Do It Ourselves: Zelf energie opwekken

Intelligentie verplicht

Voor het ontvangen van stroom hoeven we niet afhankelijk te zijn van grote energiebedrijven. Kleine coöperaties als Grunneger Power wekken met behulp van zonnepanelen hun eigen energie op en verdelen deze onderling.

Medium groene  eigen stroom

Wat is er mooier dan je eigen groente verbouwen en je eigen bier brouwen? Het geluks­gevoel wordt vergroot doordat mensen voorzien in hun eigen levensbehoeften, zo blijkt uit verscheidene onderzoeken. Maar moestuinieren wordt ineens een stuk minder leuk wanneer er wettelijke beperkingen gelden voor de hoeveelheid groente die je mag produceren. Laat staan wanneer je die groente alleen in je eigen tuin mag verbouwen en niet zomaar aan de buren mag geven. Dat is het probleem waar energiecoöperaties in Nederland mee kampen. Door de salderingsregel is het toegestaan om voor eigen gebruik energie op te wekken, maar mag er geen gebruik worden gemaakt van andersmans daken of publieke ruimten. Een onhoudbare situatie, volgens de oprichters van de Groningse energiecoöperatie Grunneger Power.

De Verenigde Naties hebben 2012 uitgeroepen tot Jaar van de Coöperatie en of het nu gaat om Grunneger Power, het Amsterdamse initiatief Wij Krijgen Kippen (een stroomcollectief in Zuid) of Texel Energie, het opwekken en herverdelen van stroom blijkt zich goed te lenen voor deze organisatievorm. De ontwikkeling sluit aan bij een veranderend wereldbeeld van burgers, die zich bewuster worden van de feilbaarheid van overheid en bedrijfsleven. Grunneger Power loopt in de voorhoede van de gestaag groeiende groep energiecoöperaties. De leden wekken door middel van zonnepanelen hun eigen energie op, die ze vervolgens aan elkaar leveren. Het resultaat is volgens socioloog en ideologisch aanjager Frans Stokman een sterke lokale gemeenschap die zichzelf kan bedruipen op het gebied van elektriciteit: ‘Veel problemen in steden komen voort uit een gebrek aan sociale cohesie. Door gezamenlijk energie op te wekken creëer je wederzijdse belangen en ontstaat er een gemeenschap waarin mensen met elkaar overleggen. Daardoor groeit de sociale cohesie.’

Het idee is vrij eenvoudig. In een begrensd gebied worden op grote schaal zonnepanelen neergezet. Dat kan op daken van particulieren zijn, die daarmee in hun eigen stroomonderhoud voorzien, maar ook op daken van overheidsgebouwen of boerderijen buiten de stad. De panelen worden gefinancierd door leden van de energiecoöperatie die de stroomopbrengst verrekenen met hun eigen energieverbruik. Zo kan een flatbewoner in een stad investeren in PV-cellen die op het dak van het naastgelegen gemeentehuis worden geïnstalleerd. De stroom die daarmee wordt opgewekt, wordt terug­geleverd aan het net, waarna de investeerder in de flat diezelfde hoeveelheid elektriciteit mag aftrekken van zijn eigen energierekening. Op die manier wordt zonne-energie toegankelijk voor een groep mensen die niet over een eigen dak beschikken. De coöperatie wordt opgezet als een vereniging zonder aandeelhouders en winsten worden geïnvesteerd in duurzame lokale projecten. Het beoogde resultaat: schone energie, minder afhankelijkheid van grote energiebedrijven, een impuls voor de lokale economie en burgers die met een bepaalde trots aan elkaar de teruglopende verbruiksmeters laten zien. Als een virus zou het enthousiasme zich uit moeten breiden om uit te monden in een kleine sociale revolutie: wij hebben geen multinationals nodig, wij regelen het voortaan zelf.

Het is een wat ouder publiek dat bij elkaar is gekomen voor de algemene ledenvergadering van energiecoöperatie Grunneger Power in de Groningse binnenstad. De hoge plafonds, de houten vloeren en de rode muren geven de bovenzaal in De Beurs iets nostalgisch. Zelfs de geur in de ruimte doet denken aan lang vervlogen tijden, een mix van hout, sigaren en koffie. ‘Heb jij ze al?’ vraagt een aanwezige op licht opgewonden toon aan de man naast hem. Hij schudt van nee. ‘Ik krijg ze volgende week.’ De panelen zijn hier gespreksonderwerp nummer één. Als het plan om een coöperatie op te zetten en het heft in eigen hand te nemen ergens kans van slagen heeft, is het wel in het van oudsher links georiënteerde noorden van het land. In nog geen anderhalf jaar tijd heeft Grunneger Power meer dan 2500 leden aan zich weten te binden, waaronder de woningcorporatie Nije­stee en de gemeente Haren.

