Interkerkelijk koerdenberaad

Verrassing voor Koerden! Sinds vorige week lobbyt het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) voor de erkenning van Koerden als officiële minderheid - om te beginnen in eigen land en op Europees niveau.

Het initiatief van IKV-secretaris Mient Jan Faber is ingegeven door de affaire-Öcalan. Daarbij kwam ook een mankementje in West-Europa aan het licht. Wat bleek? Niet alleen in Turkije, ook in West-Europa zijn Koerden paria’s. Hoe zou een Albanese Kosovaar in Nederland zich voelen als de media hem consequent Serviër noemden? Dat is het lot van de Koerden die door de media steevast Turken worden genoemd - tenzij ze er niet onderuit kunnen. Zoals bij de oprichting van het Koerdische parlement-in-ballingschap. Pas nu, na de aanhouding van PKK-leider Öcalan en alle tumult die volgde, lijkt er een eind te komen aan de traditie om Koerden voor het gemak Turken te noemen. Nederland heeft zijn Koerden ontdekt, maar hoe met hen te communiceren? De naar schatting zestigduizend Koerden van Turkse komaf in Nederland zijn niet vertegenwoordigd in inspraakorganen en adviesraden, op landelijk noch op gemeentelijk niveau. Zoiets komt vreemd over in een democratisch overleglandje. Eenmaal erkend als minderheid kunnen zij hun stem laten horen. Dat is de achterliggende filosofie van het IKV. Het eerste voorzetje kwam vorig jaar uit onverwachte hoek: het ministerie van Onderwijs geeft Koerdische kinderen het recht om op school hun Koerdische taal te leren. Stel dat Nederland bereid is de Koerden als minderheid te erkennen, hoe moeten de Koerden zich dan kenbaar maken? Volgt een opmars naar de bevolkingsregisters om achter de nationaliteit een K'tje te laten optekenen? Hoe steekt het juridisch in elkaar? Impliceert de erkenning van Koerden als minderheid automatisch de erkenning als volk met het - zij het ingeperkte - recht op zelfbeschikking? Mient Jan Faber laat zich vooralsnog niet afschrikken door geharrewar: ‘Laten we de Koerden eerst maar rechten geven.’ Menigeen is direct op zijn qui vive vanwege de politieke consequenties. De one-liner van Turkije is bekend: inmenging in binnenlandse aangelegenheid! De trotse Navo-partner wordt bij voorkeur ontzien door de Europese landen en het bevriende Amerika. Vanwege eventuele politieke consequenties loopt het voorstel het risico om als onhaalbaar te worden weggezet. Dat zou jammer zijn, niet alleen voor de Koerden, maar zeker ook voor Europa. De situatie is verre van ideaal: Europese overheden kunnen niet communiceren met hun Koerdische gemeenschappen: er is geen aanspreekpunt. Vooral Duitsland en Frankrijk willen niets met de PKK te maken hebben, althans niet openlijk. Ook in Nederland is de PKK omstreden. Een andere gesprekspartner is er echter niet. Hoe lastig dat kan zijn, ondervond burgemeester Deetman van Den Haag na de gebroken ruiten in de Schilderswijk. De Koerdische Arbeidersvereniging weigerde met een schadevergoeding over de brug te komen. De leden betoogden dat zij niet hadden opgeroepen tot de actie en bovendien: ze zijn niet formeel erkend als gesprekspartner van de gemeente Den Haag. Eenmaal als minderheid erkend heeft Nederland zijn Koerdische gesprekspartner. Zoals dat heet, hebben Koerden dan niet alleen rechten maar ook plichten. De overheid kan eisen aan hen stellen, zoals deze: de Koerden zullen geen gewelddadige acties ondernemen op Nederlands c.q. Europees grondgebied. Nederland geeft ze rechten, waarom zouden de Koerden tekeergaan tegen de gastheer? Het is meer dan wishful thinking - zie de Koerden in Noord-Irak. Nadat Europa en de Verenigde Staten eenmaal de veiligheidszone hadden ingesteld voor Koerden in Noord-Irak, kwamen de Koerden niet meer in actie in Europa; voorbij was de tijd dat een Iraakse ambassade werd bestormd. Bijkomend voordeeltje voor Nederland, maar vooral voor Duitsland en Frankrijk, is het - tijdelijk - kunnen parkeren van de PKK. De erkende Koerdische minderheid, PKK-aanhanger of niet, is de nieuwe gesprekspartner. Niet alleen de Koerden, ook andere minderheden c.q. volken in Turkije dingen naar de gunsten van het IKV. Menige minderheid voelt zich niet behaaglijk onder het bewind van de Turkse meerderheid. Hoewel meerderheid? Het begrip minderheden komt in een ander daglicht te staan dankzij het geploeter van Peter Alford Andrews. De onderzoeker heeft alle beschikbare gegevens over volken en minderheden in Turkije op hun betrouwbaarheid gefilterd en gerangschikt. Het resultaat zijn lange cijferlijsten in zijn boek Ethnic Groups in the Republic of Turkey. Het boekwerk is onopgemerkt gebleven. Bovendien waren de gegevens van de vierentwintig minderheden en volken in Turkije niet eerder bij elkaar gevoegd. De klus is de moeite waard, want wat blijkt? Al vóór de oprichting van de Turkse Republiek (1923) zijn de 'raszuivere’ Turken een minderheid geweest die de andere volken, c.q. minderheden in het gebied aan zich hebben onderworpen. In het tweede decennium van deze eeuw telde Turkije ongeveer veertien miljoen inwoners, waarvan meer dan tien miljoen niet-Turken. Na de etnische zuiveringen en deportaties is de stand van zaken in de jaren zeventig weer anders. De Assyriërs, vóór de oprichting van de republiek met ruim een miljoen, zijn dan gereduceerd tot zo'n dertigduizend. Anderen hebben het bewind beter doorstaan. Kaukasiërs, vóór de Turkse republiek met ruim één miljoen, zijn in de jaren zeventig met tweeëneenhalf miljoen. Voor de jaren twintig waren er zeven miljoen Koerden, in de jaren zeventig vijftien miljoen. Het meest opmerkelijke is de eindscore van de jaren zeventig: Turkije heeft zo'n veertig miljoen inwoners, waarvan 23 miljoen niet-Turken. Het opmerkelijke gegeven roept associaties op met een bekend land in Afrika waarover Nederland luidkeels aan de bel trok vanwege de ongelijke behandeling van de verschillende bevolkingsgroepen. Een racistische minderheid die een meerderheid onderdrukt? Dat gaat te ver. De Turken een minderheid in Turkije: wie had dat gedacht? Hoezo erkenning van Koerden als 'minderheid’? Maar goed, je moet ergens beginnen. En laat de Koerden maar een K'tje achter hun nationaliteit zetten. Dat is wel zo makkelijk voor de Turken, mochten zij eens binnenvallen.