorstelling moet ophalen, dat je nog een kopje koffie kunt drinken in een café waar je nog niet dood gevonden wilt worden, en dat je toegangsbewijs ook in de tram geldt. Bij Zina/Female Economy van Adelheid Roosen en de haren, de organisatie van de WijkSafari, gaat dat anders. Een paar dagen van tevoren belt een speler je op om te vertellen dat je om kwart voor één bij de school tegenover de Koryo Korean Martial Arts moet zijn. En of je wilt bedenken wat je ‘innerlijke’ leeftijd is.

Ik kon niet meteen terugpraten, want de boodschap stond op het antwoordapparaat. Ik leunde glimlachend achterover. En herinnerde me alles van de vorige WijkSafari, in de zomer van 2012, in Slotermeer. De wandelingen, ontmoetingen en toevalligheden, of hoe alles hier ook moge heten, ze blijven je vooral bij als geuren, huiskamers, dolende zielen, gezichten, verhalen, klanken, binnentuinen, trappenhuizen, stemmen. Het zijn zintuiglijke ervaringen.

Zijn toneelevenementen dat niet altijd? Zeker, wijsneus! Maar bij de ontmoetingen die Adelheid Roosen en haar mensen organiseren is de zintuiglijkheid gedrapeerd in een omgeving waar je als individu niet zo snel terechtkunt of zou binnenkomen. Tenminste zolang je niet beschikt over de enerverende brutaliteit en de uitgelaten nieuwsgierigheid van Adelheid Roosen c.s. Mij mentaal voorbereidend op de trektocht door de Bijlmer schoot me een recent beeld voor ogen. Toen ik een paar maanden geleden over de tentoonstelling van de late Rembrandt in het Rijksmuseum dwaalde bleef ik lang stilstaan bij een piepkleine ets: de blinde dichter Homeros speelt zijn verhalen. Achter hem zit een bescheiden jongen. Zijn souffleur. Misschien zijn die klassiek-Griekse verhalen uit de Illias en de Odyssee op deze manier ontstaan: Homeros kwam bij de mensen thuis en vertelde of zong zijn verhalen, ver voor hij ze opschreef, áls hij dat al deed, misschien deden een paar luisteraars dat wel in zijn naam. Zwervende vertellers, nomaden met een urgent verhaal, daar doet de WijkSafari me aan denken. Met de Rembrandt-ets op mijn netvlies, mijn ‘innerlijke leeftijd’ (negen) in mijn gedachten, reisde ik afgelopen vrijdag naar een adres in de buurt van metrohalte Ganzenhoef. Met goeie zin. En met maar één angst: scooters. Daarover later meer.

Het principe van de WijkSafari is verbluffend eenvoudig. Een theatermaker woont enkele weken in bij een wijkbewoner. Dat heet adoptie. De ontmoeting leidt uiteindelijk tot een ‘scène’, van veertig minuten maximaal, op de locatie van de wijkbewoner. De wijk wordt vervolgens als het ware om die scènes heen gedrapeerd. Het leven in de wijk is de toevallige, levendige én (deels) geënsceneerde stoffering van de ontmoetingen. Iedere editie van de WijkSafari kent in totaal acht van dergelijke ontmoetingen. De toeschouwer ziet er daarvan steeds twee. Die toeschouwer legt een parcours af, waarop de ontmoetingen halteplaatsen zijn. De verplaatsingen geschieden te voet, per oude schoolbus, per scooter. De hele onderneming duurt vier uur. De reis erheen niet meegerekend.