In de Groningse wijk Waterland waren de mensen meteen enthousiast toen de huurdersvereniging aan Nijestee voorstelde om zonnepanelen op het dak te plaatsen. Begin maart hebben 25 van de 26 huurwoningen panelen op het dak gekregen, een primeur in de huursector. Het aanbod was dan ook wel erg verleidelijk. In ruil voor een kleine huurverhoging bekostigde de woningcorporatie de PV-cellen op de daken. Een opmerkelijke investering, omdat de huizen nog geen twintig jaar oud zijn en er ongetwijfeld meer rendement valt te halen op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing bij de slecht geïsoleerde woningen in Groningse volksbuurten.

Appie Arends en Annie Postma wonen al sinds de oplevering in een van de huurhuizen die nu zonnepanelen hebben. Het stel van middelbare leeftijd kwam hier ooit binnen met een fietstas vol idealen, samen met een tiental gelijkgestemden. Appie zegt: ‘Waterland is een verhaal apart. Begin jaren negentig werd in Groningen de Vereniging Ecologisch Wonen opgericht, voor mensen die duurzaam wilden wonen. Daar is deze wijk het resultaat van. Je moest destijds ook lid zijn van die club om überhaupt in aanmerking te komen voor een van deze huurwoningen.’ Met de gemeenschapszin in de buurt zit het dan ook al jaren wel goed, daar hebben de zonnepanelen niet veel aan bijgedragen. ‘Grunneger Power is een goed initiatief, maar het is niet zo dat er nu door die panelen op ons dak ineens een veel hechtere band is ontstaan onder de buurtbewoners. Dit is toch een wat betere wijk met relatief weinig doorstroom, waar de mensen al goed contact hebben met elkaar. Duurzame energie is een beetje een luxeproduct. Als je alles voor elkaar hebt kun je je daar nog eens druk over maken.’

Daarmee laadt Grunneger Power de schijn van een linkse hobby op zich, voorbestemd voor mensen met een hogere opleiding en een ruimere beurs. Een bevolkingsgroep die over het algemeen toch al oververtegenwoordigd is bij duurzame initiatieven. ‘Onzin!’ zegt Peter Breithaupt, de van oorsprong Duitse energie-expert die al in een vroeg stadium bij Grunneger Power betrokken is geraakt en sinds april directeur is van de coöperatie. ‘Waarom wordt er altijd in politieke termen gesproken over energie? Er is niets politieks aan! Wij willen op geen enkele manier wat voor label dan ook opgeplakt krijgen.’ Breithaupt spreekt gepassioneerd over de mogelijkheden van zonne-energie en windt zich op over de passiviteit van veel Nederlanders op het gebied van duurzaamheid. Met een nauwelijks hoorbaar accent zegt hij: ‘In de Duitse grondwet staat Eigentum verpflichtet, maar ik vind dat Intelligenz verpflichtet. Mensen die over een bovengemiddelde intelligentie beschikken, hebben een morele verplichting om het voortouw te nemen bij initiatieven zoals de onze, die een betere maatschappij nastreven.’

Breithaupt is van mening dat er een groot aantal liberalen en conservatieven is die duurzaamheid een warm hart toedragen. Een groep die vaak wordt afgeschrikt door de linkse beeldvorming die rondom het thema hangt en een ietwat allergische reactie vertoont op het woord ‘coöperatie’. Een van de manieren om deze mensen toch aan boord te krijgen is de zakelijke insteek van Grunneger Power. Zo is de vereniging tot stand gekomen zonder steun van de overheid en maken subsidies geen deel uit van het businessplan. Dat de politiek op de achtergrond wel degelijk een cruciale rol speelt in de verwezenlijking van de plannen blijkt uit de regelgeving die van toepassing is op de zelf geproduceerde stroom.

