Brexit en de Britse elite

‘Intellectueel beperkte oplichters’

Met Brexit krijgen de ‘chumocraten’ die overal grenzen trokken, van India tot Ierland, nu een koekje van eigen deeg.

Delhi, Government House, 1948. In het midden Lord en Lady Mountbatten en de premier van India Jawaharlal Nehru © Henri Cartier-Bresson / Magnum / HH

In 1947 vertrokken de Engelsen op een rampzalige manier uit India. De romancier Paul Scott schreef over die terugtrekking dat de Britten in India ‘hun bekende zelf hadden uitgehold’ – dat wil zeggen, ze konden niet langer hun hoogdravende idee van zichzelf overeind houden. Scott was niet de enige die was geschokt door de haast en de genadeloosheid waarmee de Engelsen, die India meer dan een eeuw hadden bestuurd, het land veroordeelden tot verbrokkeling en wetteloosheid; door hoe Lord Mountbatten, die door de rechtse historicus Andrew Roberts geheel terecht een ‘leugenachtige, intellectueel beperkte oplichter’ werd genoemd, als de laatste Britse onderkoning van India ging beschikken over het lot van zo’n vierhonderd miljoen mensen.

De breuk tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie blijkt langzamerhand ook zo’n daad van moreel plichtsverzuim door de bestuurders van het land te zijn. De brexiteers, aangevuurd door een fantasie van kracht en onafhankelijkheid uit de tijd van het Britse Rijk, hebben in de afgelopen twee jaar meer dan eens hun hybris, koppigheid en dwaasheid laten zien. Ook al was ze eerst een ‘remainer’, toch heeft premier Theresa May zich net zo arrogant en onverzettelijk getoond als zij door een overduidelijk onwerkbaar tijdschema van twee jaar op te leggen aan Brexit en door rode lijnen te trekken die onderhandelingen met Brussel ondermijnden en haar deal verdoemden tot een daverende afwijzing door beide partijen in het parlement.

Nu zijn veel mensen stomverbaasd over zo’n patroon van egotistisch en destructief gedrag van de Britse elite. Maar dat is niet nieuw: het werd zeventig jaar geleden al duidelijk zichtbaar bij het haastige vertrek van de Britten uit India.

Mountbatten, die in Engelse marinekringen werd uitgemaakt voor ‘Master of Disaster’, vertegenwoordigde een kleine groep upper en middle class Britse mannen waaruit de bestuurders van het Rijk in Azië en Afrika werden gerekruteerd. Ze waren hopeloos slecht toegerust voor hun immense verantwoordelijkheden, maar desondanks mochten ze van de brute Britse machthebbers van het Rijk de hele wereld rond blunderen – een ‘wereld waarvan de rijkdom en subtiliteit’, zoals E.M. Forster schreef in Notes on the English Character, ‘op geen enkele manier tot ze doordrong’.

Forster legde de schuld van de Britse politieke mislukkingen bij de mannen die particulier onderwijs hadden genoten, mannen die profiteerden van het Engelse elitaire systeem van particuliere kostscholen. Die eeuwige schooljongens, wier ‘gewicht in geen enkele verhouding staat’ tot hun aantal, vinden we bijna allemaal onder de Tories. En zij hebben nu Groot-Brittannië in zijn ergste crisis gestort, en daarmee scherper dan ooit het ware gezicht onthuld van deze incestueuze, haar eigenbelang dienende, heersende klasse, de elite.

De Engelse politieke klasse heeft de wereld een verbijsterend spektakel voorgetoverd van leugenachtige, intellectueel beperkte oplichters: van David Cameron, die roekeloos met de toekomst van zijn land gokte op een referendum om een paar mopperaars in zijn Conservatieve Partij te isoleren, en de opportunistische Boris Johnson, die op de rijdende Brexit-trein sprong om de premierzetel veilig te stellen die ooit warm werd gehouden door zijn rolmodel Winston Churchill, tot de grootverdienende zakentycoon, de voor de bühne retro spelende Jacob Rees-Mogg, wiens investeringsfonds een kantoor is begonnen binnen de Europese Unie, ook al laat hij altijd blijken dat hij die zo hartstochtelijk veracht.

