Internethoer

Ook schrijvers ontkomen niet aan digitalisering. Koudwatervrees, daar hebben de mensen niets aan. Aan het werk, dus. Op de iPad.

IN HET KASTJE met trieste apparaten ligt de e-reader. Zijn gezelschap bestaat uit een bluetooth-koptelefoon (hóófdtelefoon, zucht de audiospecialist; waarom telefóón, denk ik), een stickje waarmee je televisie kunt ontvangen op de computer, een letterlijke handvol geheugenkaartjes in diverse smaken (sd, memorystick, flash), aandoenlijke harde schijven (veertig gigabyte, dacht ik nóóit vol te krijgen) en een paar honderd meter kabel van verschillende denominatie (ethernet, usb, firewire, allemaal met stekkertjes in exotische smaken).
Dit is het technologische voorgeborchte. De theoretische kans bestaat dat een apparaat er weer uit wordt gehaald om in het zweet des aanschijns te dienen, maar de vergetelheid ligt op de loer en een keer in de pakweg vijf jaar, als mijnheer weer een boek af heeft en in zijn behoefte aan schoon en leeg tot een zondvloed besluit, gaapt het donkere binnenste van de grijze Komo-zak.
De e-reader. Zelden is een apparaat zo snel uit het paradijs verbannen.
Ik kreeg hem toegezonden door de formidabele Daniel Roopers, die van Bol een succes heeft gemaakt. Het was een gegeven paard dat ik niet in de bek wilde kijken, maar het beest was met cariës geboren en de walm van vergankelijkheid viel niet te negeren. Zeker niet toen zelfs door een toegeknepen oogje duidelijk was dat dit schepsel kreupel was.
Sony heeft een dochter die boeken uitgeeft (waaronder mijn Japanse vertalingen), maar er is vast niet veel contact tussen de alfa’s van de boeken en de bèta’s van de elektronica. De interface van de reader is abominabel en uit de traagheid en de grauwheid (het scherm, de behuizing, alles) spreekt een lusteloosheid waarbij zelfs Mama Tandoori verbleekt.
Readers als die van Sony zijn gebaseerd op elektronische inkttechnologie. Dat levert een zeer energiezuinig apparaat op met gestoken scherpe schermafbeeldingen en een traagheid die alleen een dyslecticus kan bevallen. Niemand, in de ban van een meeslepende roman, wil na pagina 48 een paar seconden wachten voor pagina 49 flikkerend verschijnt. Alle voordelen van het papieren boek (snel bladeren, ruggen scannen om een titel te zoeken) zijn zoekgeraakt in de interface van Sony’s e-reader.
Enter iPad.
Ik kocht de eerste in het walhalla dat de Apple Store op Times Square is en hield mij voor dat ik dat niet deed op omdat ik een fanboy ben. Het was studiemateriaal. De literatuur gaat per slot van rekening digitaal en ik ben er niet de schrijver naar om achteraan te lopen.
Terug in Nederland kwam de iPad in de eetkamer te liggen, waar hij zich ontpopte als internethoer van het gezin. Je kon niet binnenkomen of vrouw, kind of ander kind zat ‘even iets op te zoeken’, te 'hyven’, te kijken met hoeveel Feyenoord had verloren. Dan kun je lang en breed theoretiseren over de toekomst van de computer en Het Net In Het Huidige Tijdsgewricht, maar het is duidelijk dat de praktijk heeft beslist waar het heen gaat en hoe de stand van zaken is.
Om onnaspeurbare redenen heb ik Lenz van Georg Büchner nooit gelezen en om even onnaspeurbare redenen bedacht ik ineens dat ik dat nu moest doen. Op de iPad. De tekst gevonden en gedownload en nog geen uur later hing ik nahijgend in de hoek van de bank, terwijl gedachten aan zelfkastijding met in azijn gedrenkte berkentwijgen door mijn hoofd gingen. Hoe was het mogelijk dat ik deze oernovelle nooit… De schoonheid… De compactheid… Lenz die tijdens zijn tocht door de bergen het hoofd op het mos legt om de razernij die in hem woedt tot bedaren te brengen… Het krabben aan stenen… De sprong in de fontein… Ik moest onweerstaanbaar denken aan Nietzsche die in een vlaag van waanzinnige empathie een paard omhelst en in snikken uitbarst omdat het dier door de koetsier wordt geslagen.
Omdat die Amerikaanse iPad het Star Trek-tablet van het gezin was geworden, kocht ik voor het werk een tweede. Ik heb jarenlang door Europa gezworven met twee pakjes Liga en een Powerbook in mijn tas, maar gaf dat op toen bleek dat ik die computer er eigenlijk nooit uithaalde omdat ik niet toekwam aan werken en ik meestentijds vooral bezig was om de laptops van andere schrijvers aan te sluiten op het net. Zoals sporters altijd beweren dat ze niets met politiek hebben te maken, houden schrijvers hardnekkig vol dat je een volledige nitwit kunt zijn op het gebied van techniek.
iPad nummer twee, met 3G-telefoonkaartje, gaat alles vervangen: laptop, boeken, internet scoren in door Afghanen gerunde coffeeshops.
Zij staat nu op de werktafel, naast mijn beeldscherm, en toont een appje dat Index Cards heet en archiefkaartjes toont waarop de aantekeningen voor mijn boek staan. Dezelfde als die ik bij de Hema haal, maar dan virtueel. Schrijven doe ik met IA Writer. Het is een tekstverwerkingsprogrammaatje dat zo uitgekleed en esthetisch is dat je je afvraagt wat Bauhaus in het digitale tijdperk zou doen.
Binnenkort ga ik mijn eerste lezing vanaf de iPad houden. Ik ben 53 en sta regelmatig voor een lessenaar onder een gezellig zwak lampje multifocaal te turen naar wat insectenpootjes lijken maar letters zijn. De iPad heeft zijn eigen licht en de tekstgrootte is in een wip aangepast. Willem-Alexander, las ik vorige week, ging mij voor en wat goed genoeg is voor het koninklijk huis is ook goed genoeg voor mij.


iPad: vanaf € 499,- in Apple Stores en online bij www.apple.nl; Georg Büchner, Lenz, rechtenvrij online te downloaden bij Suhrkamp BasisBibliothek, € 6,99


De Groene Amsterdammer is voor abonnees ook op de iPad te lezen. Ga maar www.groene.nl (op de iPad), om de pdf te kunnen bekijken moet u eerst inloggen. Na inloggen verschijnt onder de cover op de homepage dit logo

Medium pdf

. De pdf opent vervolgens in een nieuw venster van Safari.