De salderingsregel houdt in dat particulieren alleen energie van hun eigen dak en voor eigen gebruik mogen opwekken, tot een maximum van vijfduizend kWh per jaar. ‘Dat is een grote beperking in Nederland’, zegt Stokman. ‘Het probleem met saldering is dat je geen energie van andermans dak mag halen. We hebben een enorme verloren derde ruimte van platte daken die eigenlijk niet optimaal gebruikt kunnen worden.’ Daarmee zet de politiek een streep door de ambities van Grunneger Power om elektriciteit te halen van daken van publieke gebouwen en de opbrengst te verrekenen met verbruik van de investeerders die de panelen hebben betaald. Want dat mag niet, een ruilverdrag sluiten waarbij stroom wordt teruggeleverd aan het net en honderd meter verderop wordt verrekend. Volgens zowel Stokman als Breithaupt gloort er evenwel hoop nu het kabinet-Rutte is gevallen. Een gevoel dat gedeeld wordt door een andere voorstander van zonne-energie: wethouder Gerben Pek van de gemeente Haren, door sommigen bestempeld als het Wassenaar van het Noorden.

Pek (38) heeft naast zijn politieke ambt een groothandel in zonnepanelen en is zeer te spreken over Grunneger Power. Haren is met 185 ambtenaren lid van de coöperatie, maar ondanks de sympathie waarop de vereniging kan rekenen, houden Pek en zijn collega’s zich inhoudelijk afzijdig. ‘Wij staan aan de zijlijn en moedigen aan, maar we spelen niet mee. Dat zouden we ook niet willen. In tijden van bezuinigingen is het goed om te kijken naar wat de burger zelf kan, zeker omdat die burger dat over het algemeen veel beter weet dan de overheid.’ Ook in Haren liepen duurzame ambities spaak op wet- en regelgeving. Het plan om het transferium aan de A28 vol te leggen met zonnepanelen om zo stroom op te wekken voor inwoners van de gemeente werd uiteindelijk afgeblazen. Door de salderingsregels was het project financieel niet haalbaar. Elektriciteit die teruggeleverd wordt aan het net levert een kleine zeven cent per kWh op, de inkoopprijs die energiebedrijven betalen op de stroommarkt. Diezelfde hoeveelheid kost de gebruiker honderd meter verderop al gauw zo’n 24 cent, een prijs gebaseerd op productiekosten, transportkosten en elf cent energiebelasting. Dit prijsverschil laat het pijnpunt zien in de discussie. Pek: ‘Zolang de overheid de regels niet aanpast is het niet rendabel om dit soort zonnevelden aan te leggen.’

Toch is professor Stokman positief over de toekomst. Terwijl hij in zijn kamer aan de Rijksuniversiteit Groningen in zijn stoel achterover leunt zegt hij: ‘De burger stond lang buitenspel, maar nu zie je een beweging van onderaf die de markt openbreekt. Ik weet zéker dat de energiebedrijven in paniek zijn door deze ontwikkeling. Door zonnepanelen op een boerderij te leggen en vervolgens de stroom aan een aangrenzende buurt te leveren, genereer je daarnaast ook ­sociale energie. De salderings­regel zal worden aangepast, daar ben ik van overtuigd. Het kan een jaar duren, het kan tien jaar duren, maar die wet gaat er hoe dan ook aan.’ Dan leunt hij naar voren en zijn ogen stralen wanneer hij zegt: ‘Het zal het begin zijn van een ware energierevolutie.’


Voor niets gaat de zon op

Wat zijn nu eigenlijk de kosten en baten van zonne-energie? Een gemiddeld Nederlands huishouden met twee volwassenen verbruikt 3500 kWh stroom per jaar. Voor elke 1000 kWh aan zonne-energie is een investering nodig van zo’n 4250 euro. Deze prijs is een ruwe indicatie, het loont zich om rond te kijken en verschillende offertes op te vragen. De investering in zonne­panelen inclusief btw en installatie bedraagt voor dit gemiddelde huishouden dus bijna 15.000 euro. Met een stroomprijs van € 0,23 verdient een dergelijk systeem zichzelf in 18,5 jaar terug. ­Voorstanders van zonne-energie wijzen er echter op dat de stroomprijs de komende jaren fors toe zou kunnen nemen. Wanneer € 0,30 per kWh moet worden betaald, daalt de terugverdientijd naar 14 jaar. Bij deze berekening zijn subsidies vanuit de overheid buiten beschouwing gelaten.