De grote programmatische consensus

Integratie op herhaling

Een écht debat over het thema integratie ontbreekt in deze verkiezingscampagne, om de doodeenvoudige reden dat de meeste partijen het als het op maatregelen aankomt met elkaar eens zijn. Al jaren.

Nog drie weken te gaan tot de Tweede-Kamerverkiezingen, en er ontwikkelt zich maar geen thema waar politici én kiezers écht warm voor lopen. Of het moet zijn de vraag wie na de kabinetsformatie de premier zal zijn: blijft dat de CDA’er Jan Peter Balkenende of moet hij in het Torentje plaats maken voor PvdA-leider Wouter Bos? Waarbij de versmalling van de kamerverkiezingen tot de keuze tussen deze twee lijsttrekkers dan ook nog eens het gevolg is van het ontbreken van een urgent, inhoudelijk thema. Vier jaar geleden was dat wel anders. Toen leek er een tsunami van onvrede over Nederland te razen, om ook maar eens de naam van het natuurverschijnsel te gebruiken die door Geert Wilders van de Partij voor de Vrijheid onlangs in het Nederlandse politieke taalgebruik is binnengehaald. Wilders waarschuwde begin oktober in een interview met de Volkskrant voor een ‘tsunami van islamisering’. Daarmee grijpt hij terug naar het onderwerp dat in 2002 als een duveltje uit een doosje de campagne ging bepalen: het mislukken van de integratie van grote groepen niet-westerse allochtonen. Wijlen Pim Fortuyn zette het toen op de agenda van de verkiezingscampagne, zijn LPF won er vanuit het niets 26 zetels mee en vooral de drie toenmalige regeringspartijen PVDA, VVD en d66 hadden daardoor het nakijken.

Medium 44 14 integrat

Het ziet er dit keer niet naar uit dat Wilders garen gaat spinnen bij de waarschuwing voor een vloedgolf van moslims. In de peilingen van de verschillende bureaus haalt zijn partij helemaal geen of slechts een gering aantal zetels. Het zou mooi zijn geweest als dat niet alleen is vanwege de onverzoenlijke toon waarop Wilders de discussie voert, maar dat het ook het gevolg is van een in vier jaar tijd succesvol verlopen integratieproces van de niet-westerse allochtonen in de Nederlandse samenleving. Dat laatste kan het echter niet zijn. Daarvoor is de werkloosheid onder deze groep allochtonen te hoog, evenals haar taalachterstand, het aantal keren dat ze met de politie in aanraking komt en de mate waarin ze in de slechtste huizen en armste wijken woont.

Toen bijzonder hoogleraar demografie, Jan Latten, vorig najaar aan de Universiteit van Amsterdam zijn inaugurele rede hield, gaf hij die de titel Zwanger van segregatie. Latten betoogde dat bevolkingsgroepen in Nederland zich steeds meer in de eigen kring opsluiten. De witte bovenklasse trouwt binnen de eigen groep, de veelal allochtone onderklasse ook. Latten schilderde het perspectief van twee drop-outs van nu die over tien jaar met elkaar trouwen en kinderen op de wereld zetten aan wie ze hun eigen achterstandssituatie doorgeven. Hij vergeleek de samenleving met een huwelijksrelatie waarin conflicten ontstaan, omdat er niet meer met elkaar wordt gepraat. Hij haalde er alle kranten mee.

Politieke partijen zullen dan ook ontkennen dat integratie dit jaar geen thema is. Daarvoor hebben ze er ook te veel over geschreven in hun verkiezingsprogramma’s, al is het dan niet bij iedereen onder een eenduidig kopje of in een gemakkelijk herkenbaar hoofdstuk. Ook is het niet zo dat de politieke partijen in die passages een maatschappij schilderen waarin het allemaal rozengeur en maneschijn is. Wel is de toon en het woordgebruik verschillend.

Bij de regeringspartijen CDA en VVD ontbreekt, vanuit hun optiek bezien welhaast begrijpelijk, een terminologie waaruit urgentie spreekt. De PvdA schrijft echter: ‘Op dit moment gaat het de verkeerde kant op. Integratie stagneert, de segregatie neemt toe.’ De SP praat over ‘gettovorming’. En GroenLinks maakt gewag van ‘een kil klimaat waarin de verschillen tussen groepen op scherp zijn gezet’.

