Intens tragische kunst

In Albee’s Wie is bang voor Virginia Woolf? staan gast Nick en gastheer George voor een schilderij. ‘Nick: Het heeft iets… George: Iets zeer intens en toch rustig? Nick: Nee, meer… George: Nee? (pauze) Iets onrustigs en toch iets heel intens? Nick: Nee, ik zou eerder zeggen… George: De onrust als zodanig tot gelding gebracht in het koloriet van de intensiteit?’

Nick en George zijn in dit stuk van meet af aan gezworen vijanden. De drie mannen waar het in het toneelstuk Kunst van de Frans-Iraanse schrijver Yazmina Reza over gaat, zijn vrienden voor het leven. Althans, dat dachten ze. Ze hebben ieder zo hun problemen. Mark slikt homeopathische pillen om rustiger te worden, Iwan is ongelukkig in het werk en in de liefde, hij heeft een dominante moeder en dus gaat hij trouwen. En Serge (arts) komt om in het geld. Hij heeft een schilderij van een beroemd kunstenaar gekocht. Het heeft ongeveer een ton gekost. En het is geheel wit. Serge spreekt erover in termen van ‘iets intens en toch rustig’. Mark begint te schelden op zoveel snobisme. Iwan ziet er wel wat in. De tijdbom onder de vriendschap is een feit. Hij blijft ruim een uur onrustbarend doortikken.
Kunst is een Europese toneelhit en werd eerder door het Noord Nederlands Toneel gespeeld. In die voorstelling en ook in die van de Schaubühne in Berlijn stond het schilderij tegen de achterwand. In de voorstelling waarmee de Nijmeegse groep Teneeter nu door het land reist, heeft de regie een simpele maar effectieve ingreep gedaan. Het doek ligt op het voortoneel. Het hoeft niet meer rug-zaal te worden bekeken, de acteurs draaien eromheen. Af en toe stappen ze uit die mise-en-scène om even tegen ons te praten, meestal met een ontboezeming over de andere twee, een terzijde dat steeds weer naadloos overgaat in de voortzetting van de vriendenoorlog met wéér andere middelen rondom het gewraakte doek.
Een fraaie ingreep van de vormgeving is dat áchter het schilderij drie stoelen in slagorde staan opgesteld, de twee buitenste mét leuningen - voor de tegenpolen Mark en Serge - de middelste zónder: voor de verschoppeling Iwan. In de ruimte rondom het doek (dat overigens met grote regelmaat eventjes aan de zijkant wordt gezet) ontstaat een choreografie van stoelen en lichamen, die net zo snel, muzikaal, ritmisch en van een perfecte timing is als het tekstgebruik. De acteurs durven elkaar te raken en te láten raken, ze spreken vaak dwars door elkaar heen, de essentie van de dialogen blijft binnen die kakofonie steeds verstaanbaar. Om ons af en toe heel even rust te geven, zingen de acteurs tijdens intermezzi met Bob Dylan mee, waarbij ze met name hun handen niet thuis kunnen houden.
Het podium van Sanne Danz houdt het midden tussen een onsmakelijk gelambrizeerde kamer en de nele vlonder van de commedia dell'arte: er zijn wat simpele plankieren en er is een schuttinkje met een gordijn waar acteurs af en toe achter verdwijnen en weer opkomen. Als toeschouwer begin je op den duur te hopen dat het personage daarachter even kalmeert en met iets anders op de proppen komt. IJdele hoop. Het wordt almaar erger tussen die drie. Zo glijdt de vriendenruzie langzaam toe naar een tragikomedie op de rand van tragedie. De wijze waarop Serge en Mark ons, elkaar en de lucht aankijken wanneer Iwan vertelt over de verschrikkingen die hij doormaakt vlak vóór zijn aanstaande huwelijk (waarbij de beide heren getuigen zijn), is tegelijk hilarisch en onuitsprekelijk tragisch.
Rob Beumer, Rinus Knobel en Chris Tates spelen een klinkende vertaling van Carel Alphenaar in de regie van Matthijs Rümke. Benoemen hoe goed de acteurs individueel zijn doet er nu niet toe. Dat is de inzet van deze derneming ook niet. Deze drie acteurs willen een hecht lijkende vriendschap met pijnlijke precisie op een operatietafel leggen. Ze laten je eerst drie kwartier lang tranen met tuiten lachen (o, nee, niet dát ook nog - en jawel hoor, daar komt de grap), en tegen het eind ontroeren ze diep.
En zeg nu niet: maar Teneeter, dat was toch dat jeugdgezelschap? Dat zijn ze óók nog steeds (enkele weken geleden besprak ik hier nog hun prachtige Assepoes-bewerking). Maar een breed publiek bespelen kunnen ze zo langzamerhand ook heel goed. U hebt nog zeven keer de gelegenheid om u te laten verwennen. En jury van het Theaterfestival… nou nee, laat maar zitten.