De massa hunkert naar haat, vergelding, bloedvergieten

Interview met Sari Nusseibeh

De Gaza-oorlog heeft geleid tot radicalisering. Dat blijkt uit de uitslag van de Israëlische parlementsverkiezingen. De Palestijnse filosoof Sari Nusseibeh vreest voor de toekomst. ‘In Israël zie ik de ineenstorting van het vredesfront, van de gematigde politiek.’

DE PALESTIJNSE FILOSOOF Sari Nusseibeh ontvangt in zijn stijlvolle studeerkamer in de Al Quds universiteit, waaraan hij als rector magnificus is verbonden. We zijn in Beit Hanina, een Palestijns stadje in Israël, platgedrukt tussen de expanderende stad Jeruzalem en de afscheidingsmuur. Er is een donkere olijfgaard, een ideale omgeving voor dromers en denkers. Het onderwerp van zijn jarenlange aandacht bevindt zich als het ware achter die olijftuin en de muur, waar de Palestijnse gebieden en de bezetting beginnen.
Nusseibeh is de architect van de tweestatenoplossing waarin een Palestijnse staat, gebaseerd op de grenzen van 1967, naast een Israëlische zal bestaan, maar volgens de Israëlische veiligheidsdienst ook ‘het strategisch brein’ achter de eerste intifada die in 1987 begon. Sinds die tijd heeft hij contact met de Israëlische vredesbeweging, wat hem in eigen kring weer kritiek bezorgde. Hij werd meermalen bedreigd en zelfs in elkaar geslagen. Ook in Israël werd de intellectueel, die zijn opleiding aan Harvard en Oxford genoot, gewantrouwd. Oud-premier Sharon noemde hem ‘wolf in schaapskleren’.
VANDAAG is de dag na de Israëlische parlementsverkiezingen. De centrumpartij van Livni komt samen met de rechtse Likudpartij van Netanyahu als overwinnaar uit de bus, maar de grootste winst is behaald door Lieberman, de lijsttrekker van de uiterst rechtse Beiteinupartij. In Israël gonst het van de speculaties over mogelijke coalitiepartners voor de komende regering.
Nusseibeh is onbewogen over de verkiezingsresultaten, die zorgen voor een rechts-religieuze dominantie van meer dan zestig procent in de Knesset. Met lichte ironie stelt hij vast dat het voor de oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict geen verschil maakt wie in Israël regeert. ‘Tijdens het bewind van de rechtse regeringen van Shamir, Begin en Netanyahu werden vredesovereenkomsten getekend, terwijl onder vredesduif Rabin de joodse nederzettingenpolitiek floreerde. De Israëlische centrumpartij Kadima en de vredespartij, de linkse socialistische “Avoda” onder leiding van Barak, preken de oorlog en hebben de massamoord in Gaza zorgvuldig georkestreerd.’
Het zijn juist de gevolgen van die oorlog voor de Palestijnse bevolking die hem de laatste dagen bezighouden. In Oxford English, zijn woorden zorgvuldig wegend, legt hij uit: ‘Er was een offensief van het machtigste leger ter wereld tegen een volk in een klein, hermetisch afgesloten, overbevolkt gebied. Deze oorlog onderscheidde zich van elk ander conflict omdat de burgerbevolking niet kon vluchten en er ook geen schuilplaatsen waren. Een miljoen ton explosieven werd door dat leger ingezet. Er werden, naar verluidt, zelfs ontoelaatbare wapens gebruikt. Dit heeft de Palestijnse werkelijkheid verscheurd. Er is nu de oude wereld van vóór de Gaza-oorlog en de wereld erna: de wereld zonder onze familieleden en vrienden die nooit meer hetzelfde zal zijn. Het is alsof de tijd van vroeger is bevroren, ingelijst als een herinnering. Zestig jaar geleden werden tijdens de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog in Deir Yassin zo’n honderdvijftig Palestijnen door Israëliërs vermoord. Dit is een onderdeel van wat wij de Nakba, de Palestijnse ramp, noemen en die wij al zestig jaar proberen te verwerken. Hoe kan een mens naar de wereld van nu kijken en geloven dat de massale vernietiging van mensen en bezit in Gaza normaal is en onze pijn wel zal overgaan?’
Voor de langdurige effecten van die oorlog vreest Nusseibeh het ergste: ‘Door de herhaalde tv-beelden van de verschrikkingen, van ontzielde lichamen, verminkte kinderen, de verhalen uit Gaza en de bijna emotieloze reactie van Israël is een nationaal collectief trauma ontstaan, niet slechts onder de Palestijnen, maar ik durf te stellen in de hele Arabische wereld. We zijn volstrekt impotent. De Arabische leiders keken toe en ondernamen niets. De oorlog heeft ook een grote psychologische impact, met als algemene richting radicalisering. Natuurlijk zullen we daarmee onze eigen zaak niet helpen, maar woorden, ideeën, hoop zijn krachteloos als de dagelijkse realiteit zo wreed is en mensen worden opgeblazen. De ideologen onder ons zijn doof. We zijn er niet in geslaagd de wereld te creëren die ons voor ogen stond; democratisch en rein. We bevechten elkaar.
In Israël zie ik de ineenstorting van het vredesfront, van de gematigde politiek. De rede heeft plaatsgemaakt voor de politiek van de angst, het onderbuikgevoel. De politiek wordt geregeerd door rechtse politici, die religieus racisme en nationalisme tot algemeen geaccepteerde norm maken. Avigdor Lieberman verwoordt het gevoel van de massa en de massa hunkert naar haat, vergelding, bloedvergieten.’

