Demissionair minister Wopke Hoekstra moest in de Tweede Kamer verantwoording afleggen over een belang dat hij had in een bedrijf via een brievenbusfirma op de Britse Maagdeneilanden. © ANP / BART / MAAT

Het is weer een puik staaltje onderzoeksjournalistiek, die Pandora Papers. Met meer dan zeshonderd journalisten, afkomstig van zo’n 150 mediabedrijven, is het de grootste operatie die het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) ooit heeft geleid. Groter dan de Panama Papers, de Paradise Papers, LuxLeaks en SwissLeaks.

De hoeveelheid gelekte data is gigantisch: 11,9 miljoen dossiers afkomstig van veertien verschillende dienstverleners: private banks, accountants, advocatenfirma’s en trustkantoren. In totaal gaat het om 2,94 terabyte aan data.

Het biedt een uniek inkijkje in de extraterritoriale wereld van de vermogensbeschermingsindustrie, zoals het netwerk van belastingparadijzen, doorsluisparadijzen en bilaterale investerings- en belastingafspraken wel is genoemd.

De inhoud van de doos is ranzig en sappig. Voor de coterie rond Poetin is het de normaalste zaak om vermogens en inkomsten weg te sluizen naar belastingparadijzen. De Jordaanse koning blijkt voor honderd miljoen dollar aan vastgoed te hebben verstopt in brievenbussen. En terwijl de Keniaanse president in eigen land hardhandig optrad tegen belastingontwijking groeide het buitengaatse vermogen van zijn familie.

En ook de westerse elite kan er wat van. De namen van bijna honderd Europese politici komen in de Papers voor. Reikend van de premier van Tsjechië en de presidenten van Montenegro en Oekraïne tot aan Tony Blair en zijn vrouw, die belasting op de aankoop van een kantoor in Londen hebben ontlopen via een brievenbus op de Britse Maagdeneilanden. En voormalig IMF-president Dominique Strauss-Kahn, die de inkomsten voor zijn adviezen aan Russische bedrijven als Rosneft fiscaal wegsluisde via een brievenbus in de Verenigde Arabische Emiraten.

Wopke Hoekstra had zich toch aan alle regeltjes gehouden?

En uiteraard ook wat Nederlandse bijvangst. De minister van Financiën, Wopke Hoekstra, bleek twaalf jaar geleden ruim 26.000 euro te hebben geïnvesteerd in een reisbureau dat safari’s organiseert. Hij deed dat via een brievenbusmaatschappij gevestigd op de Maagdeneilanden.

Hoekstra was er op Twitter als de kippen bij om te melden dat er nooit een winstoogmerk is geweest, dat hij zijn aandeel bij zijn aantreden als minister terstond had verkocht, dat hij de opbrengst had gedoneerd aan een goed doel, dat hij het altijd had vermeld in zijn belastingaangifte, dat hij gedurende zijn senatorschap geen fiscaal woordvoerder was geweest en dat hij zich natuurlijk had moeten realiseren dat de investering via de Maagdeneilanden liep maar dat hij blind zijn handtekening had gezet.

De ophef was en is groot. GroenLinks kondigde Kamervragen aan, in Nieuwsuur werden vragen gesteld over de integriteit van Hoekstra en op Twitter werd om zijn vertrek geschreeuwd. Zihni Özdil stelde op datzelfde medium terecht de vraag hoe gefundeerd die ophef was. Per slot van rekening had Hoekstra zich aan alle regeltjes gehouden, was het reisbureau een uitmuntend voorbeeld van een maatschappelijk verantwoorde onderneming en ging het ook niet om de plutocratische bedragen die we kennen van eerdere onthullingen. Een zonde misschien, maar dan toch hoogstens een pekelzonde, niet de moeite van een publieke afrekening waard.

Het gif zit wat mij betreft dan ook elders. Het was de Nederlandse correspondent van de Süddeutsche Zeitung, Thomas Kirchner, die in mijn timeline voor het eerst het verband trok tussen de vriendelijkheid van de Nederlandse fiscus voor buitenlandse multinationals en de hardvochtigheid van diezelfde fiscus voor de eigen ingezetenen. En daarmee doelde Kirchner uiteraard op de toeslagenaffaire.

Destijds leek dat vergezocht, mede door de schemer waarin het Nederlandse belastingparadijs nog altijd is gehuld. Met de zaak-Hoekstra wordt dat verband echter ineens tastbaar. De man die leidinggeeft aan een ministerie dat willens en wetens de voortvarende afhandeling van de compensatieregeling voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire frustreert, blijkt zelf een nonchalance aan de dag te leggen voor kwesties van financiële integriteit die tekenend is voor de klassenprivileges van de mondiale elite.

In zo’n wereld heet dit ‘belastingoptimalisatie’, is het doodnormaal om een brievenbus op de Maagdeneilanden te hebben, en zet je blind je handtekening omdat alles er betrouwbaar uitziet en 26.000 euro een fooi is.

Het is deze dubbele moraal die steekt: aan de top is alles onderhandelbaar, aan de basis van de piramide is de staat – om met Weber te spreken – een kille, stalen kooi.