Interview met Evelyn Margron

Deze week in De Groene Amsterdammer een verslag van de aardbeving in Haïti. Ton Vriens interviewde Evelyn Margron, Haïti-directeur voor de ontwikkelingshulporganisatie ICCO/Kerk in Actie over hoe de ramp haar leven heeft veranderd.

In de chaotische dagen na de aardbeving probeerde ik Evelyn te bellen. Dat er geen gehoor was maakte me niet echt ongerust. Evelyn woonde immers hoog boven Pétion-Ville waar weinig schade was. Pas veel later hoorde ik van haar medewerkers dat ze zwaar gewond was geraakt en misschien haar arm zou verliezen.
Omdat de ramp bijna een jaar geleden plaatsvond, maak ik een afspraak met Evelyn. De studenten van onze filmworkshop Haiti Reporters zetten het interview op in de tuin van het nieuwe kantoor. Met gemak praat Evelyn over wat er die nacht gebeurde. Ze weet zeker dat er een volgende aardbeving komt, maar ze is niet meer zo in paniek. Ze kan weer werken en aan andere zaken denken. Dankzij dagelijkse revalidatie voelt ze zich fysiek ook sterker. Ze lacht en lijkt vrolijk. De vraag hoe de ramp haar heeft veranderd brengt haar echter opeens hard aan het huilen. Ze herstelt zich snel. ‘Ik heb bijna niet gehuild in het afgelopen jaar. Het verlies van zo veel vrienden - ik wilde het niet voelen. Ik had al mijn energie nodig om beter te worden. Niet alleen mijn arm, mijn longen, mijn borstkas, alles was kapot.’
Evelyn heeft er geen schuldgevoelens over dat ze dankzij het sociale netwerk van haar en haar man - een voormalige ambassadeur - de mogelijkheid had te ontsnappen aan de hel waarin de andere slachtoffers in de overvolle -ziekenhuizen van Port-au-Prince zich bevonden. ‘De mensen die mij gered hebben die nacht, de man die mijn gezicht schoonmaakte toen ik op straat lag en me niet kon bewegen, zij kenden me niet en ik weet nog steeds niet wie het geweest zijn.’
De wederopbouw van Haïti komt niet van de grond: een cholera-epidemie, honderdduizenden mensen nog steeds in tentkampen en recente presidentsverkiezingen die corrupt en ongeldig waren. Evelyn wijt het gebrek aan vooruitgang vooral aan het onvermogen van de nationale politiek. Ze gelooft niet dat de buitenlandse hulp er debet aan is. ‘I worry a lot. Iedereen probeert zich in te dekken. Het is allemaal zo duister op het ogenblik. We weten niet eens waar nu over onderhandeld wordt.’