Integratieweigeraars

Berlijn - Ineens duikt hij overal in Duitsland op: de onwillige inburgeraar. Het betreft overwegend islamitische migranten die weinig op hebben met de westerse normen en waarden en zich verschansen in ‘parallelle leefwerelden’. De Duitsers zouden de Duitsers niet zijn als ze er geen mooie samenvoeging voor hebben bedacht: Integrationsverweigerer, integratieweigeraars.
Minister Thomas de Maizière van Binnenlandse Zaken kwam er als eerste mee. Voor de televisie schatte hij hun aantal op tien tot vijftien procent van de migranten in Duitsland en drong hij aan op harde sancties. Een prominente Beierse politicus sprak even later over één miljoen mensen die niet wensen te integreren - waarbij hij uiteraard niet doelde op autochtone Duitsers zonder buitenlandse vrienden of kennissen. In het publieke debat werd vervolgens al snel gesproken over 'miljoenen’ integratieweigeraars.
De verontwaardiging hierover komt niet uit de lucht vallen. Sinds het verschijnen van Thilo Sarrazins afrekening met het Duitse multiculturele drama is het land in de greep van een nieuw integratiedebat. Opiniepeilingen laten zien dat twintig procent van de Duitse kiezers zich kan voorstellen op een anti-islamitische partij te stemmen. Dit tot afgrijzen van de cdu, die haar monopolie op rechts bedreigd ziet.
De integratieweigeraar wordt dan ook beschouwd als het christen-democratische antwoord op Sarrazin. Hij is 'de nieuwe kwajongen’, zoals de TAZ het verwoordde, de deugniet die schuld heeft aan ellende. Daarbij heeft de partij van bondskanselier Merkel één probleempje. De grote groepen weigerachtige inburgeraars blijken onvindbaar. Zij zouden met de huidige wet bovendien prima bestraft kunnen worden, merkte de liberale minister van Justitie Leutheusser-Schnarrenberger fijntjes op.
Natuurlijk kent elke Duitser verhalen: over moslimjongeren die Duitse kinderen van school wegpesten; over Koerdische en Libanese clans die het in delen van Berlijn voor het zeggen hebben. Maar zulke voorbeelden zijn niet voldoende om van een statistische trend te spreken.
De door de regering beloofde harde cijfers over het aantal integratieweigeraars laten al weken op zich wachten. In de tussentijd hebben diverse media lokaal navraag gedaan. Onder de uitvoerders van het integratiebeleid lopen de schattingen uiteen van een paar promille tot hooguit enkele procenten onwillige inburgeraars. Als mensen voortijdig stoppen met hun cursus is dat meestal omdat ze werk hebben gevonden, niet vanwege een religieus gemotiveerde afkeer van Duitsland.
Voor de regering rest één troost: er blijft meer dan genoeg te doen op het gebied van integratie. Inmiddels is een nieuw cijfer opgedoken. Ruim twintigduizend migranten zouden graag een cursus Duits willen volgen, maar kunnen dat niet vanwege het ontoereikende aanbod.