Naar een nieuwe kunst

Internetoptimisten heroveren het web

Wie zijn toch die nieuwe Born Digital-kunstenaars? Wellicht de slimme, artistieke koplopers in een wereldwijd debat over de digitalisering van ons leven.

Medium opponent

Om een nieuwe generatie te benoemen, heb je een zeker optimisme nodig, een signaal dat er vooruitgang wordt geboekt in dat wat benoemd kan worden. We hebben het hier over de born digital-_kunstenaars. Ze zijn jong, late Generation X’ers of vroege millennials, en ze groeiden op met de digitale middelen binnen handbereik. _Digital natives is de bekendste term voor deze generatie en er zijn inmiddels talloze boeken en onderzoeken over ze verschenen.

Als je al die publicaties doorspit, blijkt vooral dat we ons zorgen maken over deze digital natives. Het zijn onze _tech savvy-_leiders van de toekomst, maar het zijn ook constant doorklikkende onruststokers met een korte aandachtsspanne, surfende fladderaars, soms worden ze zelfs neergezet als een ietwat dreigend, vreemd volk met een eigen taal en eigen etiquette.

Nee, dan de born digitals, wireless cosmopolitans die vanaf hun laptop nieuwe internetkunst maken, de ethische en esthetische vraagstukken van het internettijdperk spitsvondig bevragen in telkens wisselende vormen van digitaal vernuft. Jonge makers die zich geen zorgen maken over het etiket dat op ze wordt geplakt terwijl ze vanaf een MacBook Pro hun eigen plan trekken.

Toen internet begin jaren negentig zijn intrede deed in de Hollandse huiskamer verscheen digitale content voor het eerst in de kunstwereld. De webbrowsers van het eerste uur werden grondig op de proef gesteld door pioniers als Jodi.org en initiatieven als De Digitale Stad en de Internationale Browserdagen, VPRO Digitaal, Hacktic en Nettime. Dit nieuwe mediadomein was in de eerste plaats een speelveld dat beschermd moest worden voordat de onvermijdelijke commercialisering haar intrede zou doen. Internet was in de basis een optimistische uitvinding, het zorgde voor een connected wereld waarin informatie voor iedereen verrijking zou betekenen.

Maar terwijl de pioniers vanuit de beeldende kunst en vormgeving de nieuwe digitale wereld ontleedden met baanbrekende projecten werkten marketeers wereldwijd aan webshops en pop-upreclame. De link om informatie in lagen via verschillende schermen te bekijken en verdelen verwerd tot klikvalkuil met een digitaal boodschappenmandje.

Bijna twintig jaar later heeft het web er al vele revoluties op zitten. Web 2.0, 3.0, wie telt er nog? Opereerden we eerst nog lokaal, Hollands – denk aan Hyves –, een aantal jaren later zijn we als internetgebruikers meegeglobaliseerd met de dotcomoverlevers. We zijn net zo global als onze sociale media: Facebook, Twitter, LinkedIn, Instagram. Van open informatie, van bovenaf gestuurd, gingen we naar een nieuwe fase van participatie waarin we als webgebruikers aangesproken werden op ons collectieve instinct om samen kennis te delen, te ruilen, te creëren.

Er onstonden nieuwe structuren die stap voor stap beursgenoteerd werden en elk op hun eigen manier te maken zouden krijgen met het constante spanningsveld tussen unieke content en de druk van een kapitalistisch copyrightklimaat. Piraten als torrentsite Piratebay en platform 4Chan blijven nog enigszins overeind in een mistige marge van het internet.

Inmiddels is het internet deels gaan draaien op user content: Reddit is een perfect voorbeeld van het democratische internet. De website draait volledig op content die door gebruikers zelf geplaatst en gedeeld wordt en geeft prioriteit naar populariteit: de beloning is een publiek van tientallen miljoenen lezers.

Het Internet is in 25 jaar duizenden malen groter geworden met celebritypagina’s, webshops, pornosites en de onvolprezen blogcultuur die amateurs de stem gaf die uitgeverijen ze nooit zouden geven, zeker niet in crisistijd. Dit contentbombardement bekijken we dagelijks, elk uur, elke minuut, vanaf verschillende schermen. We worden graag afgeleid door de laptop, de smartphone en de tablet tegelijk, met de televisie aan op de achtergrond.

