Dubbele petten in de Eerste Kamer

Integriteit? Dat lossen wij zelf wel op

Binnenkort debatteert de Eerste Kamer over de eigen integriteit. Maar of de senatoren er echt zin in hebben? Ze moeten wel, nu de vraag op tafel ligt of Eerste-Kamerleden ministers kunnen controleren en tegelijkertijd vanuit een bijbaan adviseren.

Senatoren voorafgaand aan de stemming over de donorwet. Den Haag, 13 februari 2018 © Peter Hilz / HH

Het parcours naar de tribune van de Eerste Kamer is al een avontuur op zich. Na een bakje filterkoffie in de foyer vervolgt de bezoeker de route door een smalle gang en over krakende treden van een scheve trap. Boven, achter een zware deur, is de plek vanwaar het bezoek uitkijkt over de chambre de réflexion, het rustpunt voor het politieke gekrakeel aan het Binnenhof, zoals de kenners zeggen. Senatoren debatteren hier onder plafondschilderingen van handelsreizigers en de Kinderen van Staat. Meestal op een rustige toon, of, zoals ze het zelf noemen, meer reflecterend dan hun collega’s in de Tweede Kamer aan de overkant. De Eerste Kamer straalt vooral hoffelijkheid uit. Totdat het onderwerp ‘bijbanen’ op tafel komt, dan wordt de sfeer vijandiger.

Voor onderzoeksplatform Follow the Money maakten wij afgelopen september een database met alle 439 (bij)banen die de 75 senatoren hebben. We ontdekten dat ze vaak het woord voeren en stemmen over wetten die raken aan de nevenfunctie. Dat ze vaak, ook als zelfstandige, ministeries adviseren. Dat ze veel van de banen kregen nadat ze als senator in 2015 waren geïnstalleerd. Maar vooral dat ze niet transparant zijn.

Ook ontdekten we dat vvd’er Anne-Wil Duthler stemde voor een wet waarin adviezen van haar eigen bedrijf waren opgenomen. Het was de Wet maatschappelijke ondersteuning, die zorgtaken overhevelt van het rijk naar de gemeenten, een omstreden plan dat dankzij die ene stem van Duthler door de Senaat kwam. En meteen lag de vraag op tafel: in hoeverre kan een Eerste-Kamerlid de regering controleren, als haar eigen bedrijf advies uitbrengt aan diezelfde regering?

Op 18 december zal er een hoorzitting plaats hebben met deskundige staatsrechtgeleerden. Volgend jaar volgt in de Eerste Kamer waarschijnlijk een debat over het heikele thema ‘integriteit’. Dat wordt nog lastig, want hoe hoffelijk ze ook zijn, senatoren praten liever niet over hun (bij)banen en deugdzaamheid. De meesten hebben het oordeel al klaar en dat luidt meestal ferm: er is niet zo veel aan de hand. We zetten de opvallendste verklaringen van senatoren even op een rij.

‘De discussie spitst zich nu toe op de vraag of Eerste-Kamerleden mogen stemmen over wetgeving waar ze ooit betrokkenheid bij gehad hadden. Misschien moeten we dat debat maar in de openheid voeren. Zelf ben ik er niet voor. Dan kunnen we alleen nog maar baby’s en mensen die nog nooit iets hebben gedaan Eerste-Kamerlid maken.’ (Annemarie Jorritsma, VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, in de Volkskrant, 24 september 2018)

‘Die baby’s zitten in de gemeenteraad en provinciale staten’, reageerde Antoon Huigens, raadslid voor Gemeentebelangen in Apeldoorn, op Twitter. Overal doken na de uitspraak van Jorritsma op sociale media berichten op van geagiteerde lokale politici. ‘Zo’n beetje elke gemeenteraad is bezig met integriteit’, schreef raadslid Piet Burgering (d66) uit Heemskerk. ‘Met workshops en al dan niet meer.’ Wiert Omta, lokaal fractievoorzitter van de pvda: ‘Ik wil Goes niet tekortdoen, maar als hier al de directeur van de muziekschool de raad verlaat als zijn subsidie aan de orde is, dan moet voor het Eerste-Kamerlid toch ook helder zijn wat te doen?’

