Groen

Interview

‘Hou je van honden?’ vroeg de journalist. Ik zat geknield bij een Airedale terriër, die meer aandacht had voor een hond die aan kwam lopen dan voor mij. Ja, erg, antwoordde ik. Maar dit soort van honden, nou, dat zijn aparte beesten. Ik ken een echtpaar dat er een had. De oude moeder van de vrouw kwam regelmatig langs. Even regelmatig ging die Airedale, het was een reu, proberen de moeder te dekken. Ze hebben de hond weggedaan, want de oude moeder was dat beu. Ik zei niet tegen de journalist dat ze wellicht net zo goed de moeder weg hadden kunnen doen. Kon hij niet gecastreerd worden? vroeg hij. Dat maakt helemaal niks uit, zei het bazinnetje van de andere hond, dat inmiddels aangekomen was bij de bank die voor het café stond. We zaten buiten, omdat ik wilde roken. Het was novemberkoud, maar de zon scheen, en die gaf best nog wat warmte.
De beide honden snuffelden en likkebaardden, draaiden wat in de rondte, en keken elkaar schuins aan. Inmiddels waren de journalist en ik gaan zitten. De nieuw aangekomen hond was een kruising waarvan de ene helft een Dalmatiër was. De journalist dacht dat het een pup was. Stomverbaasd was ik. Je ziet toch wel dat het een stokoude hond is? vroeg ik. Dertien, zei het bazinnetje, en hij heeft het aan z’n hart, kan niks meer aan gedaan worden. Halfdoof was-ie ook nog. Maar godsgruwelijk lief, dat zag ik. We konden niet van elkaar afblijven. Hij had een blik die door merg en been ging, ik wilde bijna vijfduizend euro uit mijn achterzak trekken om hem tóch te laten opereren. Het stel van de Airedale terriër vertrok, zonder te groeten, mogelijk verbolgen over mijn verhaal. De vrouw naast ons stond op. Kijk eens wie daar aankomt? teemde ze. De oude hond keek naar mij. Later sprong hij toch blij op bij de vriendin van zijn bazinnetje. Niet doen! dacht ik. Denk toch aan je hartje! Daarna wilde ik eigenlijk even alleen zijn, maar de journalist zei: ‘Bomen. Wat heb jij nou precies met bomen?’