Internet is in razend tempo veranderd en de technologische ontwikkelingen hebben bovendien privacyvraagstukken opgeroepen bij een breed publiek en de beleidsmakers op wereldniveau. Dat het internet niet louter draait op de publieke vraag en op per doelgroep op maat samengesteld aanbod van content bleek uit de onthullingen van WikiLeaks en Edward Snowden. Een beetje geïnformeerde (of geëngageerde) digital native plakt zijn of haar webcam in 2014 af met een sticker of bestelt een exclusief ontworpen webcamslotje. Als het niet uit veiligheidsoverwegingen is dan wel als statement.

Ze zijn niet bang om de grenzen van digitale taal in visuals, glitches en codering op de proef te stellen

De internetpioniers zijn altijd een tikje tegendraads geweest. Het web moest beschermd worden als een zuivere, sociale tool voor de maatschappij én als een plaats voor experiment. De nieuwe kunstenaar, de born digital, is milder. Hij kent de valkuilen van het web: privacy, social-media-drift, wiki-optimisme. De born digital-kunstenaars spreken de digitale taal vloeiend: ze spelen met de retrowaarde van het medium en zijn niet bang om de grenzen van digitale taal in visuals, glitches en codering op de proef te stellen, te persifleren of visueel te analyseren. Ze vormen een digitale elite, die kennis neemt van de grotere sociale context van het medium waarin ze opereert, maar ze zijn evengoed niet vies van visuele inside jokes. De born digitals zijn de fijnproevers van het web.

Er is in onze marktgestuurde westerse maatschappij geen sterker middel om een generatie te benoemen dan als een marketingvraagstuk. Het New Yorkse trendwatchbedrijf K-HOLE adviseert global brands hoe te communiceren met de nieuwe generatie. K-HOLE is in zijn innovatieve benadering van doelgroepanalyse van een jonge generatie baanbrekend. De afgelopen jaren presenteerde het bedrijf diverse conclusies over onder meer de aantrekkingskracht (of afstoting) van merkzichtbaarheid in het publieke domein, de nieuwe definitie van vrijheid voor jong volwassenen, de hang naar zogeheten normcore (semi-rebels normaal zijn als individueel statement) en de aandachtsspanne van jongeren in de informatiecultuur.

K-HOLE analyseert haarfijn waar de pijnpunten liggen: individualiteit is tegenwoordig een volwaardig gegeven vanaf de geboorte, dus de nieuwe generatie behoort niet tot een stam. Ze heeft weinig reden om te schoppen om een eigen persoonlijkheid op te eisen. De markt krijgt geen greep op deze generatie. Je hebt geen dogmatische merkwijsheid meer aan de man te brengen. Je kunt geen valse schijn van authenticiteit meer schetsen, met geveinsde robuuste eerlijkheid in je product of verhaal. Je hebt geen recalcitrante punklogica om de buitenbeentjes te groeperen. Je hebt voor het eerst te maken met een generatie vol individuen die niet geïnteresseerd zijn in groepsgedrag.

K-HOLE noemt deze generatie een attitude. Die attitude heet youth mode en is een breuk met alle klassieke aannames van wat een generatie bindt. Youth mode breekt met opgelegde saamhorigheid door leeftijd of afkomst, omdat de wereld, specifiek de digitale wereld, elke persoon voor een grenzeloos speelveld van individuele mogelijkheden en keuzes plaatst. Een onmogelijke opgave: ‘It used to be possible to be special — to sustain unique differences through time, relative to a certain sense of audience. As long as you were different from the people around you, you were safe. But the Internet and globalization fucked this up for everyone. In the same way that a video goes viral, so does potentially anything. The likelihood that you and Michelle Obama wish upon the same star is greater than ever.’

We zouden somber kunnen vaststellen dat keuzestress en een gevoel van nietigheid de meest logische gemene delers zijn van de digital natives. Maar youth mode is een houding in een tijd waarin de wereld klein en groot tegelijk is, waarin we via internet zelf zijn gaan bepalen bij welke collectieve ‘stam’ en levensvisie we passen en waar we meer dan ooit verzamelen, delen, reageren en vereren. De born digital creëert zijn eigen niche en vindt ‘like minds’ over heel de wereld binnen zijn eigen beheerde domein en zelf gecreëerde netwerk. De digital native is meer dan ooit zelf de baas. K-HOLE benoemde een aantal basisregels voor de youth mode: ‘Engaged with newness, experimental, critical of the past, changeable, down with groups, rebellious, free.’