Het senatorschap is een deeltijdfunctie en daardoor hebben de leden van de Eerste Kamer nevenfuncties in allerlei sectoren. Los van de wijze waarop senatoren hun geld verdienen, het feit dat ze er naast hun functie als senator ook nog ander werk op nahouden is geen unicum. Dit geldt namelijk ook voor bijvoorbeeld de gemeenteraad, alleen legt de Gemeentewet de raadsleden strikte integriteitsregels op. Hoewel de Eerste Kamer niet veel voelt voor een stemverbod als een persoonlijk (financieel) belang speelt, is dit al jaren staande praktijk in gemeenteraden.

‘Als fractievoorzitter waak ik ervoor dat mensen niet betrokken zijn bij dossiers waar ze in hun werkzame leven bij betrokken zijn’, zegt Marko Ruijtenberg, fractievoorzitter van GroenLinks in Lansingerland. Hij werkte ‘in een vorig leven’ bij de NS. Nu is het dossier geluidsoverlast van de hogesnelheidslijn een van de belangrijkste in zijn gemeente. ‘Hoewel deze overlast wordt veroorzaakt door ProRail voer ik hier bewust het woord niet over en stem ik niet mee.’

Paul Eigenhuijsen, raadslid van VoorNijmegen.Nu, zegt dat zijn gemeente zeer strikte regels hanteert. ‘Als we gaan praten over een school bij je om de hoek wordt direct gevraagd of het wel handig is dat je daarover praat of stemt.’ De partijen in de raad van Nijmegen kennen zogeheten fractievolgers. Ze zijn niet gekozen en hebben geen stemrecht, maar praten mee in commissievergaderingen. Het ‘scherp houden’ van hun partijgenoten is hun belangrijkste taak. Ook voor hen geldt dat ze niet praten over de wijk waar ze wonen of de school waar hun kinderen op zitten.

Als het in de (vaak veel kleinere) gemeenteraad wel mogelijk is, waarom is het dan zo moeilijk voor Eerste-Kamerleden? Het is de vraag die lokaal leeft nadat bleek dat senator Duthler stemde over haar eigen advies. ‘Als mijn bedrijf een advies had gegeven aan het college van burgemeester en wethouders en ik zou vervolgens daarover gaan stemmen, dan was de pleuris uitgebroken’, zegt Eigenhuijsen. ‘En terecht.’

Bij de chambre de réflexion zoekt men nog naar de eigen integriteitsregels. Letterlijk. Want in september vroegen de fractievoorzitters aan de griffier van de Eerste Kamer om eerst eens te inventariseren welke regels de Senaat eigenlijk heeft rond nevenfuncties en mogelijke belangenverstrengeling. Het is tekenend voor de waarde die de partijen hechten aan de eigen integriteit.

Van al haar negen nevenfuncties heeft zij niet aangegeven of deze bezoldigd zijn of niet

‘Ik kan alleen over mijn eigen fractie spreken, want die ken ik goed. We doen ons uiterste best om ervoor te zorgen dat diegene die bepaalde interesses heeft daar niet het woord over voert.’ (Ankie Broekers-Knol, VVD, voorzitter Eerste Kamer, bij WNL Op Zondag, 9 september 2018)

Dat is niet helemaal waar. Senator Mart van de Ven, van haar eigen vvd, is zelfstandig belastingadviseur en voert het woord over de fiscale maatregelen van het kabinet. Zijn eenmanszaak Meester Mart lost ‘serieuze fiscale problemen op over uw inkomen, pensioen of bedrijf’. Zo helpt hij onder andere bij ‘het voorkomen van het betalen van zowel omzetbelasting als overdrachtsbelasting bij de aankoop van een appartement’ en maakt hij gunstige afspraken, meldt zijn site, ‘met de Belastingdienst’.

Ook oud-senator Frank de Grave, die afgelopen zomer naar de Raad van State vertrok, sprak met een dubbele pet. Hij was toezichthouder bij ing en debatteerde elk jaar in de Senaat over de financiële beschouwingen. Wél gebruikte hij een disclaimer, zo zei hij tijdens een debat in 2016: ‘Volgens de vvd schieten we weinig op met alleen het bekritiseren van het bankwezen.’ Om daar vervolgens aan toe te voegen: ‘Ik ben lid van de raad van toezicht van ING Nederland op voordracht van de centrale ondernemingsraad. Vandaar dat de passage over de financiële sector die ik net heb voorgelezen met nadruk is voorgelegd en besproken met de vvd-fractie.’

