‘Dit land vermaalt mensen’

Interview met Ma Jian

Twintig jaar na dato verschijnt van de in Engeland woonachtige Chinese schrijver Ma Jian de roman Beijing Coma, over het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Groepen demonstrerende, vrijheidslievende, studenten werden uiteengeslagen; Ma Jian was erbij.

MALENDE HERINNERINGEN waaruit onmogelijk is te ontsnappen. ‘Ik kom hier niet graag’, zegt de schrijver van Beijing Coma terwijl hij zijn blik laat dwalen over het Tienanmenplein, het Plein van de Hemelse Vrede. Het is een mooie zonnige winterdag, daar niet van, en Tienanmen laat zich van z’n meest toeristische kant zien. Meters boven ons op de poort naar de Verboden Stad hangt een vers portret van Mao Zedong en aan de andere kant van het plein, in de verte, stroomt de eeuwige rij pelgrims loom door zijn mausoleum. Op de vlakte rond het Monument van de Helden kieken boeren en buitenlui godvruchtig hun fotootjes. Precies datgene waar Ma Jian absoluut geen geduld voor heeft. ‘Dat was mijn stek’, wijst hij, zijn ogen dichtgeknepen tegen de zon. ‘Ik zat op het oostelijk deel daar. Het was allemaal wat wonderlijk georganiseerd destijds.’
Want het plein was twintig jaar geleden van Ma Jian en de zijnen: duizenden armelijk geklede studenten, arbeiders, kunstenaars en intellectuelen. De toen 35-jarige schrijver en fotograaf was er speciaal voor uit Hongkong gekomen. Wat al die mensen wilden, dachten ze te weten: democratie. Maar hoe dat eruit moest zien en hoe het te bereiken was, was minder duidelijk. In de nacht van 4 juni kwam het allemaal bloedig ten einde.

‘KIJK’, zegt Ma Jian terwijl we langs de Grote Hal van het Volk – China’s parlement – lopen. Een paar plattelanders tonen een politieman hun identiteitspapieren en de schrijver gebaart naar de talloze veiligheidscamera’s en röntgenpoortjes die de toegang tot het plein afschermen. ‘Dit land is fascistisch. Ik kan het niet anders uitdrukken, een machine die mensen vermaalt. Het vreselijke is dat we niet anders weten.’ Aanvankelijk wilde Ma Jian zijn boek Vleesgrond (Rou Tu) noemen. In het Chinees een fascinerende titel, maar dat vond de uitgever niet verstandig voor de internationale markt.
De hoofdpersoon van Beijing Coma is Dai Wei, een levende dode. Hij verkeert in een wakend coma, bij bewustzijn maar verlamd en blind, sinds hij werd neergeschoten op Tienanmen. Gevangen in Dai Wei’s geest reist de lezer chronologisch van zijn jeugd in de Culturele Revolutie via zijn belevenissen als meisjes jagende student door naar zijn betrokkenheid bij de democratische beweging. Van 1989 tot het nieuwe millennium luistert hij naar de explosieve Chinese economische groei in het verkrottende appartement van zijn ouder wordende moeder.
China als een monster dat zijn eigen jongen verslindt, het is een thema dat in Ma Jians werk vaker voorkomt. In Beijing Coma zelfs letterlijk: Dai Wei’s vader zat vanaf de Anti-Rechtsen Campagne in de jaren vijftig decennia in een werkkamp en door een fragment uit diens dagboek raakte Dai Wei geobsedeerd door een jong meisje dat tijdens de Culturele Revolutie werd opgegeten door de mensen van haar dorp. Als je weigert de vijand te eten, dan ben je de vijand, hadden die geïndoctrineerd gekregen. Weerzinwekkendheden die inderdaad op wijde schaal plaatsvonden en onder meer werden beschreven in het boek Scarlet Memorial van Zheng Yi. Later, als hij levend begraven ligt in zijn graf van bloed en botten, verkoopt Dai Wei’s moeder een van zijn nieren als wondermedicijn.
Maar met vleesgrond bedoelt Ma Jian natuurlijk in de eerste plaats de slachting op het Plein van de Hemelse Vrede. Hij geeft tot in de kleinste details de verwikkelingen weer die uiteindelijk tot de gruwelijke doodsmolen leidden. Daarbij spaart hij de studenten bepaald niet. Onschuldige naïeve kinderen, zoals hij ze beschrijft, die in hun romantische notie van democratie een bloedbad over zichzelf uitriepen. Tovenaarsleerlingen. Spelende baby’s voor het hol van een getergde beer. Dai Wei overpeinst in zijn bed de jaloerse interne gevechten en het gekibbel, het pootje lichten en het gekrakeel over de nieuwste strategieën en slogans terwijl het leger al door de straten marcheert. Overtuigd van hun eigen morele heldhaftigheid, als goedkope acteurs in een soap opera waarin mensen slechts tomatenketchup bloeden. ‘Alleen als het plein wordt overstroomd door bloed opent het Chinese volk de ogen’, zei de theatrale egocentrische Chai Ling, die in het boek nauwelijks verhuld Bai Ling wordt genoemd. Maar het is wel degelijk echt bloed wat ze kreeg.
Het boek kan inderdaad als een sleutelroman worden gelezen. De werkelijke hoofdrolspelers van het drama zijn gemakkelijk te identificeren. Zo is onder anderen de later naar Amerika uitgeleverde Wang Dan: Han Dan. En Wuer Kaixi – nu politiek commentator in Taiwan – is Ke Xi. ‘Al schrijvende wilde ik hun identiteit zelfs helemaal niet verhullen’, zegt Ma Jian. ‘Maar dat werd me om juridische redenen ontraden. Of ze het gelezen hebben weet ik niet. Ik heb geen contact met ze.’