Iedere stad heeft voor haar bewoners voorkeuren en hindernissen in petto. Ook als het gaat over buurten en wijken. Mijn eigen buurt, zo denkt bijna iedereen, die ken ik het best. Een vergissing die fataal kan uitpakken. Sommige wijken hebben in de beleving van stadsbewoners hun specifieke eigenaardigheden. Zo verdwaal ik bijvoorbeeld altijd in Amsterdam-Zuid. Er zijn ook buurten, die zitten in het bewustzijn permanent op slot. Amsterdam-Zuidoost, koosnaam ‘Bijlmer’, zou zo’n buurt kunnen zijn. Het is in ieder geval een wijk die op de tekentafel snel is bedacht en onverantwoord snel werd uitgevoerd. De wijk is letterlijk uit de grond gestampt, als een soort futuristische bijenkorf. Vrij snel werd de Bijlmer geconfronteerd met no-go-areas en een overhaaste sloop, nog voor men aan het honingraterige bovenaanzicht had kunnen wennen. Het is ook de eerste wijk waar na de Tweede Wereldoorlog een vliegtuig neerstortte, beter bekend als ‘de Bijlmerramp’, waar de paarse politiek bijna op ontplofte. Er leven zo’n 140 ‘culturen’ of nationaliteiten naast en door elkaar. En hoewel niemand je zal geloven wanneer je het vanaf een sinaasappelkistje op de markt gaat staan verkondigen: de Bijlmermeer is op afstand de veiligste wijk van heel Groot Mokum.

Medium wijk2

Welke route door de Bijlmermeer u in de WijkSafari gaat afleggen, wordt bepaald door het lot, althans door de organisatie. De mijne startte bij mijn oude beroep: schoolmeester. Onze groep werd welkom geheten door toneelspeler Thomas de Bres, die is geadopteerd door een klas kinderen in zijn innerlijke leeftijd (zes), groep 1+2 van de levensbeschouwelijke tak van De Brede School, een samenwerkingsschool, waarvan de drie meewerkende scholen als het ware met hun gezicht naar elkaar toe staan gebouwd: As Soeffah (islamitisch), Bijlmerhorst (openbaar) en Polsstok (levensbeschouwelijk). Waar de muren van de drie scholen samenkomen is als het ware een agora uitgehakt, een binnenplein waar plek genoeg is voor alle informele en gezamenlijke vormen van leren – sporten, muziek maken, toneelspelen – die de rekensommen, de natuurkundeproefjes en het leren lezen overstijgen en die de kinderen op een andere manier vooruit kunnen helpen. Toneelspeler De Bres heeft zich verbonden aan een klas waarin 24 kleuters evenzovele culturen bij elkaar brengen. Hij is als acteur van veel markten thuis: hij speelde bij Dirk Tanghe in Gogol, Norén, Molière en Thomas Bernhard, hij acteerde bij Rijnders in Jeremia’s Klaagliederen en in Anton Tsjechov, en hij voelde zich jarenlang als een vis in het water bij de zomerse vakantiefuif De Parade.

‘Meer geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’ Daar doen ze hier niet aan

Hier staat hij er alleen voor. Altijd zes gebleven, vraagt hij zich tussen de kleuters die dat nog maar net zijn of nog moeten worden af wat een kind van zichzelf al is en wat een school zich voorstelt daaraan te versleutelen. Welk wereldbeeld masseert een school bij een kind naar binnen? Moet een kind iets zijn (of worden) en verdwijnt daardoor wat een kind van zichzelf al is in het luchtledige? De Bres gidst de hem toevertrouwde groep Safari-gangers dwars door de school en kriskras door de vragen die hij zichzelf is gaan stellen na een paar weken in de ‘Polsstok’ te hebben gelogeerd. Het gebouw is deze vrijdag voor Pinksteren niet het mierendorp dat het gewoonlijk is, er zijn namelijk schoolreisjes en excursies aan de gang. We dwalen met een vers uitgereikte knapzak (bolletje kaas, crackers, banaan, flesje water) door het landschap van vervlogen plichten en achter ons liggende gebodsbepalingen uit de eigen jeugd, die anno 2015 alleszins milder zijn geformuleerd. Uiteindelijk komen we terecht bij de groep van juf Sheila. We maken kennis met kids die ons de oren van het hoofd vragen. De hele tocht wordt gekenmerkt door onnadrukkelijkheid, de aanpak is socratisch, stelligheden vind je hier niet, de ontmoeting is wat telt en kijken kost geen geld.