Hij legt het netjes uit, maar is een van de weinigen. En juist het praten met dubbele pet is het pijnpunt: het is meestal niet duidelijk of senatoren spreken als onafhankelijk expert of als afgevaardigde van een werkgever. Waar ligt hun loyaliteit? Greco, het Europese samenwerkingsverband voor preventie van corruptie, waarschuwt Nederland al sinds 2013. De Senaat kent nauwelijks formele regels, er wordt in Nederland uitgegaan van wederzijds vertrouwen en publieke controle, en daardoor ligt belangenverstrengeling altijd op de loer. Aan transparantie ontbreekt het.

Terwijl senatoren met een dubbele pet zeker geen uitzonderingen zijn. Zo vraagt cda’er Ria Oomen sinds 2015 geregeld aan de minister of er een btw-vrijstelling kan komen over de uitvoeringskosten van kleine pensioenfondsen. Zij is ook bestuursvoorzitter van zo’n klein pensioenfonds. Oomen is niet de enige die het woord voert over de sector waarin ze een (bij)baan heeft. Twee derde van de Eerste-Kamerleden voert het woord over de sector waarin ze werken. Dat zijn beslist niet altijd banen die ze al hadden voordat ze werden beëdigd, want uit onze database blijkt ook dat dertig senatoren werk accepteerden dat binnen hun politieke portefeuille valt. Het toont aan dat de fracties niet bepaald hun uiterste best doen om dubbele petten te voorkomen.

Dat geldt ook voor de vvd van Ankie Broekers-Knol. Inclusief Meester Mart voeren negen van de dertien senatoren in haar fractie het woord over een sector waar zij zelf werkzaam in zijn. Hoewel ze zegt dat senatoren transparanter moeten zijn en het register beter moet worden bijgehouden, hebben elf van de dertien vvd-senatoren hun functies niet volledig ingevuld. Broekers-Knol overtreedt zélf de huisregels: van al haar negen nevenfuncties (vaak lid van een jury, maar ook toezichthouder bij de Stichting Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen) heeft zij niet aangegeven of deze bezoldigd zijn of niet.

‘Ik vind het wezenlijk dat de leden van een adviescommissie onafhankelijk zijn. Dat heeft te maken met de herkomst van de leden. Maar er is ook zoiets als beeldvorming.’ (D66-senator Alexander Rinnooy Kan in Nieuwsuur, 9 juni 2015)

Het tv-programma Nieuwsuur ontdekte drie jaar geleden ‘een nieuwe gekkigheid’: de senator die de overheid adviseert. Ruud Vreeman (pvda) deed aanbevelingen over de aanpak van chroomverf-6-vergiftiging bij defensiepersoneel bij het ministerie van Defensie. Niek Jan van Kesteren (cda) zetelde, als voorzitter van werkgeversorganisatie vno-ncw, in de economische adviesraad van de regering, de ser. Alexander Rinnooy Kan (d66) evalueerde de Nationale Politie voor het ministerie van Veiligheid en Justitie. Nieuwsuur telde acht adviesfuncties. Voorlichters haastten zich te zeggen dat deze adviesfuncties slechts van ‘tijdelijke’ aard waren, een kwestie van het ‘afronden van eerder aangegane verplichtingen’.

Een paar dagen na de uitzending stopte Rinnooy Kan met de adviesklus over de Nationale Politie. Dit ‘met het oog op zijn aanstaande lidmaatschap van de Eerste Kamer’, schreef toenmalig minister Ard van der Steur aan de Tweede Kamer. ‘Hij acht de combinatie van deze functies niet verstandig omdat dit het risico met zich brengt dat aan zijn onafhankelijkheid kan worden getwijfeld.’