Zelfs een columnist van The Economist, die spreekbuis van de Engelse elite, uit nu zijn ongenoegen over ‘Oxford chums’ (vrinden) die voortdobberen door het leven op basis van ‘bluf en niet deskundigheid’. Vorige maand klaagde het tijdschrift, ietwat laat: ‘Engeland wordt geregeerd door een in zichzelf gekeerde kliek die groepslidmaatschap hoger waardeert dan vaardigheid en zelfvertrouwen boven vakkennis.’ De column stelde vast dat in Brexit de Engelse ‘chumocracy eindelijk haar Waterloo heeft gevonden’.

Als je toch de Engelse geschiedenis erbij wil halen, dan kun je eigenlijk beter zeggen dat de afscheiding – de Engelse rampzalige exitstrategie – nu naar het thuisland is gekomen. Het is op een groteske manier ironisch dat grenzen die in 1921 werden opgelegd aan Ierland, Engelands eerste kolonie, het grootste struikelblok zijn gebleken voor de Engelse brexiteers die verlangen naar de viriliteit van het grote Rijk. Bovendien wacht Groot-Brittannië zelf het vooruitzicht van afscheiding als Brexit, wat primair een Engelse eis is, realiteit wordt en Schotse nationalisten hun roep om onafhankelijkheid nieuw leven gaan inblazen.

Het zegt iets over de politieke scherpzinnigheid van de Engelse brexiteers dat ze zich eerst niet bewust waren van de explosieve Ierse vraag en geringschattend deden over die van de Schotten. Ierland werd heel cynisch opgedeeld om te verzekeren dat er meer protestante kolonisten dan autochtone katholieken waren in één deel van het land. Die deling leidde tot decennia van geweld en kostte duizenden mensenlevens. In 1998 werd het voor een deel hersteld, toen er door een vredesovereenkomst geen noodzaak meer was voor veiligheidscontroles langs de door de Engelsen ingestelde scheidingslijn.

De Brexit heeft de bluf blootgelegd van de ‘wereldvreemde narren van het imperialisme’

Het lag altijd voor de hand dat men zich met geweld zou verzetten als er opnieuw een douane- en immigratiebewind zou worden ingesteld langs de enige landsgrens die Engeland deelt met de Europese Unie. Maar brexiteers, die pas laat die onheilspellende mogelijkheid onder ogen zagen, hebben het geprobeerd te ontkennen. Uit een gelekte opname blijkt dat Johnson zeer minachtend doet over de bezorgdheid over de grens en die ‘puur millenniumbug-geneuzel’ noemt.

Politici en journalisten in Ierland zijn begrijpelijkerwijs verbijsterd over de roekeloze onkunde van de Engelse brexiteers. Zakenmensen waar ook ter wereld zijn woedend vanwege de botte onverschilligheid die ten toon wordt gespreid ten aanzien van de economische gevolgen die nieuwe grenzen zullen hebben. Maar het is al heel wat minder verbazingwekkend wanneer je bedenkt dat de Britse heersende klasse ooit met gewetenloze arrogantie lijnen trok dwars door Azië en Afrika en vervolgens de mensen die aan weerszijden daarvan leefden verdoemde tot eindeloze ellende.

De uiterst schadelijke incompetentie van de brexiteers vindt zijn voorafschaduwing in de Britse ‘exit’ uit India in 1947, vooral in het gebrek aan een goede voorbereiding. De Britse regering had aangekondigd dat India onafhankelijk zou worden in juni 1948. Maar in de eerste week van juni 1947 meldde Mountbatten opeens dat de machtsoverdracht op 15 augustus 1947 zou plaatsvinden – ‘belachelijk vroeg’, zoals hij zelf uitkraaide. In juli kreeg een Britse advocaat, Cyril Radcliffe, de taak om nieuwe grenslijnen te tekenen, van een land waar hij nog nooit was geweest.

In de vijf schamele weken die Radcliffe had om de politieke geografie te ontwerpen van India – geflankeerd door Pakistan van west naar oost – verzuimde hij om dorpen te bezoeken, gemeenschappen, rivieren en bossen langs de grenzen die hij van plan was af te bakenen. Landbouwgrond in de binnenlanden werd afgesneden van havensteden, hindoes, moslims en sikhs aan weerszijden van de nieuwe grenslijn werden tot een religieuze minderheid gemaakt. In feite veroordeelde Radcliffe’s plan voor de opdeling van het land miljoenen mensen tot een wanhopig bestaan of de dood, terwijl hij zelf werd verheven in de hoogste ridderstand.