Daarna komen de scooters, of liever: dan komt de scootergang. Ik krimp bij iedere deelname aan gemotoriseerd verkeer van pure angst in elkaar. Ik ben nu eenmaal niet opgewassen tegen gemotoriseerd racen. Maar, de goden zijn gedankt… echt racen met scooters, dat kan in de Bijlmer nauwelijks. Dat heeft alles met de aard van het landschap hier te maken. De scooterrit eindigt in een parkeergarage, uit het stenen Bijlmer-tijdperk, hier op de monumentenlijst. Daar kijken we met deelnemers uit andere routes naar een korte film, waarin Adelheid Roosen in een rappe montage het fenomeen tijd met ons doorneemt. Deze Safari is immers ook een tijdreis, door wat niet zo lang geleden een schuldig en stijf gescholden landschap was, dat zuchtte onder de Dante-vloek: ‘Wie hier binnentreedt, late alle hoop varen.’

Een beroepscynicus uit mijn omgeving die hoort over de WijkSafari in de Bijlmer trekt een gezicht alsof hij bedorven etensresten voor zich uit schuift. De bijgeleverde ondertitels: ‘Dat is knuffelig ontwikkelingswerk en multiculti-zelfbevrediging.’ Tja. Kan. Mag je ook best vinden. Het heeft er alleen niks mee te maken. Dat bedenk ik als we Nii Tackie bezoeken, eerst in zijn overvolle flat in Kouwenoord, daarna in zijn leeggeruimde ‘stilte-appartement’ in het Kameleongebouw, trouwens een architectonisch hoogstandje om watertandend omheen te wandelen. Allemaal in de K-buurt. Waar mijn eerste kennismaking met de Bijlmer ooit begon, in 1971, in ondertussen al lang gesloopte flatgebouwen. Nu is er het Bijlmermuseum, en de Klusflat, een van de grappigste en meest succesvolle renovatieprojecten van Amsterdam.

Nii Tackie! Hij is een verhaal apart. Koning in zijn Ghanese dorp. Hier is hij de ongekroonde koning van de K-buurt. Zijn troon is een scootmobiel, vanwege een gesloopte rug. Hij rijdt sneller dan God kan slopen. Tijdens onze wandeling tovert hij zichzelf als een voodoo-vorst van de ene locatie naar de andere. Bij die wijze man wil je wel om raad komen vragen. In zijn gesprekken met Elly Ludenhoff (die door Nii Tackie liefdevol in de Bijlmer werd opgenomen) gaat het over ouder worden en over alleen zijn. Met een weemoedige glimlach laat hij weten dat hij een vrouw zoekt. Maar die moet wel respect opbrengen voor zijn gewoonte om des zaterdags te resideren in Wi Eegi Kerki. Een kerk? Jawel! Overal sluiten de kerken. In de Bijlmer liggen religie en ontmoeten dicht bijeen. Daar bouwen ze kerken. Of ze vinden ze opnieuw uit.

Uiteindelijk komen alle routegangers van de WijkSafari samen op het Annie Romeinplein. Daar doet de scootergang een in mooie, wijde lijnen getekende scooter-choreografie. Om de rapper Gideon Everduim aka Gikkels heen. Die een tekst brengt (hij brengt hem ook echt) die me deed huiveren en huilen. Bij ons op het dorp zeiden ze: ‘Meer geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’ Daar doen ze hier in de Bijlmer niet aan. Of is Gideon Everduim een soort duivel? Zijn herhaalde slogan is sowieso een kussen, boordevol met allerminst slapende geloven. ‘InshalLachaimAmen voor allen.’ Uitroepteken.

We zijn vier uur verder. Ik ben gesloopt! En ik wil morgen weer een keer.


WijkSafari Bijlmer speelt t/m 26 juni van dinsdag t/m vrijdag van 13.00 tot 17.00 uur, reserveren kan niet. Kaarten verkrijgbaar aan de kassa van Bijlmer Parktheater, open van maandag t/m vrijdag van 9.30 tot 18.00 uur


Beeld: (1) toneelspeler Thomas de Bres, geadopteerd door groep 1 & 2 (Ernst van Deursen); (2) de scootergang op expeditie (Jenneke Boeijink)