Desondanks volbracht Rinnooy Kan in de drie jaren na dit schrijven toch weer vier klussen voor ministeries. Al deze adviezen hadden betrekking op een beleidsterrein dat onder zijn portefeuille als senator viel. Slechts enkele weken geleden werd in de Senaat nog een advies van Rinnooy Kan besproken; hij was namens minister Arie Slob van Onderwijs ‘verkenner versterking beroepsgroep voor leraren’. De senator zegt dit te kunnen doen omdat hij niet het woord voert over dit terrein, het lerarenbeleid. Maar afgelopen juli sprak de politicus tijdens een debat in de Eerste Kamer nog over het tekort aan leraren.

En nog steeds hebben acht senatoren adviesfuncties bij de overheid, aldus onze database. Dat zijn de klussen die we konden natrekken, want achttien procent van alle 439 banen betreft een adviesfunctie. Het Reglement van Orde, de huisregels van de Senaat, schrijft voor dat senatoren in het nevenfunctieregister beschrijven in welke sector ze adviseren. Dat doet vrijwel niemand.

‘Senatoren moeten sowieso geen ministers adviseren. Ze moeten ze juist controleren’

Vooral de ondernemende politici zijn niet transparant. Van de negentien senatoren met een eigen bedrijf hebben vijf de onderneming niet eens bij de griffier opgegeven. We moesten ze opzoeken bij de Kamer van Koophandel. Nog eens vijf geven slechts gedeeltelijk informatie van hun bedrijf prijs. Zo heeft cda’er Joop Atsma een ‘adviesbureau’ en d66’er Paul Schnabel een bedrijf in ‘zakelijke dienstverlening’, maar onduidelijk is wie hun opdrachtgevers zijn en wat voor een klussen, en in welke sector, ze binnenhalen. Dat Anne-Wil Duthler stemde over een eigen advies konden we alleen maar achterhalen omdat haar bedrijf haar naam droeg (Duthler Associates) én omdat dit werd genoemd in de bijlage van de wet.

Is het mogelijk om als volksvertegenwoordiger de regering op dinsdag te controleren, en deze op woensdag, al dan niet betaald, te adviseren? Volgens Hans van den Heuvel, emeritus hoogleraar integriteit aan de Vrije Universiteit, kán dit rechtsstatelijk helemaal niet. ‘Senatoren moeten sowieso geen ministers adviseren. Ze moeten ze juist controleren.’

‘De functies van Eerste-Kamerleden zijn openbaar.’ (Fractieleider Eelco Brinkman van het CDA tegen Follow the Money, 8 september 2018)

Het kostte ons moeite om alle functies te verzamelen, na veel bellen en het raadplegen van het handelsregister bij de Kamer van Koophandel kregen we een beter beeld. Veel banen ontbraken. Als ze wel stonden geregistreerd in het nevenfunctieregister was het vaak onduidelijk wanneer de senator met het werk was begonnen. Van meer dan de helft van de ingevulde functies was onduidelijk of ze betaald werden. Zaken die volgens de huisregels van de Senaat wél gemeld moeten worden. Zo kunnen buitenstaanders namelijk controleren of algemene belangen botsen met individuele belangen.

De Eerste Kamer is al jaren van mening dat zij geen aanvullende maatregelen nodig heeft om de integriteit te bewaken, die zou ze zelf prima kunnen bewaken, met hulp van de kritische pers en burgers. Greco, het Europese samenwerkingsverband voor preventie van corruptie, acht het echter noodzakelijk dat het register volledig up-to-date is en eenvoudig publiekelijk is te raadplegen. Gelet op het moeizame proces om onze database niet alleen aan te leggen maar ook zo volledig mogelijk te krijgen, kunnen we constateren dat de functies van senatoren niet zo openbaar zijn als Brinkman beweert. Bovendien blijven de omschrijvingen van banen vaak vaag. Zo is vvd-fractievoorzitter Annemarie Jorritsma, naast eigenaar van een generiek omschreven ‘adviesbureau’, commissaris bij Brandblock Global BV. Het is volstrekt onduidelijk wat dit voor een bedrijf is. Na speuren in de handelsregisters ontdekten we dat Brandblock Global BV aandeelhouder is van de HG Groep, fabrikant van (chemische) schoonmaakmiddelen als ‘deodorant, vlekkenverwijderaar’ en ‘schimmelsprays’.