HET IS NATUURLIJK de vraag in hoeverre Ma Jians beeld van de werkelijkheid solide is. De schrijver was er tenslotte niet bij in de rokerige studentenkamertjes toen de eerste plannen werden gesmeed. ‘Het is een roman waarin ik voortborduur op feiten en mijn eigen observaties. Ik verbleef een maand op het plein en informatie over de structuur, of het gebrek daaraan, en over het gekonkel en de drama’s lag voor het opscheppen.’
Beijing Coma is vooral bedoeld voor buitenlanders. Zo wordt bijvoorbeeld de topografie van de hoofdstad minutieus beschreven en daar heeft geen enkele Chinese lezer behoefte aan. Die weet wel waar Chang’an Avenue ligt. Volgens de schrijver een van de redenen waarom hij uiteindelijk tien jaar aan het boek werkte: ‘Het was niet gemakkelijk me in de hoofden van buitenstaanders met weinig of geen kennis van China te verplaatsen. Mijn vrouw (de Engelse vertaler Flora Drew – am) fungeerde als de meedogenloze editor.’
Dat het boek nog tijdens zijn leven in China kan uitkomen acht hij uiterst onwaarschijnlijk, maar ook met edities op de overzeese Chinese markt is hij bang de wrekende aandacht van Peking op zich te vestigen. Plannen bestaan om Beijing Coma te publiceren in Hongkong en Taiwan, nog voor de twintigste verjaardag van het bloedbad in juni. Of Ma Jian daar daadwerkelijk toestemming voor geeft heeft hij nog niet besloten: ‘Dat is mogelijk de snelste manier om mijn toch al moeilijke positie hier voor eens en altijd te ontwrichten.’
De auteur woont sinds 1997 in Londen met zijn vrouw en twee kinderen, maar daar voelt hij zich allerminst thuis. De taal spreekt hij nauwelijks – ‘M’n driejarige dochter lacht me uit als ik het probeer’ – en de cultuur is hem vreemd. Hij komt regelmatig terug naar China en kocht in Peking onlangs een appartement. ‘Het land binnenkomen is vaak problematisch’, zegt hij. ‘In de periode net voor de Olympische Spelen werden alle aantekeningen, alles wat maar op een geschreven woord leek, aan de grens van me afgenomen. Nu lijkt het even iets rustiger, maar ik werk aan een nieuw boek en kan me niet veroorloven blijvend verbannen te worden.’

BEIJING COMA is dus geen lofdicht op de democratische beweging. Sterker nog, Ma Jian geeft de studenten er deels de schuld van dat de hervormingsgezinde premier Zhao Zhiyang werd afgezet en ten slotte in huisarrest stierf. Ook de decennialange verlamming van de liberale vleugel binnen de partij en het aan de macht komen van de kapitaal aanbiddende maar sociaal conservatieve Jiang Zemin schuift hij gedeeltelijk in de schoenen van de studenten: ‘Naïeve betrokkenheid bij het Chinese politieke circus leidt tot bloedvergieten. Daar hebben we een vreselijke lijst voorbeelden van, te lang om op te noemen, maar laat ik het houden op de studentenprotesten in de republikeinse tijd en de Culturele Revolutie. Het apparaat gruwt van burgerinmenging, of de regering nou republikeins, communistisch of wat dan ook is. Maar ik bewonder wel degelijk het optimisme en de daadkracht van de studenten, hoe ijdel de motieven en hoe zelfgenoegzaam de gemakkelijke slogans ook waren. Zij droegen de geschiedenis op de schouders en daar waren ze zich diep en ontroerend van bewust. Het waren de machthebbers die de slachting aanrichtten, niet zij. De studenten is alleen onnozelheid en zelfoverschatting te verwijten.’
Dai Wei’s vrienden die Tienanmen en de nasleep overleefden, de martelingen, gevangenisstraffen en eindeloze zelfkritieksessies, keerden de politiek de rug toe en profiteren van China’s economische explosie. Een voormalig vriendinnetje, ooit een paria van de Culturele Revolutie, komt terug als vastgoedontwikkelaar en koopt het appartementencomplex waar de verlamde Dai Wei en zijn nu krankzinnige moeder zich opsloten. Het blok wordt met de grond gelijk gemaakt, de muren rond de twee afgeschrevenen storten in.
‘De maand rond 4 juni was de meest hartverscheurende periode in de geschiedenis en Chinezen lieten zich toen van hun prachtigste kant zien’, zegt Ma Jian. ‘Een kort respijt van de dagelijkse lelijkheid. Even leken mensen wakker te worden. Ogenblikkelijk daarop kwam de gruwelijkheid weer naar boven alsof ze nooit was weggeweest. Nu scheuren zombies de levenden weer aan stukken, zoals altijd.’
Want of Dai Wei uiteindelijk de levende dode is in het boek, het slachtoffer, betwijfelt Ma Jian: ‘Zijn omstanders zijn comateus, ze weten niet dat ze mens zijn. Dai Wei weet dat wel. Hij herinnert zich. Daarmee is hij de enige die vrijheid kan bereiken.’

Beijing Coma verschijnt volgende maand in het Nederlands bij Contact