Frits Barend

Inter Milaan, kerkhof van het voetbal

Dat was nou bepaald geen verrassing, dat Andy van der Meijde zou mislukken bij Internazionale Milaan en zelfs voor beduidend minder geld terug wil naar Ajax. Vorig jaar zomer kreeg Van der Meijde zijn droomtransfer van Ajax naar Inter. In veel opzichten was dat een domme, onbegrijpelijke transfer. Ajax was veel te gretig toen zich een club meldde die acht miljoen euro voor de maar net doorgebroken rechtsbuiten wilde betalen. De directie had te weinig oog voor de specifieke, voor Ajax zo bepalende kwaliteiten van de nog jonge rechtsbuiten. En de speler zelf had moeten begrijpen dat hij minimaal nog een jaar bij Ronald Koeman in Amsterdam had moeten blijven.

Een jaar wachten had voor hem kunnen betekenen dat hij nu de clubs voor het uitzoeken had gehad, clubs die een rechtsbuiten niet zien als een vooruitgeschoven rechtsback, en voor Ajax dat het nog had meegedaan in de Champions League. De transfer was kortzichtig van zijn in het voetbal nog onervaren zaakwaarnemer Chiel Dekker, omdat hij te veel naar de financiën keek en te weinig naar de historie van creatieve voetballers bij de tweede club van Milaan. Dennis Bergkamp en Wim Jonk spreken slechts van een leerzame periode als ze denken aan hun verblijf bij de club waar alles aanwezig is behalve beleid en liefde voor het voetballen. Ze voelden zich bevrijd toen ze eindelijk weg konden uit de grot waar elke creatieve voetballer binnen een half jaar verandert in een werkezel. Ver van Milaan kregen ze het plezier en de klasse terug die ze beiden intrinsiek bezaten. Bergkamp en Jonk werden gevolgd door spelers als Clarence Seedorf en Ronaldo.

Inter is het kerkhof van de voetbalsport. De op zichzelf prachtige blauw-zwart gestreepte shirts staan al sinds de jaren tachtig model voor treurkleuren. De tijd van Faas Wilkes ligt ver achter ons en Aron Winter kon gedijen bij Inter omdat hij een werkvoetballer was, geen vir tuoos als Bergkamp en Jonk en geen razende hinde als Van der Meijde.

De langdurige winter bij Inter kreeg gestalte in de tulipana-periode bij de grote stedelijke rivaal AC Milan eind jaren tachtig. De derby tussen AC en Inter is heilig. In de tijd van Gullit-Van Basten-Rijkaard speelde AC aanvallend, oogstrelend voetbal. De derby kon Inter in die periode alleen winnen door vervelend afbraakvoetbal, het voetbal van de club met een minderwaardigheidscomplex. Het lot van het lelijke eendje draagt Inter nog steeds. Dat Van der Meijde pas na een half jaar ontdekte dat hij eigenlijk een anachronisme is in Milaan is nog een wonder.

Hopelijk maken de zaakwaarnemers van Maxwell en Trabelsi niet dezelfde fout als die van Van der Meijde.