We zochten tijdens het maken van de database contact met de fracties om ontbrekende informatie aan te vullen. Enkele partijen reageerden direct met alle ontbrekende informatie (sp, pvda), andere partijen kwamen met gedeeltelijk aanvullende informatie (cda, vvd, d66) en een enkele partij reageerde op geen enkel verzoek (pvv). Let wel, het ging hier om het volledig krijgen van informatie waarover senatoren zelf al hebben afgesproken dat deze verstrekt dient te worden aan burgers middels een register.

Ook is er nog het register waarin alle geschenken van boven de vijftig euro en reizen die als senator zijn gemaakt moeten worden ingevuld. Deze lijst bleef de afgelopen drie jaar angstaanjagend leeg. Op een enkele fles drank (zoals een fles whisky uit Armenië voor de SP’ers Tiny Kox en Henk Overbeek) en een Taiwanese orchidee (voor vvd’er Annemarie Jorritsma) na.

‘Het is nodig om elkaar in fracties aan te spreken: wat kan er wel en wat kan er niet. En het is natuurlijk vooral de verantwoordelijkheid van het individu zelf.’ (Ankie Broekers-Knol in NRC Handelsblad, 30 november 2018)

Sinds Greco in 2013 stelde dat de Eerste Kamer méér regels moest opstellen galmt het onder de senatoren dat ze elkaar zelf scherp houden. Zo ook aan de vooravond van een hoorzitting en debat over integriteit. Broekers-Knol laat in de NRC alvast weten weinig te voelen voor extra regels die ook gehandhaafd moeten worden. ‘Stel je voor, moet ik dan naar een senator toe om te zeggen: wat jij doet kan niet. En dan? Iemand dwingen om op te stappen? Dat kan niet.’

Ook ziet de Eerste Kamer geen heil in het geregeld debatteren en geven van workshops over integriteit, een advies van Greco en staande praktijk in de lokale politiek. Tijdens het laatste debat over integriteit in 2014 nam de Senaat zich voor regelmatig over dit thema te debatteren. Dat gebeurt nu pas weer na de ophef over Duthler. Wel werd het voorstel voor een intensieve integriteitstraining subiet van tafel geveegd. Eenzelfde lot wachtte de adviezen om registers op te stellen voor lobbyisten die de Senaat bezoeken, en om het salaris op te geven dat met een nevenfunctie wordt verdiend.

Greco deed zeven aanbevelingen. Slechts drie werden deels overgenomen en dat is met name te danken aan de Tweede Kamer, die bijvoorbeeld wél een lobbyregister opstelde. De diverse evaluaties, rapporten en adviezen – die de Eerste Kamer steevast ter kennisgeving aanneemt – werpen de vraag op welke nieuwe informatie en inzichten de Eerste Kamer verwacht te krijgen met de hoorzitting van 18 december. De senatoren wéten al waar het aan schort. Niet alleen zien ze niets in aanvullende integriteitsregels, ze hebben al de grootste moeite om zich aan de reeds bestaande minimale regels te houden – zoals het bijhouden van het register.

Broekers-Knol zei in de NRC: ‘Wat ik vaak mis in de discussie over integriteit is: wij zijn parttime politici. Wij zijn één dag Kamerlid en hebben daarnaast een baan, of een baan gehad. Dat betekent dat we verweven zijn in de maatschappij.’ Niemand ontkent dat de functie deeltijd is, maar uit onze inventarisatie blijkt dat de senatoren vooral met hun poten in de bestuursmodder staan: 59 procent van alle 439 (bij)banen is een toezichthoudende of bestuursfunctie; achttien procent betreft advisering. Bovendien zijn de meeste (bij)banen te vinden in de culturele sector (denk aan debatcentra en concertgebouwen) en de academische wereld (zoals universiteiten en wetenschappelijk bureaus).

Volgens hoogleraar Wim Voermans van de Universiteit Leiden is de combinatie van een scheve vertegenwoordiging en het steevast afwijzen van gedragsafspraken en transparantie problematisch. Of zoals hij in september zei tegen Follow the Money: ‘De Eerste Kamer moet goed uitkijken geen regentenkamer te worden. Die senatoren zitten er niet voor zichzelf of voor hun eigen sector. Net als de Tweede Kamer vertegenwoordigt de Eerste Kamer volgens artikel 50 van de grondwet “het gehele Nederlandse volk”.’