Bijna een miljoen mensen kwamen om, talloze vrouwen werden ontvoerd en verkracht, en de grootste vluchtelingenpopulatie ter wereld ontstond ten tijde van de verplaatsing van bevolkingsgroepen over Radcliffe’s grens – een bloedbad op zo’n grote schaal dat het alle apocalyptische scenario’s van Brexit overtreft.

Achteraf gezien had Mountbatten zelfs nog minder redenen dan May om de exit te bespoedigen, en daarmee onoplosbare en eindeloos voortdurende problemen te creëren. Slechts een paar maanden na de slordige opdeling waren India en Pakistan bijvoorbeeld in een oorlog verwikkeld om de betwiste regio Kashmir. Geen van de betrokken partijen drong aan op een snelle Britse exit. Zoals de historicus Alex von Tunzelmann al duidelijk stelt: ‘Het was Mountbatten die haast had, en niemand anders.’

Mountbatten was in zekere zin veel minder stijfkoppig dan Winston Churchill – het noemen van zijn naam alleen al doet vandaag menige brexiteer de rug rechten. Churchill, een fanatieke imperialist, heeft meer dan vele Britse politici zijn best gedaan om de onafhankelijkheid van India te dwarsbomen, en, als premier van 1940 tot 1945, geprobeerd deze te ondermijnen. In de greep van racistische fantasieën over de superioriteit van Anglo-Amerikanen weigerde hij de Indiërs te helpen tijdens de hongersnood in 1943, omdat, zo zei hij, ‘ze fokken als konijnen’.

Het hoeft geen betoog dat zulk geraaskal voortkwam uit een diepgewortelde onwetendheid over India die al even hardnekkig is als die van de brexiteers over Ierland. Churchills eigen staatssecretaris voor India beweerde dat zijn baas ‘net zo weinig van het Indiase probleem [afweet] als George III destijds van de Amerikaanse koloniën’. Churchill spreidde in zijn lange carrière een zelfde imperialistische onverschilligheid ten toon ten aanzien van Ierland – hij stuurde talloze Ierse jongens de dood in in een catastrofaal militair fiasco bij Gallipoli in Turkije tijdens de Eerste Wereldoorlog, en liet genadeloze paramilitairen los op Ierse nationalisten in 1920.

Die talloze misdaden van de brallerige avonturiers van het Rijk werden mogelijk gemaakt door de enorme geopolitieke macht van Groot-Brittannië en vervolgens werden ze verdoezeld door het culturele aanzien ervan. Dat is de reden dat de beelden die de Britse elite altijd van zichzelf koesterde, als moedig, wijs en welwillend, heel lang konden blijven bestaan, tot korte tijd geleden, ondanks een berg vernietigend historisch bewijs over die ‘masters of disaster’ van Cyprus tot Maleisië, van Palestina tot Zuid-Afrika. In het recente verleden hebben van die privé opgeleide en scherp en glad van de tongriem gesneden mannen als Niall Ferguson en Tony Blair zelfs de Engelsen kunnen profileren als verlossers van de lijdende en onverlichte mensheid, waarmee ze Amerikaanse neoconservatieven aanspoorden om de white man’s burden op te pakken op mondiale schaal.

Vernederingen in neo-imperialistische ondernemingen in het buitenland, gevolgd door de ellende van Brexit in eigen land, hebben genadeloos de bluf blootgelegd van wat Hannah Arendt de ‘wereldvreemde narren van het imperialisme’ noemde. Nu de terugtrekking zich in eigen land gaat voltrekken, met de dreiging van bloedvergieten in Ierland en afscheiding in Schotland, en nu een onvoorstelbare chaos van no-deal Brexit opdoemt, zullen gewone Engelsen gaan lijden aan de onbehandelbare wonden die Engelands blunderende chumocraten ooit toebrachten aan miljoenen Aziaten en Afrikanen. Engeland zal ongetwijfeld nog te maken krijgen met meer onaangename ironie van de geschiedenis op zijn verraderlijke weg naar Brexit. Maar zeker is dat de Engelse heersende klasse die zo’n lange tijd is vertroeteld eindelijk zichzelf is tegengekomen, zichzelf heeft uitgehold en niet meer kan zijn wie ze altijd was.


Pankaj Mishra is filosoof en schrijver. Zijn meest recente boek is Age of Anger: A History of the Present (vertaald als Tijd van woede, Atlas Contact, 336 blz., € 28,99). © 2019 The New York Times. Vertaling: Rob van Erkelens