Instant-voorstellingen

De volgende Dans Instants zijn op 21, 22 en 23 april (Gonnie Heggen en Tamara Huilmand), om 21.00 uur in Theater Cosmic, Amsterdam, tel: 020-6228858
Steeds vaker wordt er in theaters gezocht naar een lossere manier van maken en presenteren. De Republiek in Felix Meritis en de Mud Club in Het Veem zijn twee Amsterdamse voorbeelden. Dat zijn maandelijks terugkerende avonden waarvan het precieze programma tot op het laatste moment een verrassing blijft, zowel voor het publiek als voor de organisatoren. De avond is niet meer dan een kader, de invulling wordt overgelaten aan wat zich toevallig aandient. Meestal wordt zo'n avond een grillige optelsom van korte fragmenten: een enkele scene, een losse act of een voorzichtige schets van wat ooit een voorstelling moet worden.

Er zijn allerlei redenen te bedenken waarom deze avonden aantrekkelijk zijn. Ze zijn informeler, minder zwaar beladen dan een reguliere theateravond. Je laat je verrassen, en als je het niet leuk vindt, komt er zo weer wat anders. Maar het belangrijkste van deze avonden is dat er niet onmiddellijk geoordeeld hoeft te worden. De ontspannen sfeer geeft makers ruimte om te experimenteren, om iets te laten zien dat nog te onaf en te kwetsbaar is voor zo'n oordeel. Er ontstaat meer behoefte aan een plek waar dat (nog) kan naarmate de concurrentiestrijd in theaterland zich verhardt vanwege de toenemende bezuinigingen. Makers moeten zich steeds sneller bewijzen, voor misstappen is nauwelijks tijd.
Theater Cosmic is op dit moment bezig met de tweede serie Cosmic Instants: kleine produkties die in een korte periode worden gemaakt en die steeds een weekend te zien zijn. In de eerste serie ging het om theaterprodukties, nu zijn er acht choreografen uitgenodigd. Charles Corneille, Paul Selwyn Norton, Gonnie Heggen, Tamara Huilmand, Cecile van Deursen, Johan Greben, Donald Fleming en Marcelo Evelin - dit rijtje namen maakt het project bij voorbaat al geslaagd. Het is bijzonder dat ze allemaal gestrikt zijn, want het kenmerk van dit soort initiatieven is ook dat er maar heel weinig geld te verdelen is. Maar juist de podiumkunstenaars die al wat langer bezig zijn, komen er vaak niet meer toe om zonder de druk van een aankomende premiere dansmateriaal te verzamelen. De Cosmic Instants bieden een plezierig informeel kader om te werken en elkaars werk te bekijken. Voor het publiek is het een goede gelegenheid om de kunstenaars beter te leren kennen en ze te vergelijken. Ze hebben immers allemaal dezelfde opdracht gekregen: in twee weken tijd ‘iets’ maken voor twee dansers, gebruikmakend van een en hetzelfde muziekfragment. Op de afsluitende middag op 28 mei wordt al het materiaal dat op basis van dit muziekfragment is gemaakt, opnieuw getoond, en volgt er een forumgesprek. Het is nog de vraag of alle choreografen voldoende uit de voeten kunnen met dat muziekfragment. Maar de eerste Cosmic Instant, van afgelopen weekend, liet zien dat er alvast door twee choreografen geinspireerd is gewerkt.
Charles Corneille liet zijn twee dansers beginnen tegen de wanden van het Cosmic Theater. Eduard Teixidor, een grote, lange danser, reed met een speelgoedautootje over de ruwe wandbekleding. Tamarah Tossey 'liep’ over de plint terwijl ze op haar zij op de vloer steunde. Dat gaf een adembenemende vertekening van perspectief: alsof je van boven keek naar iemand op de rand van een flatgebouw, met in de diepte een rijdende auto. Later trok Teixidor haar aan een koord naar boven, zodat zij tegen de wanden omhoog liep. De rest van de presentatie was minder theatraal en was vooral een demonstratie van Corneilles zachte, ingetogen stijl, die dicht bij de dansers blijft en hen vaak kwetsbaar portretteert. Paul Selwyn Norton staat lijnrecht tegenover Corneille: hij zoekt sterke beelden en felle contrasten, en liet zijn twee dansers hun lichamen en gezichten verwringen alsof ze elastieke stripfiguurtjes waren. Zonder spectaculaire lichteffecten of kostuums toont Selwyn zich puur in bewegingen, en is daarin rauwer en vreemder dan zijn camp-voorganger Michael Clark.