TOCH IS NUSSEIBEH, de gematigde seculiere Palestijn, de man van de open dialoog met het Israëlische vredesfront, hoopvol. De Palestijnse staat waar hij voor heeft gestreden zal er uiteindelijk komen: ‘Er is de mathematische kans dat men voor de twee staten kiest. De feiten zijn weliswaar weinig hoopgevend: Israël breidt de joodse nederzettingen op de Westbank in ijltempo uit, overal ontstaan joodse enclaves, die met elkaar worden verbonden door een wegennet, dat alleen voor settlers begaanbaar is, en als het ware een geheel nieuwe Israëlische realiteit op de Westbank creëren. Daarnaast is er de Israëlische expansie in Oost-Jeruzalem ten koste van Palestijns land en bezit. In weerwil van internationale verdragen, VN-resoluties en uitspraken van het gerechtshof heeft Israël zijn expansiedrang nooit opgegeven.
Maar wat de tweestatenoplossing aantrekkelijk maakt, is dat ze ondanks de politieke wanorde voor beide kanten de enige aanvaardbare oplossing lijkt te zijn. Het belangrijkste argument is natuurlijk dat het menselijk lijden erdoor wordt verminderd en er stabiliteit in dit gebied ontstaat. Ik appelleer aan de gewone Palestijnen en Israëliërs, die een redelijke schikking willen met een Palestijnse staat naast een Israëlische, waar Palestijnen in veiligheid kunnen wonen met een levensvatbare economie. Iedereen wil ten slotte een normaal leven leiden.’
Dat kan volgens Nusseibeh, ondanks de politieke wanorde, gebeuren als we nu de tijd bevriezen: ‘We moeten onze relaties met Israël op economisch, cultureel, sociaal en financieel terrein tijdelijk staken. Tijdens deze time-out moet de internationale gemeenschap, onder leiding van president Obama, interveniëren en het raamwerk van de vredesovereenkomst voorleggen. Geen hernieuwde vredesonderhandelingen, want de ervaring leert dat die tot niets leiden. Een heel korte adempauze na het Gaza-offensief, waarin de internationale gemeenschap aandringt op een directe oplossing. Ik ben overtuigd van het succes van deze maatregel. Israël is afhankelijk van de Verenigde Staten voor militaire steun en heeft Europa nodig als afzetgebied en handelspartner. Ze zal het niet riskeren om deze relaties in gevaar te brengen. Dit is duidelijke taal, die zowel linkse als rechtse partijen in Israël verstaan. De gruwelijkheden in Gaza zouden voor de internationale wereld een aanzet kunnen zijn om aan te dringen op een schikking. Zonder internationale interventie kunnen we op korte termijn elke kans op een overeenkomst vergeten.’