Toch is de (dreigende) segregatie niet het onderwerp dat deze verkiezingscampagne daadwerkelijk beheerst. Niet bij de politici en niet bij de kiezers. Een verklaring daarvoor kan zijn dat Nederland na het polariserende debat van de afgelopen jaren een beetje moe is van dit onderwerp. Alsjeblieft niet weer over wel of geen hoofddoekjes, handen schudden, radicale imams, islamitische scholen en de juiste definitie van de multiculturele samenleving.

Mogelijk is ook dat de Nederlanders na de tot 2002 durende periode van politieke correctheid inmiddels wel genoeg hun hart hebben kunnen luchten over de problemen die met de komst van veel allochtonen gepaard gaan. Vergelijk het met cliënten die in psychotherapie zijn. Die merken ook dat één keer het hart luchten helpt, maar dat blijven zeuren over opgekropte onvrede geen zin heeft.

In dat licht bezien zal een passage uit het programma van de grote verliezer uit 2002, de PvdA, bij de verkiezingen een jaar later, na de val van het kortstondige CDA/VVD/LPF-kabinet, al therapeutisch hebben gewerkt: ‘De overheid bevordert het integratieproces, en doet dat zó dat de problemen die soms met de komst van mensen uit andere culturen gepaard gaan, niet eenzijdig bij de kansarmen in de oorspronkelijke Nederlandse bevolking komen te liggen.’ Zoals ook deze passage uit het toenmalige VVD-programma de nieuwe toon zette: ‘We zijn er trots op dat de vrijheid van meningsuiting, het verbod op discriminatie naar ras of seksuele voorkeur, maar ook de gelijkwaardigheid van man en vrouw deel uitmaken van onze beschaving.’

Dit kan allemaal meespelen, maar een belangrijker reden voor het ontbreken van een écht debat over het thema integratie is een heel andere: de meeste partijen zijn het als het op maatregelen aankomt met elkaar eens. Het gesprek afgelopen zondag tussen VVD-minister Rita Verdonk voor Vreemdelingenzaken & Integratie en de Amsterdamse PvdA-wethouder Ahmed Aboutaleb was daarvan een goed voorbeeld. Hoe de interviewer van Buitenhof het ook probeerde, en de politici soms zelf ook, het wilde niet lukken er een fel debat van te maken.

Dat kan ook bijna niet. Alle politieke partijen vinden het leren van de Nederlandse taal belangrijk. Allemaal zien ze het hebben van werk als hét instrument bij uitstek voor integratie en vinden ze daarom ook dat jongeren hun opleiding moeten afmaken. Geen van alle wil tornen aan de scheiding van kerk en staat. Ook is discrimineren bij alle partijen uit den boze: dat mag niet op kleur, niet op achternaam, niet op geaardheid, niet op sekse, niet op godsdienst.

Maar ook deze grote mate van overeenstemming in de huidige verkiezingsprogramma’s is niet de enige reden waarom een dreigende tweedeling tussen een rijke, witte bovenklasse en een arme, veelal allochtone onderklasse het debat niet beheerst. Wie de programma’s van de politieke partijen van 1998 tot 2006 doorleest op het onderwerp integratie bekruipt het gevoel dat allerlei maatregelen al een keer de revu zijn gepasseerd. Dan eens bij deze partij, dan eens bij die.

Van welke partij en uit welk jaar is bijvoorbeeld deze passage: er dient een grootscheepse inhaalslag ‘Nederlands leren’ te komen voor migranten die (nog) steeds grote problemen hebben met de Nederlandse taal? En bij wie en in welk jaar is dan dit te lezen: er komt een deltaplan Nederlandse taal voor eerste- en tweedegeneratie-immigranten in en buiten de grote steden? Of dit: wij stellen een deltaplan inburgering voor? Om met de laatste te beginnen. Die is van de PVDA, dit jaar. Vier jaar geleden echter gebruikte het CDA de term deltaplan al. Maar de idee erachter werd acht jaar geleden al voorgesteld door de SP.

Wie meer van dit soort overeenkomsten tegenkomt, krijgt het gevoel dat één partij ware woorden sprak toen ze in een verkiezingsprogramma schreef: ‘Politici kunnen geen mensen integreren in de samenleving.’ Dat was de SP, in 1998. Daar voegde die partij toen overigens aan toe: ‘en dat is maar goed ook’.

Gezien alle maatregelen in de verkiezingsprogramma’s lijkt nu niemand het daarmee eens te zijn in de politiek. Toch is het juist pas na 2002 in zwang geraakt heel duidelijk in het programma te zetten dat het ‘primair de verantwoordelijkheid van de migrant is om zich voor te bereiden op zijn komst naar Nederland’.

Nee, dat is niet van de VVD.