Groen

Instinct II

Ik was drie dagen in Friesland en had één paar schoenen en juist door die schoenen – met een leren naad dwars over mijn linker grote teen – kon ik mij alleen strompelend voortbewegen. Het loopje van station Leeuwarden naar het huis van mijn vriendin was nog nooit zo lang. Onderweg kwam ik een jonge vrouw en een jonge hond tegen. De hond had een takje in zijn bek. Ik kreupelde langs en de hond keek me aan, met grote, invoelende ogen. Ik keek terug. Hij bleef staan, na een tijdje mankte ik toch maar weer voort. Vijftig meter verder draaide ik me om. Vrouwtje wilde verder, hond stond stokstijf op precies dezelfde plek, hij was niet vooruit te sleuren. Ik denk dat de hond liever bij mij was dan bij zijn bazinnetje.
Vervolgens kwam ik in een kateroorlog terecht. Sinds de komst van kater O. was kater L. niet tot nauwelijks meer binnen geweest. Hij was verontwaardigd en gekwetst. Toen ik naar binnen hompelde, lag kater L. languit geeuwend op de dure bank. ‘Hij is weer terug’, zei mijn vriendin zielsgelukkig. Ik was ook zielsgelukkig, want kon eindelijk die takkeschoenen uittrekken. Een uurtje later kwam kater O. door het kattenluikje in de kamerdeur naar binnen. Hij liep een beetje zoals ik, bij hem kwam dat niet door een schoennaad maar door angst. Vervolgens misbruikte hij mij om in de buurt van kater L. te kunnen komen. Voorpoten naar me uitstrekken en ondertussen met een schuin oog naar kater L. turen. Even later vrat kater O. de brokjes van kater L. op. Kort daarop viel kater L. uit, en na die uitval vertrok hij. Kater O. was meteen al zijn aandacht voor mij en mijn vriendin kwijt en nam wijdbuikig bezit van de bank.
Weer een uurtje later trekkebeende ik terug naar het station en bleef even staan op de plek waar mijn redder had gestaan, met dat takje in zijn bek. Hij had zelfs zijn bazinnetje willen opgeven, terwijl die rotkaters uitsluitend met hun eigen machtsstrijd en met vreten bezig waren, en ondertussen ook nog die dure bank molden.