MAAR DAN slaat de hoop even om in twijfel: ‘De westerse ambtenarij slaat Olmert in Jeruzalem vriendschappelijk op de schouder in plaats van morele sympathie voor de slachtoffers van Gaza te tonen. Is het leven van een Israëliër voor Europeanen meer waard dan de levens van Palestijnen? Sturen overheden de boodschap dat het vermoorden van vrouwen en kinderen gerechtvaardigd is en dat de daders geëerd moeten worden met dat schouderklopje en de omhelzing voor alle camera’s? Of is nu de grens bereikt van het internationale incasseringsvermogen van menselijk lijden, bloedvergieten en onrechtvaardigheid?’
Als het Westen niet optreedt, dan vreest Nusseibeh het ergste: ‘Het kaartenhuis van de Oslo-verdragen zal langzaam instorten. Uit de vicieuze cirkel van geweld op geweld, waarbij Israël tevergeefs zal trachten om het conflict elders onder te brengen – Gaza bij Egypte en de Westbank bij Jordanië – zal zich het monster van een binationale staat ontwikkelen. Een staat gebaseerd op religieuze discriminatie, die erger is dan de meest extreme apartheid, want apartheid discrimineert op basis van huidskleur en ras terwijl deze vorm zich baseert op het goddelijke om onrechtvaardigheid te institutionaliseren. Een staat die is gebaseerd op angst en conflict, zonder enige rust en stabiliteit.
Het zionistische project dat begon om een veilige haven voor de joden te scheppen, gebaseerd op joodse waarden, zal zichzelf vermoorden. Die haven zal het doelwit worden van vijandige aanvallen op joden. Israël wordt de gevaarlijkste plaats ter wereld voor joden en draagt daar zelf schuld aan. Principiële waarden van gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid zullen plaats moeten maken voor discriminatie, afsluiting, overheersing om het monster in stand te houden. Wij, de Palestijnen, hebben nooit om het zionistische project gevraagd en hebben dus minder te verliezen. We hebben onszelf misschien tijdelijk misleid met het idee van een onafhankelijke Palestijnse staat – dat idee begon zo’n twintig jaar geleden – maar nogmaals: dat was niet ons project. We willen eigenlijk slechts een normaal leven leiden.’

SARI NUSSEIBEH (1949) is afkomstig uit een welvarende Palestijnse familie – zijn vader was een gerespecteerd staatsman en zijn moeder de dochter van een politicus. Hij groeide op, zoals hij ook in zijn veelgeprezen autobiografie Once Upon a Country (2005) beschrijft, in het deel van Jeruzalem dat onder Jordanees bestuur stond – iets wat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan zijn latere politieke pleidooien voor poreuze grenzen en voor Jeruzalem als open stad. Hij studeerde politiek, economie en filosofie in Oxford en won daarna een scholarship voor een promotie in islamitische filosofie in Harvard. In 1978 keerde hij terug naar de Westoever, waar hij les ging geven aan de Birzeit University; tegelijk doceerde hij islamitische filosofie aan joodse studenten van de Hebrew University in Jeruzalem. Nusseibeh is altijd betrokken toeschouwer én deelnemer geweest. Hij was vertegenwoordiger van PLO-leider Arafat in Jeruzalem en zette zich meermalen in voor vrede, vaak met Israëlische politici. Hij werkte mee aan de oprichting van de Palestijnse Autoriteit, maar verzuimde het niet om ‘de Arabische kleptocraten van de PLO’ zo nodig te kapittelen. Hij heeft altijd gestreden voor de stichting van een Palestijnse staat naast Israël. Hij is, met uitspraken als de volgende, de vleesgeworden Palestijnse redelijkheid: ‘Zelfmoordaanslagen heb ik altijd afgewezen als totaal immoreel. Ik heb de cultuur van de dood altijd bestreden. Het leek en lijkt mij veel beter om het geld aan onderwijs, sociale diensten en het versterken van de civil society te besteden in plaats van aan wapens.’