De born digital-kunstenaars zijn perfect te vangen in K-HOLE’s youth mode-principe. Ze zijn een reactionaire groep individuen zonder de illusie dat ze opvallen, maar met de activistische nieuwsgierigheid om vorm en inhoud te verbinden. Een leven lang digitaal verkennen heeft zijn esthetische sporen achtergelaten, maar een ironische en tegelijk serieuze houding tegenover de ethische vraagstukken van onze digitale tijd zijn altijd binnen het zichtveld. De born digital-kunstenaars kijken optimistisch naar de toekomst: speels maar verantwoordelijk, nooit simplistisch, maar zeker ook niet sober en somber.

Ondanks alle veranderingen van het internet kunnen we nog niet zeggen dat onze digitale tijd volwassen is geworden. Wel is er misschien een optimistische toon te benoemen in wat de ondernemende internet-adolescenten voor hebben op de kindertijd van het internet in de jaren negentig. De nieuwe generatie born digital-kunstenaars bestaat uit de kinderen van internet, het zijn de post-internetpioniers. Hun grootste valkuilen zijn de zogenoemde Solitude Enhancement Machines, computers die elke gemene deler, elke collectieve beweging, de kop in zouden drukken en ons allemaal tot slaven zouden maken van de lagere lusten die internet bood. De gevaren van anonimiteit? Het pornografisch web? De reaguur-cultuur? Elke digital native kent het, en is niet vies van wat persoonlijke recalcitrantie op het web, op zijn tijd.

Maar de echte werkers onder de born digitals zijn vooral zorgvuldige kunstenaars. Geconcentreerd en ingelezen in de mediatheorie gaan ze hun eigen weg. De Eenzaamheidsmachines worden ingeruild voor collectieve manifesten over de rol van internetkunst in een breder debat, het uitwisselen van codering en het verspreiden van nieuwe ideeën over echt innovatief creëren en delen. De internetadolescenten zijn slimmer dan verwacht.

De born digital-makers kunnen, in navolging van ucla-hoogleraar Peter Lunenfeld, het best beschreven worden als wireless cosmopolitans en visual intellectuals. Ze zijn niet zomaar visuele denkers met een wifi-aansluiting: deze kunstenaars hebben zich de digitale middelen van onze tijd meester gemaakt en werken spelenderwijs met visuele tools om de publieke uitingen die onze actuele maatschappelijke vraagstukken kenmerken te analyseren.

Vorm volgt functie niet langer: vorm is een doel. Vraag volgt vorm niet langer: vorm is een statement. En daarbij is deze combinatie van vorm en functie een onderzoeksvraag die theoretisch geëngageerde kunstenaars bezighoudt. Zoals Peter Lunenfeld schrijft: ‘Things improved as the net.arts evolved, and it became obvious that the art and the discourse about that art were contextually and constitutively indistinguishable.’ De born digitals formuleren nieuwe structuren om hun vragen te beantwoorden en grijpen daarbij terug naar de basis van internetkunst, zonder het agressieve activisme van de internetpioniers en zeker ook zonder het populistische internet. Vanuit de visuele beeldtaal uit de jaren negentig proberen ze tot een nieuw beeldjargon te komen.

De born digital-kunstenaars vormen een beweging: ze zijn vrij van conventies, vrij van aannames over wat digitale kunst en vormgeving is. Ze zijn antidisciplinair en theoretisch (zeer) onderbouwd, maar kiezen voor de communicatielogica van de massa. Ze zijn esthetisch in hun uitwerking, maar nooit oppervlakkig in hun onderbouwing van visuele keuzes. Bovenal hebben ze de activistische toon laten vallen. Ze hebben het sombere wantrouwen van de twintigste eeuw omarmd als een vraag om een nieuw, bijna nihilistisch visueel begin. Ze kijken naar de digitale wereld om hen heen en wagen de sprong in een wereld van tegenstrijdige betekenissen. Born digital-kunstenaars scheppen kunst waar anderen nog vol onbegrip langs de zijlijn staan.

Ward Janssen is projectleider van het MOTI, Museum of the Image